Onafhankelijkheid

De Tweede Kamer is 'baas in eigen huis': zij bepaalt haar eigen agenda, regelt haar eigen vergaderorde, kiest haar eigen voorzitter, benoemt zelf personeel en stelt een eigen begroting op. De Grondwet garandeert tevens dat Kamerleden 'zonder last' kunnen stemmen en niet voor de rechter kunnen worden gesleept voor uitlatingen in Tweede Kamerverband.

Grondwet

In artikel 67, lid 3 van de Grondwet staat dat Kamerleden stemmen zonder last. Dat betekent dat anderen geen opdracht kunnen geven aan een Kamerlid om voor of tegen een voorstel te stemmen. Uiteraard mogen Kamerleden wel het oordeel van anderen (bijvoorbeeld van de eigen partij of van maatschappelijke organisaties) laten meewegen. Leden zweren of beloven bovendien dat zij geen geld zullen aannemen om hun stemgedrag te laten beïnvloeden.

Het verouderde begrip 'zonder last en ruggespraak' dat tot 1983 in de Grondwet stond, kwam daar al in 1815 in. Daarmee werd aangegeven, dat anders dan vóór 1795 (ten tijde van de Republiek), de leden niet langer afgevaardigden van de provincies waren, en dus ook niet meer in opdracht van de provincies stemden.

Ook kunnen Tweede Kamerleden volgens de Grondwet niet worden vervolgd of voor de rechter worden aangesproken voor wat zij in vergaderingen van de Staten-Generaal hebben gezegd of in commissieverband hebben gezegd of geschreven.

Agenda

De Tweede Kamer bepaalt zelf wanneer en op welke wijze wetsvoorstellen, nota's, brieven en andere stukken behandeld worden. De regering kan daarin alleen adviseren. Soms vraagt de regering ook bepaalde voorstellen met spoed te behandelen, bijvoorbeeld omdat een wet op 1 januari in werking moet treden.

Tijdens de regeling van werkzaamheden stelt de Kamer haar agenda vast. Kamerleden kunnen dan verzoeken om een bepaald onderwerp (bijvoorbeeld een verslag van een overleg) op de agenda te zetten.

Reglement van Orde

Regels over de vergaderorde, de regeling van spreektijden, de instelling van commissies en de wijze waarop wetsvoorstellen moeten worden behandeld zijn vastgelegd in het Reglement van Orde. De Tweede Kamer stelt dat zelf vast en er kan niet van worden afgeweken als één lid zich daartegen verzet. Ook ministers en staatssecretarissen moeten zich aan de vergaderorde houden. Zij kunnen op dit punt wel adviserend optreden.

Een speciale Kamercommissie, de commissie voor de Werkwijze, heeft een belangrijke adviserende rol bij het vaststellen van het Reglement van Orde.

Voorzitter

Sinds de Grondwetsherziening van 1983 kiest de Tweede Kamer zelf haar voorzitter. Dat gebeurt in één van de eerste vergaderingen van de Kamer na verkiezingen. De benoeming geldt in principe voor vier jaar.

Vroeger werd de voorzitter voor één jaar door de koning(in) benoemd. Die kreeg daartoe een voordracht met daarop de namen van drie Kamerleden. Degene die als eerste werd genoemd, werd tot voorzitter benoemd. Het opmaken van de voordracht gebeurde in de eerste vergadering na verkiezingen en jaarlijks op de Derde Dinsdag van September.

Voorafgaand aan de verkiezing van een voorzitter wordt een profielschefts opgesteld.

Organisatie en raming kosten

Het personeel van de Tweede Kamer wordt door de Kamer zelf benoemd. Ook stelt de Tweede Kamer jaarlijks een raming op van de kosten voor zaken als automatisering, beveiliging en voorlichting. Die raming gaat naar de minister van Binnenlandse Zaken, die dit verwerkt in de begroting voor de Hoge Colleges van Staat. De minister mag afwijken van de raming, maar gebruikelijk is dat niet.