Beleid vervoer

Vliegtuig

De Europese regelgeving op het terrein van vervoer is er onder andere op gericht om het internationale vervoer binnen de Europese Unie te bevorderen.

De vervoerssector van de Europese Unie is een belangrijke sector: het transport draagt voor ongeveer 7 procent bij aan het Europese BNP. De vraag naar vervoer neemt elk jaar met gemiddeld 2 à 3 procent toe.

Het vervoersbeleid van de Europese Unie streeft naar het realiseren van vrij transport in de luchtvaart, de zeevaart en over land. Dat wil bijvoorbeeld zeggen dat belemmeringen bij het passeren van landsgrenzen worden weggenomen. Ook moet het makkelijker worden om als vervoerder vrij te kunnen werken in andere EU-landen.

Ontwikkeling in vogelvlucht

Het vervoersbeleid omvat:

  • Zeevaart en overig vervoer op het water: zaken die hier spelen zijn bijvoorbeeld het voorkomen van milieurampen, het reguleren van afval op schepen, en het beschermen van de veiligheid van havens.
  • Luchtvaart: bijvoorbeeld het reguleren van landingsrechten op luchthavens, veiligheidsnormen voor (oude) vliegtuigen, relaties met andere landen (bijvoorbeeld de Verenigde Staten), en veiligheidsmaatregelen ter bestrijding van terrorisme.
  • Vervoer over land: bijvoorbeeld de invoering van een eurovignet, standaarden voor elektronische tolheffing op snelwegen, de belastingheffing op wegen, verkeersveiligheid en het vervoer van goederen per spoor.
  • Het op elkaar laten aansluiten van nationale wegennetten en spoor- en waterwegen. Zo betaalt de Europese Unie mee aan projecten als de Betuwelijn en een snelweg tussen een aantal Oost-Europese landen, en in het verleden aan de Kanaaltunnel tussen Groot-Brittannië en Frankrijk.

Zeevaart en overig vervoer over water

Vervoer over water neemt een belangrijke plaats in de Europese transportsector in. 90 procent van de handel die met landen buiten de EU plaatsvindt, gaat over water. Voor handel tussen de lidstaten is dat ruim 40 procent.

Het internationale vervoer over de zee is geliberaliseerd. De Europese Unie is met name vanaf 1993 meer aandacht gaan besteden aan de gang van zaken in het zeevervoer. Zij voerde toen de maritieme cabotage in. Sindsdien is er meer aandacht voor eerlijke concurrentie, tariefstelling, veilig vervoer van gevaarlijke stoffen en goede arbeidsomstandigheden en -voorwaarden.

Europa heeft ook 37.000 kilometer aan binnenvaartroutes. In 2006 is het actieprogramma Naiades I gestart om de binnenvaart te bevorderen. Veel van de acties uit dit programma zijn afgerond en daarom heeft de Commissie in september 2013 een voorstel gedaan voor een vervolgprogramma: Naiades II.

Het programma moet ervoor te zorgen dat het vervoer over rivieren en kanalen verder gestimuleerd wordt. Maatregelen, zoals onder meer het opheffen van knelpunten en het zorgen voor betere verbindingen met zee- en binnenhavens, zullen het vervoeren van vracht vergemakkelijken, aanzetten tot innovatie en de arbeidskansen vergroten. Ook zal het leiden tot verdere vergroening van de sector, omdat de CO2-uitstoot en het brandstofverbruik van binnenschepen veel minder is dan van vervoer over de weg. 

Luchtvaart

Het luchtvaartvervoer is de afgelopen twintig jaar sterk toegenomen. Door de toegenomen drukte op de luchtverkeerswegen en de concurrentie in de markt, is de noodzaak voor duidelijke regelgeving ook toegenomen. Het luchtvaartbeleid richt zich op de toegang tot de markt, controle op de capaciteit, tarieven, en exploitatievergunningen voor maatschappijen.

Op 1 april 1997 trad de cabotage voor luchtvervoer in werking. Hierin zijn de volgende vier onderdelen opgenomen:

  • een algemene vergunning voor EU-maatschappijen
  • regulering van toegang van ondernemingen tot intracommunautaire verbindingen
  • tarieven voor passagiers en aanpassingen daaraan
  • vrachtdiensten

De EU heeft door het vaststellen van voorschriften gelijke concurrentievoorwaarden gesteld voor alle luchtvaartondernemers.

Om ook in de toekomst voldoende veiligheid en capaciteit te kunnen garanderen werd in maart 2004 een wetgevingspakket voor een Single European Sky (SES, een gemeenschappelijk Europees luchtruim) aangenomen. In 2008 stemde de Raad Vervoer in met een nieuw pakket maatregelen, met als doel het luchtverkeerbeheer in de Europese Unie volledig te harmoniseren. Deze nieuwe maatregelen zouden onder andere moeten leiden tot kortere vluchtroutes, minder CO2-uitstoot en een veiliger luchtvaart.

Vervoer over land: spoor en weg

Het vervoer over land wordt in het beleid van de EU verdeeld in weg- en spoorvervoer.

Vervoer over de weg

Sinds 1 januari 1993 is voor personen- en goederenvervoer binnen de EU de zogeheten cabotage ingevoerd. Hierdoor wordt het voor transportbedrijven mogelijk om ritten te rijden binnen een andere lidstaat van de Europese Unie dan het land waar het bedrijf gevestigd is. Vrachtwagenchauffeurs mogen vanaf 2009 op terugreis van een internationale rit maximaal drie opdrachten in verschillende lidstaten uitvoeren.

Op 4 december 2009 is een pakket aan maatregelen in werking getreden om het Europese goederen- en personenvervoer over de weg efficiënter en goedkoper te maken. Het pakket bevat de volgende zeven punten:

  • aanpassing van de regels voor cabotage: maximaal 3 vrachten in een periode van 7 dagen
  • een Europese 'zwarte lijst' van onbetrouwbare transportbedrijven
  • verbeterde uitwisseling van informatie tussen de EU-lidstaten
  • scherper toezicht op eerlijke concurrentie tussen de transportbedrijven
  • verplichting aan transportbedrijven om zelf controle uit te voeren op naleving van de regels
  • gelijkschakeling van nationale regels over veilig vervoer van personen
  • minder strenge regels voor de verplichte rustperiodes van chauffeurs voor de toeristensector

Onder het beleid voor vervoer over de weg valt ook het verbeteren van de verkeersveiligheid. De doelstelling uit het speciale actieprogramma van de EU om het aantal verkeersdoden voor 2010 te halveren werd niet gehaald. Vervolgens werd het veiligheidsplan 2011-2020 in het leven geroepen om het aantal verkeersdoden in de tien jaar daarna te halveren. In dit veiligheidsplan staan strategieën voor allerlei verkeersdeelnemers.

Op 27 september 2011 is een resolutie over het veiligheidsplan aangenomen in het EP. Het EP deed een beroep op de Commissie om dit plan aan te vullen met meer dan honderd andere maatregelen, waaronder het harmoniseren van verkeersregels en verkeersborden en het aanstellen van een Europese coördinator voor verkeersveiligheid om lidstaten te helpen met het uitvoeren van het veiligheidsplan.

Op 6 mei 2014 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie de richtlijn betreffende de grensoverschrijdende uitwisseling van informatie over verkeersveiligheidgerelateerde verkeersovertredingen nietig verklaard. Reden hiervoor is dat deze richtlijn gebaseerd is op een verkeerde rechtsgrondslag, Europese samenwerking van politiediensten, waarbij het Hof van mening is dat deze richtlijn niet aansluit bij de doelstellingen van deze zogeheten politiële samenwerking. De gevolgen van deze richtlijn blijven nog maximaal 1 jaar in stand.

Als onderdeel van het veiligheidsplan heeft de Europese Commissie met ingang van 29 april 2009 een Europese typegoedkeuring voor vrachtauto's ingevoerd. Voorheen waren truckfabrikanten verplicht om per lidstaat een aparte typegoedkeuring aan te vragen. Nieuwe typen vrachtauto's worden nu getest op onder meer de hoeveelheid uitstoot van schadelijke gassen en de kwaliteit van de remmen, de verlichting en de spiegels. Dit alles zou de verkeersveiligheid in Europa ten goede moeten komen en de belasting voor het milieu verminderen. Voor eurocommissaris Violeta Bulc is het verbeteren van de veiligheid op wegen een prioriteit. 

Een ander onderdeel van het vervoersbeleid is zwaar vrachtvervoer te belasten voor luchtvervuiling en geluidsoverlast. Daarom is in september 2011 de herziening van de Eurovignet-richtlijn aangenomen door de Europese Raad van Transportministers. In de spits mogen EU-landen hiermee hogere toltarieven heffen. Inkomsten uit tol moeten worden gebruikt voor de verbetering van de infrastructuur over de weg, waarvan 15% naar de Transeuropese infrastructuurnetwerken (TEN-T) gaat.

Sinds 1 maart 2013 is een verordening over de rechten van bus- en touringcarpassagiers van kracht. In de wetgeving zijn de rechten van passagiers bij een ongeluk, een vertraging of annulering opgenomen. Zo moeten bus/touringcarmaatschappijen bij een vertraging of overboeking gedupeerden compenseren. Ook zijn ze verplicht om de passagiers op de hoogte te stellen van hun rechten.

Vervoer per spoor

Het spoornetwerk in Europa geldt als een van de modernste van de wereld. Om deze vooraanstaande positie te behouden is het nodig om voortdurend te blijven streven naar verbetering en nieuwe ontwikkelingen in gang te zetten. In juni 2011 werden de EU-vervoersministers het eens over het vergroten van concurrentie op het spoor.

Op 30 januari 2013 kwam de Commissie met een nieuw pakket aan plannen om het Europese spoornetwerk te verbeteren en goedkoper te maken. Het voorstel bestaat uit de volgende punten:

  • 1. 
    vervoerders moeten toegang kunnen krijgen tot de hele Europese markt
  • 2. 
    monopolies van staatsbedrijven (zoals Deutsche Bahn) moeten worden verbroken. Dit moet worden bereikt door de bedrijven te splitsen in een beheers- en een passagiersbedrijf
  • 3. 
    de ERA (het Europees Spoorwegbureau) moet Europese licenties verstrekken, zodat onnodige bureaucratische barrières worden weggenomen

Op 26 maart 2013 heeft de Tweede Kamer aangegeven een gele kaart te willen trekken tegen het voorstel van de EC om het Europese spoor te liberaliseren. Hiervoor heeft Nederland wel de medewerking van andere lidstaten nodig. Een gele kaart kan getrokken worden als een derde van de lidstaten het niet eens is met een voorstel.

Trans-Europese Netwerken (TEN)

Sinds 1992 bouwt de Europese Commissie vrij letterlijk mee aan betere verbindingen in de Europese Unie. De Commissie co-financiert of subsidieert een beperkt aantal grote grensoverschrijdende infrastructurele projecten. Voorbeelden zijn de HSL, de uitbreiding van de luchthaven Malpensa te Milaan, een kanaal tussen de Rijn en de Donau, en een aantal snelwegen in Oost-Europa.

De Europese Investeringsbank (EIB) is vaak ook bij de financiering van deze projecten betrokken. De EIB en de Europese Commissie ondertekenden in januari 2008 een samenwerkingsovereenkomst over een garantie-instrument voor leningen voor Trans-Europese Netwerken: Loan Guarantee Instrument for trans-European transport network projects (LGTT). Deze overeenkomst zou het voor particuliere investeerders aantrekkelijker moeten maken te investeren in TEN-projecten, omdat onder meer de EIB via commerciële banken gedeeltelijk garant staat voor het risico van de eerste 5 tot 7 jaar van een TEN-project.

Om de samenhang tussen de werkzaamheden en plannen op nationaal en Europees niveau te bevorderen, stelt de Commissie voor bepaalde projecten of deelsectoren in het kader van de TEN coördinatoren aan. Zij ondersteunen de uitvoering van prioritaire projecten. Inmiddels zijn acht van dergelijke coördinatoren aangesteld, waaronder Commissaris der Koning te Zeeland en oud-minister van Verkeer en Waterstaat Karla Peijs.

Eén geïntegreerd vervoersnetwerk

In oktober 2011 nam de Commissie een voorstel aan om het huidige netwerk van Europese wegen, spoorwegen, luchthavens en kanalen te hervormen. Hiermee zou één geïntegreerd vervoersnetwerk kunnen ontstaan (TEN-T). Om dit te bereiken moeten knelpunten weggewerkt worden, de infrastructuur worden verbeterd en het grensoverschrijdend vervoer van passagiers en goederen binnen de EU worden gestroomlijnd.

Op 19 oktober 2011 kwam de Commissie met financieringvoorstellen voor de periode 2014-2020. Hieruit blijkt dat de EU haar financiering zal toespitsen op het kernnetwerk. Het gaat hierbij vooral om de aanleg van ontbrekende grensoverschrijdende schakels en het wegwerken van knelpunten. Het nieuwe netwerk zal ook zorgen voor veiliger verkeer met minder verstoppingen dat zich sneller en vlotter kan verplaatsen. Tegen 2050 moet de grote meerderheid van Europeanen en bedrijven zich op maximaal 30 minuten van het toevoernetwerk bevinden.

Een wijdvertakt netwerk van regionale en lokale toevoerroutes zal het nieuwe TEN-T-kernnetwerk ondersteunen. Er zijn beperkte subsidiemogelijkheden via het regionaal beleid en vervoersbeleid van de Unie, daarom zal het kernnetwerk hoofdzakelijk door de lidstaten gefinancierd worden. Voor het meerjarig financieel kader voor vervoer, in het kader van de Connecting Europe Facility, wordt een bedrag van 31,7 miljard euro uitgetrokken. Dit bedrag moet worden gebruikt als aansporing zodat lidstaten verder investeren in de voltooiing van moeilijke, grensoverschrijdende verbindingen. De regeringen van lidstaten zullen 5 miljoen euro inbrengen voor elke miljoen euro die de EU investeert. De private sector zal 20 miljoen investeren.

Innovatiever (openbaar) vervoer

De Commissie beschouwt een combinatie van vervoersmethoden in het goederenvervoer als een belangrijke maatregel om de file- en milieuproblematiek aan te pakken. Wegvervoer vindt in deze visie alleen plaats aan het begin en aan het einde van het traject. Daartussen zou het vervoer over het water en het spoor plaats moeten vinden.

Om de afhankelijkheid van de auto te verkleinen, stimuleert de EU het gebruik van het openbaar vervoer. De Commissie is tegen volledige privatisering van openbaar vervoer. Medefinanciering door de overheid is toegestaan om het niveau van dienstverlening te vergroten. Bovendien mag soms van Europese regels van overheidsaanbesteding worden afgeweken.

Activiteiten van de Europese Commissie op het gebied van openbaar vervoer:

  • het stimuleren van productie van bussen met brandstofcellen
  • het opstarten van het Civitas Forum in 2002, waarin Europese steden ambitieuze vervoersplannen ontwikkelen
  • het aanmoedigen van een Europees netwerk van hogesnelheidslijnen (HSL) en de rol van Publiek Private Samenwerking (PPS) hierin

In het kader van de aanpak van de milieuproblematiek spant de Europese Commissie zich ook in voor energiezuinig vervoer over de weg. Hiertoe presenteerde de Commissie op 6 oktober 2009 een voorstel waarin autobanden voortaan aan bepaalde eisen moeten gaan voldoen. Onderzoek toont aan dat autobanden namelijk verantwoordelijk zijn voor maar liefst 20 tot 30 procent van het totale brandstofverbruik. Door middel van het toekennen van energielabels wordt de Europese burger bewust gemaakt van het verschil dat een set goede autobanden kan maken. Betere banden leiden tot een lager brandstofverbruik. Dit is niet alleen fijn voor de portemonnee van de burger, maar betekent ook een vermindering van schadelijke CO2-uitstoot.

Galileo

Galileo is een mondiaal, civiel satellietnavigatiesysteem dat momenteel wordt ontwikkeld door het Europees ruimteagentschap ESA en de Europese Commissie. Dit project is het grootste Europese ruimtevaartproject ooit. Galileo moet wereldwijd operationeel zijn en is in principe voor iedereen gratis toegankelijk. Met dit civiele satellietnavigatiesysteem wil Europa onafhankelijk worden van het Amerikaanse GPS. 

Lees meer

Bron

Taal

Soort Informatie

Europese Unie

NL

Vervoersbeleid: portaal: spelers, regelgeving en introductie

Wie doet wat

Bij de besluitvorming op dit beleidsterrein spelen de Europese Commissie, de Raad en het Europees Parlement een rol.

Initiatief voor nieuw beleid bij de Europese Commissie

Eerstverantwoordelijk is de Eurocommissaris voor Vervoer:

Invloed nationale parlementen

Nationale parlementen van de lidstaten kunnen binnen acht weken nadat de Europese Commissie een voorstel heeft bekendgemaakt, laten weten dat de Europese Unie zich niet met het onderwerp zou moeten bezighouden.

Vanuit het Nederlandse parlement zijn bij dit beleidsterrein betrokken:

Besluitvorming door Raad en Europees Parlement

De besluitvorming verloopt volgens de gewone wetgevingsprocedure.

De raadsformatie die beslist over het  vervoersbeleid is de Raad vervoer, telecommunicatie en energie. Besluiten worden genomen met gekwalificeerde meerderheid. Nederland kan in deze raad vertegenwoordigd worden door:

Voor het Europees Parlement beoordeelt de parlementaire commissie Vervoer en Toerisme de voorstellen van de Europese Commissie en de eventuele aanvullingen van de Raad. Voor Nederland zijn de volgende Europarlementariërs lid: 

 

Lid/leden

Plaatsvervanger(s)

Als het Europees Parlement het (eventueel aangepaste) voorstel goedkeurt, sluit een overeenstemming in de Raad van de Europese Unie de procedure af. Als het voorstel door de Raad is goedgekeurd, zorgt de Nederlandse regering ervoor dat het voorstel nationaal wordt uitgevoerd.

Meer informatie

Achtergrondartikelen

Nederland

Europese Unie

Activiteitendossier

Factsheet Europees Parlement

Betrokken instanties

Statistiek

European Freight Forwarders Association