Plaats in het staatsbestel

De Tweede Kamer is de rechtstreeks gekozen volksvertegenwoordiging. Het kabinet moet het vertrouwen genieten van een meerderheid van de Tweede Kamer; dit is het geval totdat het tegendeel blijkt, doordat bijvoorbeeld een motie van wantrouwen wordt aangenomen. De Tweede Kamer wordt, omdat ze rechtstreeks wordt gekozen en meer rechten heeft, belangrijker gevonden dan de Eerste Kamer, ook al zijn beide formeel gezien gelijkwaardig.

Rechtstreeks gekozen volksvertegenwoordiging

De Tweede Kamer is de rechtstreeks gekozen volksvertegenwoordiging en is een politiek lichaam. Zij heeft een belangrijke rol bij de totstandkoming van wetten, controleert de regering en beslist over de vraag of een kabinet of bewindspersoon (minister of staatssecretaris) voldoende vertrouwen heeft.

De leden van de Tweede Kamer die via de kandidatenlijst van een politieke partij gekozen zijn, vormen fracties.

De Tweede Kamer is een Hoog College van Staat.

Positie ten opzichte van het kabinet

Hoewel Tweede Kamer en kabinet een eigen plaats hebben in het staatsbestel, bestaan er ook relaties tussen beide. Een kabinet wordt gevormd op basis van de politieke krachtsverhoudingen in de Tweede Kamer. Reeds lang is het gebruikelijk dat tijdens de vorming van het kabinet (de kabinetsformatie) afspraken worden gemaakt over het door het kabinet te voeren beleid. Zulke afspraken worden vastgelegd in een regeerakkoord.

Het kabinet legt verantwoording af aan de Tweede Kamer op basis van de ministeriële verantwoordelijkheid. Ministers en staatssecretarissen dienen het vertrouwen te genieten van een meerderheid van de Tweede Kamer. Dit laatste wordt de vertrouwensregel genoemd, waarbij geldt dat er vertrouwen bestaat totdat het tegendeel blijkt.

Positie ten opzichte van de Eerste Kamer

Behalve met het kabinet bestaat er ook een relatie met de Eerste Kamer. Als ongeschreven regel geldt dat de direct gekozen Tweede Kamer het politieke primaat heeft boven de indirect gekozen Eerste Kamer. Formeel zijn beide echter gelijkwaardig, maar in tegenstelling tot de Tweede Kamer kan de Eerste Kamer geen wetsvoorstellen amenderen en kunnen Eerste Kamerleden geen initiatiefwetsvoorstellen indienen.

De Eerste Kamer kan elk wetsvoorstel verwerpen, ook als daar in de Tweede Kamer een ruime meerderheid voor was. In de praktijk stelt de Eerste Kamer(meerderheid) zich meestal terughoudend op, en vermijdt zij ernstige conflicten. Die terughoudend geldt overigens niet per definitie voor oppositiepartijen.

Een uitzondering was de Nacht van Wiegel in 1999, toen het voorstel voor invoering van een correctief referendum (onderdeel van het regeerakkoord) niet de vereiste tweederde meerderheid behaalde doordat VVD-senator Wiegel tegen stemde. Doordat bij Grondwetsherziening zo'n tweederde meerderheid vereist is, is de kans op conflicten hierover overigens veel groter dan bij 'gewone' wetsvoorstellen.

Ontwikkeling parlementaire rechten

tabel ontwikkeling rechten

jaar

rechten

1815

recht om wetsvoorstellen te verwerpen

 

recht om wetsvoorstellen in te dienen (recht van initiatief)

 

budgetrecht, tienjarige begroting

 

opmaken nominatie voor Hoge Raad

 

opmaken nominatie voor Algemene Rekenkamer

1840

budgetrecht, tweejarige begroting

1848

recht om wetsvoorstellen te wijzigen (recht van amendement)

 

budgetrecht, jaarlijkse begroting

 

recht op inlichtingen (inclusief vragenrecht en recht van interpellatie)

1868

vertrouwensregel: kabinet/minister moet aftreden na opzeggen vertrouwen*

1887

verdediging initiatiefvoorstel in Eerste Kamer door indiener(s)

1939

kabinet kan niet optreden tegen wens Kamer*

1982

verkiezing Nationale ombudsman

1987

individueel inlichtingenrecht

2000

recht op informatie over vredesmissies (artikel 100-procedure)

  • ongeschreven staatsrecht

Trias politica