Migrantenstroom naar Italië zorgt voor ophef binnen EU - Hoofdinhoud
Op 17 december 2010 vond een publieke zelfverbranding plaats in de Tunesische stad Sidi Bouzid. Deze actie vormde het begin van massale protesten tegen de Tunesische regering. Gevolg was een kettingreactie waarbij in bijna de gehele Arabische wereld onrust ontstond. Dit zorgde voor een immigratiegolf naar omliggende landen en naar de Europese Unie.
Het Italiaanse eiland Lampedusa ligt in de Middellandse Zee, dicht bij de Noord-Afrikaanse kust. Het is daardoor voor Noord-Afrikaanse vluchtelingen een makkelijk te bereiken uitvalsbasis. Na de politieke onrust begin 2011 vluchtten veel mensen uit Libië en Tunesië naar Lampedusa. Tussen half februari en half maart meldden zich daar al 10.000 mensen.
Italië probeerde andere EU-lidstaten onder druk te zetten door een humanitair visum aan Tunesische migranten te geven. Dit zorgde voor veel ophef tussen enerzijds Italië en anderzijds de rest van de EU. De EU hielp Italië ondertussen wel in de vorm van Frontex-missies. Italië wilde echter ook hulp van andere EU-lidstaten bij de opvang van de migranten.
De Europese Raad besloot in de zomer van 2011 tot de mogelijkheid om tijdelijk opnieuw grenscontroles in te stellendat als er een kritieke situatie ontstaat. In juni 2012 besloot de Raad justitie en binnenlandse zaken dat lidstaten zelf mogen beslissen of zij tijdelijk hun grenzen gaan controleren, zonder medezeggenschap van het Europees Parlement.
Op 16 februari 2011 kwamen na het oproer in Noord-Afrika de eerste Tunesische migranten aan op het eiland Lampedusa. De Italiaanse regering waarschuwde dat Europa een extra migratiestroom te verwerken zou krijgen, waarbij Italië de grootste klappen zou moeten incasseren. De Italiaanse ministers wezen op mogelijke gevolgen voor de interne veiligheid van de EU.
Al snel bood de EU hulp aan Italië en startte het Europees agentschap Frontex een missie om het land te ondersteunen. Nederland leverde ook een bijdrage, door vliegtuigen te leveren om langs de kust mee te patrouilleren.
Over de opvang van politieke vluchtelingen die uit Libië kwamen was weinig ophef. De EU-landen maakten al vrij snel afspraken over de opvang en verdeling van deze migranten. Het zijn de Tunesische migranten die tot discussie binnen de EU leidden.
Nadat in januari 2011 de regering in Tunesië was afgezet, kalmeerden de gemoederen daar al snel. De vluchtelingen waren volgens de EU dus vooral economische vluchtelingen, die gewoon terug konden naar Tunesië. Echter, de meeste vluchtelingen zitten nog steeds vast in Italië omdat Tunesië tot nu toe weigert deze migranten terug te nemen.
De discussie tussen Italië en de andere EU-landen begon met de opmerking van een Italiaans minister. Hij zei dat de migranten moesten worden verspreid over de EU. Deze uitspraak werd hem door de noordelijke lidstaten niet in dank afgenomen. Zij wilden Italië financieel ondersteunen, maar van een herverdeling van vluchtelingen kon geen sprake zijn.
In het voorjaar van 2011 beschuldigde Italië de EU-landen ervan geen hulp te willen bieden. Italië kondigde aan een humanitair visum te verlenen aan de Tunesische migranten. Hiermee zouden zij vrij kunnen rondreizen binnen het Schengengebied. Dit leidde tot boze reacties vanuit de Europese landen, waarbij Duitsland en Frankrijk voorop liepen. Duitsland, Oostenrijk en Frankrijk gaven aan de grenscontroles weer in te voeren als Italië een humanitair visum zou gaan verlenen aan de Tunesische migranten.
Op 5 april heeft de Tunesische regering toegezegd nieuwe migranten die aankomen in de EU weer terug te nemen. Over de 25.000 migranten die vóór 5 april naar de EU zijn gegaan, is nog geen overeenkomst gesloten. De EU heeft Tunesië 140 miljoen euro geboden als het land de migranten weer terug zou nemen.
De zaak dreigde te escaleren toen Italië in april 2011 daadwerkelijk 'humanitaire visa' verstrekte onder de Tunesische vluchtelingen, zonder dat daarvoor een paspoort hoefde te worden overlegd. Frankrijk was woedend en hield treinen tegen waarmee de Tunesiërs vanuit het Italiaanse Ventimiglia op weg waren naar de Franse grensplaats Menton . Ook Duitsland, Nederland en andere Schengenlanden protesteerden hevig tegen de visaverstrekking door Italië.
Op 26 april lieten Sarkozy en Berlusconi weten de Schengenverdragen te willen wijzigen. Er zouden nieuwe regels moeten komen waardoor landen het verdrag makkelijker kunnen opschorten of er van mogen afwijken. De Europese Commissie stelde daarom voor herinvoering van grenscontroles toe te staan als een land wordt geconfronteerd met een massale toestroom van (illegale) migranten.
De Europese staatshoofden en regeringsleiders hebben besloten dat er een uitzonderingsmechanisme in het Schengenverdrag toegevoegd zal worden om tijdelijke controles aan de binnengrenzen mogelijk te maken. Het moet gaan om bijzondere omstandigheden , waardoor lidstaten niet meer in staat zijn om zonder deze controles toezicht te houden op immigratie en douane.
In september 2011 maakte eurocommissaris Malmström bekend dat de regels voor de besluitvorming over het herinvoeren van grenscontroles worden aangescherpt: alleen in onvoorziene noodgevallen mag een lidstaat voor vijf dagen zijn grenzen sluiten, daarna alleen nog met instemming van de Europese Commissie.
In de zomer van 2011 heeft Denemarken voor enige maanden een steekproefsgewijze grenscontrole bij de Duitse en Zweedse grens ingesteld. Naar eigen zeggen om criminelen en illegalen buiten de grenzen te houden. In oktober van dat jaar schafte de nieuwe regering de grenscontrole juist weer af.
Eurostat maakte in oktober 2011 bekend dat de angst in Nederland voor een grote toestroom van vluchtelingen ongegrond was. Het is onwaarschijnlijk dat illegalen in groten getale naar Noord-Europa zijn vertrokken. Hoewel in 2011 55.000 mensen in Italië aankwamen, tegenover 36.000 in 2008, zou het grootste aantal hiervan bestaan uit de gebruikelijke 'gelukszoekers'.
De meeste mensen die het geweld in eigen land ontvluchtten trokken naar buurlanden. Volgens cijfers van de International Organization for Migration trokken ruim 233.526 Libische vluchtelingen naar buurland Tunesië, 192.089 vluchtelingen trokken naar buurland Egypte. Het aantal vluchtelingen dat naar Europa kwam is hiermee vergeleken klein.
In maart 2012 dreigde de toenmalige Franse president Nicolas Sarkozy twee keer met het opzeggen van het Schengenverdrag als de deelnemende landen hun grenzen niet veel beter zouden gaan controleren. Begin april kwam ook de Duitse minister Hans-Peter Friedrich met een voorstel: als landen zoals Griekenland verzuimen hun grenzen goed te bewaken, dan mogen de andere EU-landen tijdelijk weer grenscontroles invoeren. Op dit moment werken Duitsland en Frankrijk samen aan een voorstel om de regels van het Schengenverdrag aan te passen.
De Europese Raad kwam in de zomer van 2011 overeen een uitzonderingsconstructie in het Schengenverdrag op te nemen. Als er een kritieke situatie ontstaat, moet een bijzonder mechanisme de mogelijkheid bieden om tijdelijk opnieuw grenscontroles in te stellen.
In juni 2012 besloot de Raad justitie en binnenlandse zaken dat lidstaten zelf mogen beslissen of zij tijdelijk hun grenzen gaan controleren. De Raad legde een voorstel van de Europese Commissie om dit volgens vaste criteria en in samenspraak met het Europees Parlement te blijven doen, naast zich neer. Voorzitter Schulz van het Europees Parlement sprak van een ernstig incident.