Mr. L.A. Donker

foto Mr. L.A. Donkervergrootglas Vooraanstaand Rotterdamse SDAP- en PvdA-politicus. Was advocaat en bezat als jurist veel gezag in de Tweede Kamer. Leidde vijf jaar op voortreffelijke wijze de parlementaire enquête regeringsbeleid 1940-1945. Volgde in 1951 Van der Goes op als fractieleider. Werd minister van Justitie in het derde kabinet-Drees, na zelf eerder als formateur te zijn opgetreden. Had een grote werkkracht en bracht een groot aantal wetten tot stand, zoals nieuwe regelingen voor ontslag, voogdij en ondertoezichtstelling, en een nieuwe wet over administratieve rechtspraak. Eiste daardoor veel van zijn ambtenaren en ook van zichzelf. Overleed enkele maanden voor het einde van de kabinetsperiode.

SDAP, PvdA
in de periode 1935-1956: lid Tweede Kamer, fractievoorzitter TK, minister

voornamen

Leendert Antonie

personalia

geboorteplaats en -datum
Almkerk (N.Br.), 7 september 1899

overlijdensplaats en -datum
Rotterdam, 4 februari 1956

begraafplaats en -datum
Driehuis-Westerveld, 8 februari 1956 (crematie)

levensbeschouwing
  • Hervormd (opgevoed) 
  • geen godsdienst 

partij/stroming

partij(en)
  • SDAP (Sociaal-Democratische Arbeiderspartij), van 1921 tot 9 februari 1946 
  • PvdA (Partij van de Arbeid), vanaf 9 februari 1946 

hoofdfuncties en beroepen

  • advocaat en procureur te Rotterdam, van 1924 tot 1 september 1952 
  • lid gemeenteraad van Rotterdam, van 6 september 1927 tot 1 september 1941 
  • lid Provinciale Staten van Zuid-Holland, van 7 juli 1931 tot 1 september 1941 
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 2 oktober 1935 tot 2 september 1952 
  • lid tijdelijke gemeenteraad van Rotterdam, van 9 november 1945 tot 2 september 1946 
  • lid Provinciale Staten van Zuid-Holland, van 20 juni 1946 tot 2 september 1952 
  • lid gemeenteraad van Rotterdam, van 2 september 1946 tot 2 september 1952 
  • fractievoorzitter PvdA Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 18 september 1951 tot 2 september 1952 (vanwege ziekte nam Burger voor hem waar van 16 januari tot 18 september 1951) 
  • minister van Justitie, van 2 september 1952 tot 4 februari 1956 

gevangenschap/internering
geïnterneerd gijzelaarskamp te Sint-Michielsgestel, van augustus 1942 tot december 1943

partijpolitieke functies

  • secretaris SDAP-commissie voorbereiding rapport "Nieuwe Organen", vanaf 1926 
  • lid SDAP-commissie ter bestudering van de huwelijkswetgeving, vanaf mei 1926 
  • fractievoorzitter SDAP gemeenteraad van Rotterdam, van 1 september 1931 tot 1 september 1941 
  • voorzitter Sociaal-Democratische Vereeniging voor Bevrijd Gebied, vanaf januari 1945 (oprichter) 
  • lid ereraad SDAP, 1945 (beoordeling rol partijleden tijdens de bezetting; bedankte hiervoor omdat hij het fundamenteel oneens was met het gevoerde beleid) 
  • fractievoorzitter PvdA gemeenteraad van Rotterdam, van november 1945 tot 2 september 1952 

lijsttrekkerschap etc.
  • lijsttrekker PvdA gemeenteraadsverkiezingen in Rotterdam, 1946 en 1950 

nevenfuncties

  • plaatsvervangend griffier Raad van Beroep, van 1926 tot 1928 
  • lid Rijkscommissie werkloosheidsverzekering, van 1930 tot 1935 
  • lid Ambtenarengerecht te Rotterdam, vanaf maart 1933 
  • lid bestuur Nederlandse Bond tot Kinderbescherming 
  • hoofdredacteur "Het Vrije Volk", editie Eindhoven, van 1 maart 1945 tot april 1945 
  • lid Staatcommissie Bezettingsrecht (Staatscommissie-Fockema Andreae), van 21 januari 1946 tot 2 september 1952 
  • plaatsvervangend voorzitter Scheidsgerecht voor Ziektewet, vanaf 1946 
  • lid Raad van Advies, Landelijk Comité voor Rechtszekerheid, vanaf 1946 
  • lid Algemeen College van Toezicht, Bijstand en Advies voor het Rijkstucht- en opvoedingswezen, omstreeks 1946 
  • lid Staatscommissie inzake herziening van de Nederlandse Burgerlijke Wetgeving, van 3 december 1947 tot 2 september 1952 
  • voorzitter Raad voor het Rechtsherstel, van oktober 1948 tot 2 september 1952 
  • kabinetsformateur, van 5 augustus 1952 tot 21 augustus 1952 

afgeleide functies, presidia etc.
  • voorzitter begrotingscommissie voor Justitie (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 24 september 1946 tot 14 oktober 1948 
  • voorzitter vaste commissie voor Privaat- en Strafrecht (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 21 september 1946 tot 2 september 1952 
  • voorzitter parlementaire enquêtecommissie regeringsbeleid 1940-1945 (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 12 november 1947 tot 2 september 1952 
  • voorzitter Commissie van Voorbereiding voor de ontwerp-Overwegingswet (Grondwetsherziening) inzake invoering van het instituut van staatssecretaris en vestiging Koninkrijk-nieuwe-stijl (Tweede Kamer der Staten-Generaal), april 1948 
  • voorzitter West-Indische Commissie (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 21 september 1951 tot 2 september 1952 
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1951 tot 2 september 1952 
  • voorzitter Commissie van Voorbereiding voor de wetsontwerpen inzake de Grondwetsherziening (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van november 1951 tot april 1952 

opleiding

voortgezet onderwijs
  • Hogere Burgerschool te Gorinchem 
  • staatsexamen gymnasium-a 

academische studie
  • Nederlands recht, Gemeentelijke Universiteit te Amsterdam, van 1920 tot 22 oktober 1923 (cum laude) 

activiteiten

als parlementariër
  • Was justitiewoordvoerder van de SDAP- en PvdA-Tweede Kamerfractie 

als bewindspersoon (beleidsmatig)
  • Was eerstverantwoordelijke voor het op 23 september 1952 verlenen van gratie aan de Duitse oorlogsmisdadiger W.F.P. Lages, omdat het doodvonnis al twee jaar eerder was uitgesproken en langer uitstel in strijd met een behoorlijke rechtstoepassing werd geacht. Verdedigde dit besluit op 15 oktober 1952 tijdens een interpellatie-Burger. 
  • Had in de periode 1952-1954 een groot aandeel in de totstandkoming van het Statuut van het Koninkrijk 
  • Diende in 1954 met Beel een ontwerp-Politiewet in. Het voorstel werd in 1957 door de ministers Struijcken en Samkalden in het Staatsblad gebracht. 
  • Diende wetsvoorstellen in voor de eerste vier van de negen boeken van het Nieuw Burgerlijk Wetboek 
  • Diende in 1955 wetsvoorstellen in tot herziening van het kinderstrafrecht en kinderprocesrecht en tot vaststelling van een Beginselwet voor de kinderbescherming 
  • Diende in 1955 samen met minister Mansholt een ontwerp-Pachtwet in. Deze werd in 1958 door de ministers Samkalden en Vondeling in het Staatsblad gebracht. 
  • Verdedigde 1955 samen met minister Beyen in de Tweede Kamer het wetsvoorstel Goedkeuring van het op 28 juli 1951 te Genève ondertekende Verdrag betreffende de status van vluchtelingen (3542) 
  • Trok in 1955 een in 1954 ingediend wetsvoorstel tot wijziging van de Wet op de rechterlijke organisatie in, nadat een onaanvaardbaar verklaard amendement-Van Rijckevorsel was aangenomen over de samenstelling van een permanent college van advies. Door het amendement-Van Rijckevorsel zou dit in meerderheid uit rechters bestaan. In een nieuw voorstel was dit college geschrapt en werd een taak toebedeeld aan de Vereniging voor Rechtspraak. (3705) 
  • Bij zijn overlijden waren 21 wetsvoorstellen bij de Tweede Kamer aanhangig en 25 in voorbereiding 

als bewindspersoon (wetgeving)
  • Bracht in 1953 de Wet voorziening ter wegneming van staatloosheid (Stb. 363) tot stand. Dit is vooral van belang voor Nederlanders die in vreemde krijgsdienst zijn getreden; er wordt echter niet overgegaan tot automatische naturalisatie. Het wetsvoorstel was in 1951 ingediend door minister Mulderije. (2127) 
  • Bracht in 1953 een wet (Stb. 619) houdende een nieuwe regeling van het ontslagrecht tot stand. Deze bevat onder meer verlenging van de opzeggingstermijn bij ontslag door zowel werkgever als werknemer en een betere bescherming tegen 'onredelijk' ontslag. Het wetsvoorstel was in 1948 ingediend door minister Van Maarseveen. (881) 
  • Bracht in 1954 een wet (Stb. 407) tot stand inzake de invoering van een maximum leeftijdsgrens van 70 jaar voor het notarisambt en tot oprichting van een notarieel pensioenfonds. (3045) 
  • Bracht in 1954 de Wet administratieve rechtspraak bedrijfsorganisatie (Stb. 416) en Tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie (Stb. 416) tot stand. Er komt een College van Beroep voor het bedrijfsleven waar belanghebbende beroep kunnen instellen tegen besluiten van publiekrechtelijke lichamen. De wetsvoorstellen waren in 1952 ingediend door minister Mulderije. (2493) 
  • Bracht in 1954 een wet (Stb. 602) tot reorganisatie van de voogdijraden tot stand. De voogdijraden krijgen de naam raden voor de kinderbescherming en hun functie wordt verbreed. (2814) 
  • Bracht in 1955 de Beroepswet (Stb. 47) tot stand over de organisatie en procedure van de Centrale Raad van Beroep en de raden van beroep inzake behandeling van twistgeschillen tussen werkgevers en werknemers. De colleges zijn belast met de administratieve rechtspraak op het gebied van de sociale zekerheid. De Centrale Raad is mede belast met hoger beroep in ambtenaren- en pensioenzaken. (3585) 
  • Bracht in 1955 een wijziging (Stb. 323) van het Burgerlijk Wetboek inzake de ondertoezichtstelling van kinderen tot stand. Buitenhuisverpleging wordt in principe beperkt tot twee jaar en moet worden bevolen door de kinderrechter. (3583) 
  • Bracht in 1955 de Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag (Stb. 395) tot stand. Deze wet regelt de toegang tot gegevens over iemands strafblad. Justitiële gegevens zijn slechts in beperkte mate toegankelijk voor personen buiten de rechterlijke macht. De wet vervangt het besluit justitiële documentatie uit 1951. (3551) 
  • Bracht in 1955 een wet over het tegengaan van lichtvaardige echtscheiding tot stand. Deze wet trad echter nimmer in werking. Het voorstel was in 1948 door minister Van Maarseveen ingediend. (848) 
  • Bracht in 1956 een wet (Stb. 42) tot stand waarbij de mogelijkheid van adoptie werd ingevoerd. Bij adoptie staat het belang van het kind voorop. Aan het adopterend gezin wordt de eis gesteld dat het zoveel mogelijk gelijkwaardig is aan het ouderlijk milieu. Er komen eisen aan zowel de adoptief ouders als aan de eventuele samenstelling van het adoptiegezin. Ook kinderlozen mogen kinderen adopteren. Adoptiekinderen krijgen de staat van wettig kind der adoptanten en hun burgerlijke betrekkingen met de oorspronkelijke ouders en bloed- en aanverwanten houden op. Verzet van natuurlijke ouders tegen adoptie via rechtsmiddelen is mogelijk. De Raden voor de kinderbescherming worden belast met het onderzoek bij een verzoek tot adoptie. (3530) 

als (in)formateur
  • Kreeg op 5 augustus 1952 de opdracht tot vorming van een kabinet. Streefde naar vorming van een extra-parlementair kabinet van PvdA, KVP, ARP en CHU. Nadat de KVP de portefeuilleverdeling had afgewezen, vroeg hij op 21 augustus ontheffing van zijn opdracht. Vooral de bezetting van Buitenlandse Zaken en de toebedeling van Volkshuisvesting aan de PvdA waren breekpunten. 

wetenswaardigheden

algemeen
  • Werd in september 1945 door Van der Goes van Naters verslagen bij de verkiezing van een nieuwe fractievoorzitter van de SDAP in de Tweede Kamer 
  • Werd in augustus en september 1948, en in september 1949 en 1950 als tweede op de voordracht voor het Tweede Kamervoorzitterschap geplaatst 

uit de privésfeer
  • Studeerde af bij prof. W.A. Bonger 
  • Zat tussen december 1943 en oktober 1944 ondergedoken in de Betuwe 
  • Wist in 1944 via Wageningen door de linies naar bevrijd gebied te komen en vertrok van daar uit als vertegenwoordiger van de SDAP naar het Labour congres in Londen 
  • Keerde zich in april 1945 in de Eindhovense edite van "Het Vrije Volk" tegen minister Beel, vanwege diens opvattingen in het zogenoemde 'Eindhovens Adres' over staatkundige vernieuwing uit 1944 
  • Werd in januari 1956 getroffen door een hartaanval 
  • Voorafgaande aan de crematie in Westerveld werd op 8 februari 1956 een bijeenkomst ter zijner nagedachtenis gehouden in de Rotterdamse Schouwburg 
  • Zijn vader was landbouwer 

niet-aanvaarde politieke functies
  • minister van Justitie, 1948 (stond op de nominatie) 

woonplaats(en)/adres(sen)
  • Rotterdam, vanaf 1924 
  • Rotterdam, Concordiastraat 10, omstreeks 1937 
  • Eindhoven, van oktober 1944 tot 1945 
  • Rotterdam, Charlotte de Bourbonstraat 28, omstreeks 1946 tot 4 februari 1956 

ridderorden
Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 30 april 1949

publicaties/bronnen

literatuur/documentatie
  • "Mr. L.A. Donker", in: Nederlands Juristenblad, 31 (1956) 
  • J. Zeelenberg, "Bij de dood van Mr. L.A. Donker. Zijn werken volgen hem na", in: Socialisme en Democratie 13 (1956) 
  • J. van Vollenhoven, "In memoriam Mr. L.A. Donker", in: Rotterdams Jaarboekje (1957), 175 
  • Redevoeringen gehouden bij het overlijden en de crematie van de heer mr. L.A. Donker, minister van Justitie (z.p., 1956) (bevat portret, redevoeringen van J. van Vollenhoven e.a.) 
  • J. Bosmans, "Donker, Leendert Antonie (1899-1956)", in: Biografisch Woordenboek van Nederland, deel II, 130 
  • D. Hillenius, "Ereraad", in: "Hillenius Gebundeld", 92 e.v. 

Biografisch Woordenboek(en)
biografie opgenomen in het Biografisch Woordenboek van Nederland

familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm
  • gehuwd te Rotterdam, 10 juni 1926 (huwelijk ontbonden 19 juli 1938) 
  • gehuwd (tweede huwelijk), 25 augustus 1938 

echtgeno(o)t(e)/partner
A.E.M. Bosma, Anna Elisabeth Maria

2e echtgeno(o)t(e)/partner
G.F.A. Carstens, Georgina Frederika Augusta

kinderen
  • 1 buitenechtelijke dochter (tijdens eerste huwelijk) 
  • 1 zoon (uit tweede huwelijk) 

vader
A.W. Donker, Antonie Willem

geboorteplaats en/of -datum
Almkerk, 1869

moeder
H. Beuzekom, Hendrika

geboorteplaats en/of -datum
Hardinxveld, 14 mei 1872

Bovenstaande gegevens zijn ontleend aan het biografisch archief van het Parlementair Documentatiecentrum (PDC) van de Universiteit Leiden en betreffen vooral de periode waarin iemand politiek en bestuurlijk actief is of was.
Aanvullingen en gemotiveerde correcties ontvangt PDC graag. U kunt hiervoor de "reageer-keuze" aan de rechterzijde van deze pagina gebruiken of uw aanvullingen per post sturen naar PDC, antwoordnummer 10801, 2501 BW Den Haag of per email aan info@biografieen.com.