Katholiek Nationale Partij (KNP)

De Katholiek Nationale Partij ontstond op 11 december 1948 als voortzetting van de lijst-Welter (Comité van Actie). Deze lijst behaalde bij de Tweede Kamerverkiezingen van 1948 één zetel. De aanhangers van Welter keerden zich tegen het kabinetsbeleid inzake Nederlands-Indië. Later zette zij zich vooral af tegen de koers van de KVP, die samenwerkte met de PvdA.

Voorman van de KNP was de vroegere minister van Koloniën Charles Welter. In 1952 wist de KNP een tweede zetel te behalen. De KNP was steeds in de oppositie.

Op 29 oktober 1955 besloten de KNP'ers, daartoe aangespoord door de bisschoppen, terug te keren in de KVP. Afgesproken dat twee (ex-)KNP'ers een verkiesbare plaats op de kandidatenlijst zouden krijgen. Eén van hen was Welter, die tot en met 1963 Kamerlid bleef. Uit de partij was daarnaast afkomstig A.E.M. Duynstee.

In 1959 werd via voorkeurstemmen de Haagse advocaat Karel van Rijckevorsel tot Tweede Kamerlid gekozen. Hij was een geestverwant van de voormalige KNP.

Beginselen

De KNP was een katholieke partij, die een christelijke politiek voorstond. In financieel-economisch en sociaal-maatschappelijk opzicht was het een conservatieve partij. De partij streefde naar terugdringen van de overheidsbemoeienis in het economisch leven en naar verlaging van overheidsuitgaven.

In schijnbare tegenspraak daarmee was de KNP wel voorstander van krachtige ondersteuning van de boerenstand en van de scheepsbouw.

Belangrijk thema in het programma van de KNP was in de periode tot 1950 handhaving van de rijkseenheid. Het Indonesische streven naar onafhankelijkheid werd afgewezen. Er kon slechts sprake zijn van een koninkrijk waarvan zowel Nederlands-Indië als Nederland deel uitmaakten, en met de koningin aan het hoofd.

KNP en de Tweede Kamerverkiezingen tussen 1948 en 1952

Persoonlijkheden

De grote man van de KNP was Welter, een deftige, hoffelijke Nederlands Indische heer, die minister van Koloniën was geweest en in Nederlands-Indië hoge functies had bekleed. In 1952 kreeg de KNP een tweede vertegenwoordiger in de Tweede Kamer in de persoon van prof. Lemaire.

Na 1950 kwam de KNP in het bijzonder op voor de belangen van Nederlandse Indiërs, ambonezen en papoea's.

Electoraat

De aanhang van de KNP was over het gehele land verspreid, maar betrekkelijk gering in de drie noordelijke provincies. In Den Haag had de KNP relatief veel aanhang, vooral onder voormalige ambtenaren uit Nederlands-Indië. Bij de verkiezingen van 1952 haalde de KNP 2,7% van de stemmen.