Kabinet-Thorbecke II (1862-1866)

Dit tweede kabinet onder leiding van Thorbecke richt zich vooral op versterking van de economie. Het is, zo heet het, 'met de spade op de schouder' aangetreden. Het kabinet weet wetten over nieuwe waterverbindingen, over verbetering van het middelbaar onderwijs, en tot verlaging van invoerrechten en opheffing van gemeentelijke accijnzen tot stand te brengen. De ministers zijn allen liberaal.

In 1865 krijgt het kabinet te maken met een affaire die leidt tot het aftreden van de minister van Financiën. Korte tijd daarna ontstaat een intern conflict, dat tot de val van het kabinet leidt.

Het kabinet treedt op 31 januari 1862 aan en wordt op 10 februari 1866 opgevolgd door het kabinet-Fransen van de Putte.

Bijzonderheden

  • Er wordt een algemeen vrijhandelstarief ingevoerd.
  • De accijnzen op brandstoffen worden afgeschaft.
  • Er komen wetten tot stand inzake de aanleg van de Nieuwe Waterweg en van het Noordzeekanaal.
  • In 1865 breekt een runderpest (rundertyfus) uit, die zeer schadelijk is voor de veestapel.

Limburgse brievenaffaire

Minister Betz van Financiën komt met een voorstel om de grondbelasting in Limburg te verhogen (en daarmee gelijk te trekken aan die in andere provincies). De behandeling van dit voorstel gaat trager dan voorzien. Vanuit de oppositie wordt gesuggereerd dat het uitstel te maken heeft met de verkiezingen in 1864.

Door de Limburgse pers wordt een brief openbaar gemaakt, waaruit blijkt dat Betz inderdaad aan het Limburgse Kamerlid (en oud-minister) Van der Maesen de Sombreff beloofd heeft de behandeling tot na de verkiezingen uit te stellen. De oppositie vraagt hierna om een parlementaire enquête naar de vraag of ook Thorbecke hiervan geweten heeft. Dat wordt afgewezen. Het wetsvoorstel over de grondbelasting in Limburg wordt vervolgens alsnog behandeld en aangenomen.

conflict

Tussen enerzijds Thorbecke en Olivier en anderzijds de andere ministers ontstaat eind 1865 een conflict over de vraag of het nieuwe Wetboek van Strafrecht in Nederlands-Indië bij wet of bij koninklijk besluit moet worden ingevoerd.

Thorbecke en Olivier willen invoering bij wet. Hoewel Fransen van de Putte verklaart dat dit het enige verschil van mening is dat tot de breuk heeft geleid, lijken er ook andere redenen te zijn geweest. Vooral het inzicht bij Thorbecke dat jongeren de leiding van de liberalen van hem willen overnemen, is de diepere oorzaak.

Samenstelling kabinet

Buitenlandse Zaken
minister a.i.: Mr. A.J.L. baron Stratenus (technocraat) (1 februari 1862 - 13 maart 1862)
minister: Jhr.Mr. P.Th. van der Maesen de Sombreff (liberaal) (12 maart 1862 - 2 januari 1864)
minister a.i.: W.J.C. ridder Huyssen van Kattendijke (liberaal) (2 januari 1864 - 15 maart 1864)
minister: Mr. E.J.J.B. Cremers (liberaal) (15 maart 1864 - 10 februari 1866)

Justitie
minister: Mr. N. Olivier (liberaal)

Binnenlandse Zaken
minister: Dr.Mr. J.R. Thorbecke (liberaal)

Financiën
minister: G.H. Betz (liberaal) (1 februari 1862 - 27 november 1865)
minister a.i.: Mr. N. Olivier (liberaal) (27 november 1865 - 10 februari 1866)

Oorlog
minister: J.W. Blanken (liberaal)

Marine
minister: W.J.C. ridder Huyssen van Kattendijke (liberaal) (1 februari 1862 - 6 februari 1866)
minister a.i.: J.W. Blanken (liberaal) (5 februari 1866 - 10 februari 1866)

Koloniën
minister: G.H. Uhlenbeck (liberaal) (1 februari 1862 - 3 januari 1863)
minister a.i.: G.H. Betz (liberaal) (3 januari 1863 - 2 februari 1863)
minister: I.D. Fransen van de Putte (liberaal) (2 februari 1863 - 10 februari 1866)

Zaken der Rooms-Katholieke Eredienst
minister: Mr. K.A. Meeussen (liberaal) (1 februari 1862 - 1 juli 1862)

Zaken van de Hervormde en andere Erediensten, behalve die der Rooms-Katholieke
minister: Mr.Dr. J.A. Jolles (liberaal) (1 februari 1862 - 1 juli 1862)

Mutaties

In juli 1862 worden de twee departementen voor de erediensten opgeheven. De twee ministers krijgen een andere functie.

In december 1862 verwerpt de Eerste Kamer de begroting van Koloniën. Minister Uhlenbeck treedt om die reden af. Zijn opvolger is het Tweede Kamerlid Fransen van de Putte.

Een jaar later, in december 1863, verwerpt de Eerste Kamer de begroting van Buitenlandse Zaken. Minister Van der Maesen de Sombreff vraagt daarop ontslag. Zijn opvolger is de Groningse katholiek Cremers.

Al nadat het kabinet demissionair is geworden, overlijdt minister Huyssen van Kattendijke van Marine.

data en feiten formatie

datum wat wie tot en met dagen
2 januari 1862 benoeming (in)formateur J.K. baron van Goltstein en G.C.J. van Reenen 15 januari 1862 14
16 januari 1862 benoeming (in)formateur J.R. Thorbecke 30 januari 1862 15
1 februari 1862 beëdiging nieuwe bewindslieden Koning Willem III 23 januari 1866 1453
24 januari 1866 kabinet demissionair   9 februari 1866 17
10 februari 1866 ontslag verleend Koning Willem III