Dit eerste kabinet treedt op 25 maart aan als tijdelijk kabinet, nadat de conservatieve ministers van Willem II zijn opgestapt. Belangrijkste taak is het tot stand brengen van een herziening van de Grondwet. Leider van het kabinet wordt niet Thorbecke, voorzitter van de Grondwetscommissie, maar Gerrit graaf Schimmelpenninck, een zoon van de vroegere raadpensionaris Rutger Jan.
Schimmelpenninck (premier en minister van Buitenlandse Zaken en van Financiën) is voorstander van een veel behoudender Grondwet naar Brits model dan de Commissie-Thorbecke. De meerderheid van de ministers wijst Schimmelpennincks voorstel uiteindelijk echter af en kiest voor uitwerking van de voorstellen van de Grondwetscommissie. Schimmelpenninck en de minister van Oorlog, Nepveu, treden daarop af. Vanaf 17 mei tot regeert het kabinet verder met nieuwe ministers van Buitenlandse Zaken, Financiën en Oorlog.
Donker Curtius loodst hierna als minister van Justitie de Grondwetsherziening door de beide (nog in meerderheid conservatieve) Kamers. Na het totstandkomen van de Grondwetsherziening dienen de ministers op 14 oktober hun ontslag in. Op 21 november treedt een kabinet-De Kempenaer aan, zonder dat echter een formatie plaatsvindt.
Formatie
Nadat de koning op 11 maart 1848 aan Tweede Kamervoorzitter Boreel van Hogelanden heeft laten weten in te stemmen met een herziening van de Grondwet, wordt op 17 maart een commissie ingesteld onder voorzitterschap van Thorbecke. Behalve met het voorbereiden van de herziening wordt die commissie belast met het vormen van een (voorlopig) kabinet.
Niet alle leden van de commissie voelen er voor om minister te worden. Pogingen om anderen, zoals A. van Rijckevorsel voor Financiën te vragen, mislukken. De koning vraagt zelf bovendien op 14 maart aan G. graaf Schimmelpenninck, de gezant in Londen die toevallig in Den Haag is, om minister van Buitenlandse Zaken te worden.
Schimmelpenninck wil evenwel alleen minister worden als hij ook minister-president wordt. Als twee dagen later blijkt dat de Grondwetscommissie niet in staat is een kabinet te vormen, wordt de inmiddels naar Londen vertrokken Schimmelpenninck teruggeroepen naar Den Haag.
Thorbecke richt zich nu geheel op het ontwerpen van de Grondwetsherziening en laat de keuze voor de formateur over aan de koning. Donker Curtius, lid van de Grondwetscommissie, is, na bemiddeling door Van Rappard, directeur van het Kabinet van de Koning, bovendien bereid Schimmelpenninck te accepteren. De opdracht aan de commissie om een kabinet te vormen, wordt hierop ingetrokken. Op 25 maart treedt, nadat Donker Curtius al op 19 maart minister is geworden, ook commissielid Luzac toe tot het kabinet. Storm, De Kempenaer en Thorbecke zien daarvan af.
Bijzonderheden
-
-Op 9 april heeft de Grondwetscommissie-Thorbecke haar ontwerp gereed. Het kabinet moet die voorstellen vervolgens in de vorm van wetsvoorstellen aan de Staten-Generaal voorleggen. Vier ministers, Schimmelpenninck, Nepveu, Rijk en Lightenvelt zijn tegen het ontwerp van Thorbecke. Zij willen dat er een minister-president komt en dat de koning een belangrijke rol blijft spelen. De katholieke minister Lightenvelt gaat onder druk van zijn geloofsgenoten om, terwijl de koning druk uitoefent op Rijk. Daardoor komen Schimmelpenninck en Nepveu in de minderheid, en treden zij af.
-
-Op 19 juni 1848 worden twaalf voorstellen tot herziening van de Grondwet ingediend. De Tweede Kamer bespreekt die in augustus en de Eerste Kamer in september. De tweede lezing vindt in beide Kamers in oktober 1848 plaats.
-
-Bij de behandeling van de Grondwet speelt de koning een belangrijke rol. Hij weet, nadat de stemmen hebben gestaakt, een Eerste Kamerlid alsnog over te halen vóór te stemmen, waardoor het voorstel in eerste lezing wordt aangenomen. Ook de vervanging van enkele conservatieve Eerste Kamerleden door meer liberale helpt mee om in de conservatieve Eerste Kamer genoeg steun voor de Grondwetsherziening te krijgen.
-
-De belangrijkste concessie die wordt gedaan, betreft de Eerste Kamer. De Grondwetscommissie wilde dat die rechtstreeks zou worden gekozen. Uiteindelijk komt er een getrapte verkiezing (door Provinciale Staten).
-
-De herziene Grondwet wordt op 3 november 1848 afgekondigd.
-
-In Limburg ontstaat begin 1848 onder invloed van een revolutie in Duitsland een beweging voor afscheiding van die provincie van Nederland. Die beweging vindt veel aanhang onder de bevolking. Nadat ambtenaren zich bedreigd voelen en de bevolking weigert belasting te betalen, wordt minister Lightenvelt als regeringscommissaris naar Limburg gestuurd. Ook verschijnen er militairen. Op 7 augustus is het Nederlandse gezag hersteld. Limburg blijft bij Nederland.
Samenstelling kabinet
minister: G. graaf Schimmelpenninck (reg.gezind)
Justitie
minister: Mr. D. Donker Curtius (liberaal) (19 maart 1848 - 17 mei 1848)
Binnenlandse Zaken
minister: Mr. L.C. Luzac (liberaal) (25 maart 1848 - 13 mei 1848)
minister: Mr. J.M. de Kempenaer (cons.-liberaal) (13 mei 1848 - 17 mei 1848)
Financiën
minister: G. graaf Schimmelpenninck (reg.gezind)
Oorlog
minister: Ch. Nepveu (conservatief)
Marine
minister: J.C. Rijk (conservatief)
Koloniën
minister: J.C. Rijk (conservatief)
Zaken der Rooms-Katholieke Eredienst
minister: Mr. L.A. Lightenvelt (cons. kath)
Zaken van de Hervormde en andere Erediensten, behalve die der Rooms-Katholieke
minister: Mr. L.C. Luzac (liberaal)
Na het aftreden van Schimmelpenninck en Nepveu (vanaf 17 mei)
minister: Mr. A.A. baron Bentinck van Nijenhuis (technocraat)
Justitie
minister: Mr. D. Donker Curtius (liberaal)
Binnenlandse Zaken
minister: Mr. J.M. de Kempenaer (cons.-liberaal)
Financiën
minister a.i.: P.A. Ossewaarde (technocraat) (17 mei 1848 - 3 juni 1848)
minister: Mr. P.Ph. van Bosse (liberaal) (3 juni 1848 - 21 november 1848)
Oorlog
minister: J.H. Voet (technocraat) (22 mei 1848 - 21 november 1848)
Marine
minister: J.C. Rijk (conservatief)
Koloniën
minister: J.C. Rijk (conservatief)
Zaken der Rooms-Katholieke Eredienst
minister: Mr. L.A. Lightenvelt (cons. kath)
Zaken van de Hervormde en andere Erediensten, behalve die der Rooms-Katholieke
minister: Mr. L.C. Luzac (liberaal) (17 mei 1848 - 30 juni 1848)
minister a.i.: Mr. S. baron van Heemstra (liberaal) (30 juni 1848 - 21 november 1848)
Mutaties
Schimmelpenninck wordt in mei 1848 als minister van Buitenlandse Zaken vervangen door de diplomaat Bentinck van Nijenhuis. Op Financiën, een post die Schimmelpenninck ook bekleedde, komt de liberaal Van Bosse. Als opvolger van Nepveu treedt generaal Voet op.
In mei 1848 wordt Luzac op Binnenlandse Zaken vervangen door het lid van de Grondwetscommissie, De Kempenaer. Een maand later treedt Luzac vanwege zijn gezondheid ook af als minister van Hervormde Eredienst. Op die post wordt hij opgevolgd door het liberale Kamerlid Baron Van Heemstra.
Na het aftreden van Schimmelpenninck is Donker Curtius voorzitter van de ministerraad en in juli is Lightenvelt dat (vanwege diens missie naar Limburg neemt Donker Curtius enige tijd voor hem waar). In augustus treedt De Kempenaer op als kabinetsvoorzitter.
data en feiten formatie
| datum | wat | wie | tot en met | dagen |
| 23 maart 1848 | benoeming (in)formateur | G. graaf Schimmelpenninck | 23 maart 1848 | 1 |
| 25 maart 1848 | beëdiging nieuwe bewindslieden | Koning Willem II | 16 mei 1848 | 52 |
| 17 mei 1848 | kabinet demissionair | 16 mei 1848 | ||
| 17 mei 1848 | ontslag verleend | Koning Willem II |
