EUROPESE UNIE
HET EUROPEES PARLEMENT DE RAAD
-
Brussel, 5 december 2011
(OR. en)
2011/0211 (COD) PE-CONS 66/11
FSTR 74 FC 53 REGIO 122 SOC 987 CADREFIN 126 CODEC 1997
WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN
Betreft:
VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad wat betreft sommige bepalingen in verband met het financiële beheer voor bepaalde lidstaten die ten aanzien van hun financiële stabiliteit ernstige moeilijkheden ondervinden of daardoor worden bedreigd
VERORDENING (EU) nr. .../2011
VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
van ...
tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad
wat betreft sommige bepalingen in verband met het financiële beheer
voor bepaalde lidstaten die ten aanzien van hun financiële stabiliteit
ernstige moeilijkheden ondervinden of daardoor worden bedreigd
HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 177,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,
Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité1,
Na raadpleging van het Comité van de Regio's,
Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure2,
Overwegende hetgeen volgt:
(1) De ongekende wereldwijde financiële crisis en economische neergang hebben de
economische groei en de financiële stabiliteit ernstig geschaad, en de financiële,
economische en maatschappelijke omstandigheden in verscheidene lidstaten aanzienlijk
verslechterd. Met name bepaalde lidstaten kampen met ernstige moeilijkheden of worden
daardoor bedreigd, in het bijzonder wat hun economische groei en financiële stabiliteit
betreft, en kennen een oplopend tekort en een verslechterende schuldenpositie, mede als
gevolg van het internationale economische en financiële klimaat.
(2) Hoewel reeds belangrijke maatregelen zijn genomen om de negatieve effecten van de crisis
op te vangen, waaronder wijzigingen van het wetgevend kader, doen de gevolgen van de
financiële crisis voor de reële economie, de arbeidsmarkt en de burgers zich op grote
schaal voelen. De druk op de nationale financiële middelen neemt toe en er moeten
dringend verdere stappen worden genomen om die druk te verlichten door maximaal en
optimaal gebruik van de financiering in het kader van de structuurfondsen en het
Cohesiefonds.
(3) Ingevolge artikel 122, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese
Unie, dat in de mogelijkheid voorziet dat de Unie financiële bijstand aan een lidstaat
verleent in geval van moeilijkheden of ernstige dreiging van grote moeilijkheden die
worden veroorzaakt door buitengewone gebeurtenissen die deze lidstaat niet kan
beheersen, is bij Verordening (EU) nr. 407/2010 van de Raad van 11 mei houdende
(4) Bij Uitvoeringsbesluit 2011/77/EU van de Raad van 7 december 20101 en Uitvoerings-
besluit 2011/344/EU van de Raad van 30 mei 20112 is aan Ierland respectievelijk Portugal
dergelijke financiële bijstand verleend.
(5) Griekenland had reeds vóór de inwerkingtreding van Verordening (EU) nr. 407/2010 te
kampen met ernstige moeilijkheden ten aanzien van zijn financiële stabiliteit. Daarom kon
de financiële bijstand aan Griekenland niet op die verordening worden gebaseerd.
(6) Het akkoord tussen de kredietverstrekkers en de leningsovereenkomst voor Griekenland
van 8 mei 2010 is op 11 mei 2010 van kracht geworden. In laatstbedoelde overeenkomst
wordt bepaald dat het akkoord tussen de kredietverstrekkers onverminderd van kracht blijft
gedurende een programmaperiode van drie jaar, zolang er bedragen uitstaan in het kader
van de leningsovereenkomst.
(7) Bij Verordening (EG) nr. 332/2002 van de Raad van 18 februari 2002 houdende instelling
van een mechanisme voor financiële ondersteuning op middellange termijn van de
betalingsbalansen van de lidstaten3, is een instrument ingesteld waarmee de Raad in geval
van moeilijkheden of ernstig dreigende moeilijkheden in de betalingsbalans van een
lidstaat die niet aan de euro deelneemt, financiële ondersteuning op middellange termijn
moet verlenen.
(8) Bij Beschikking 2009/102/EG van de Raad van 4 november 20084, Beschikking
2009/290/EG van de Raad van 20 januari 20095 en Beschikking 2009/459/EG van de Raad
(9) De periode waarin Ierland, Hongarije, Letland, Portugal en Roemenië over financiële
bijstand kunnen beschikken, is vastgesteld in de respectieve besluiten en beschikkingen
van de Raad. De periode waarin financiële bijstand voor Hongarije beschikbaar werd
gesteld, is op 4 november 2010 verstreken.
(10) De periode waarin Griekenland over de bijstand in het kader van het akkoord tussen de
kredietverstrekkers en de leningsovereenkomst van de eurozone kan beschikken, verschilt
naargelang de lidstaat die aan deze instrumenten deelneemt.
(11) Op 11 juli 2011 hebben de ministers van Financiën van de 17 lidstaten van de eurozone het
Verdrag tot instelling van het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM) ondertekend. Dat
verdrag volgt op het besluit van de Europese Raad van 25 maart 2011. Daarin wordt in het
vooruitzicht gesteld dat het ESM tegen 2013 de taken op zich zal nemen die momenteel
worden uitgevoerd door de Europese Faciliteit voor financiële stabiliteit (EFSF) en het
Europees financieel stabilisatiemechanisme (EFSM). Derhalve dient in deze verordening
reeds met het ESM rekening te worden gehouden.
(12) In zijn conclusies juicht de Europese Raad van 23 en 24 juni 2011 het voornemen van de
Commissie toe om te zorgen voor sterkere synergieën tussen het kredietprogramma voor
Griekenland en de fondsen van de Unie, en ondersteunt hij de inspanningen om
Griekenland meer in staat te stellen de middelen van de Unie aan te spreken teneinde de
groei en de werkgelegenheid te stimuleren door zich opnieuw te richten op het verbeteren
van het concurrentievermogen en het scheppen van werkgelegenheid. Bovendien
(13) Om het beheer van de financiering van de Unie te vergemakkelijken, om bij te dragen tot
snellere investeringen in de lidstaten en in de regio's en om de beschikbaarheid van
financiële middelen ter uitvoering van het cohesiebeleid te verbeteren, moet, wanneer
zulks gerechtvaardigd is en onverminderd de programmeringsperiode 2014-2020, tijdelijk
worden toegestaan dat de tussentijdse betalingen en de saldobetalingen uit de structuur-
fondsen en het Cohesiefonds worden verhoogd met een bedrag gelijk aan tien procent-
punten meer dan het geldende medefinancieringspercentage voor elke prioritaire as voor
lidstaten die ernstige moeilijkheden ondervinden wat hun financiële stabiliteit betreft en
die hebben verzocht om voor deze maatregel in aanmerking te komen. De vereiste
nationale bijdrage zal dienovereenkomstig worden verlaagd. Gelet op de tijdelijke aard van
de verhoging en teneinde de oorspronkelijke medefinancieringspercentages te handhaven
als referentiepunt voor de berekening van de tijdelijk verhoogde bedragen, moeten de uit
het mechanisme voortvloeiende wijzigingen niet worden meegenomen in het in het
operationeel programma opgenomen financieel plan. Wel is het mogelijk dat operationele
programma's moeten worden geactualiseerd teneinde de fondsen vooral aan te wenden ten
bate van het concurrentievermogen, de groei en de werkgelegenheid en om de doel-
stellingen van die programma's af te stemmen op het lagere totaalbedrag aan beschikbare
(14) De lidstaat die de Commissie om een afwijking op grond van artikel 77, lid 2 van
Verordening (EG) nr. 1083/2006 verzoekt, moet in zijn verzoek duidelijk aangeven vanaf
welke datum hij meent dat de toepassing van de afwijking gerechtvaardigd zou zijn. De
betrokken lidstaat dient in zijn verzoek alle gegevens over zijn macro-economische en
begrotingssituatie ter beschikking te stellen die nodig zijn om aan te tonen dat er geen
middelen voor de nationale bijdrage beschikbaar zijn; dat een verhoging van de betalingen
uit hoofde van de afwijking noodzakelijk is om de verdere uitvoering van de operationele
programma's te garanderen; en dat de absorptiecapaciteit problematisch blijft, zelfs
wanneer de in bijlage III vastgestelde maxima voor medefinancieringspercentages worden
gebruikt. De betrokken lidstaat moet voorts meedelen op basis van welk besluit of welke
beschikking van de Raad of op basis van welke andere rechtshandeling hij voor de
afwijking in aanmerking komt. De Commissie dient na te gaan of de overgelegde gegevens
correct zijn, moet dan ook over een termijn van 30 dagen te rekenen vanaf de datum van
indiening beschikken om bezwaar te maken. Teneinde afwijkingen effectief en
operationeel te maken, dient tevens te worden bepaald dat, bij het uitblijven van bezwaren
van de Commissie, het verzoek van de lidstaat gerechtvaardigd moet worden geacht. De
Commissie dient evenwel de bevoegdheid te worden verleend om, door middel van
uitvoeringshandelingen, een besluit te nemen over eventuele bezwaren tegen het verzoek
van de lidstaat; dit besluit wordt met redenen omkleed.
(15) De regels inzake de berekening van de tussentijdse betalingen en de saldobetalingen voor
de operationele programma's gedurende de periode waarin de lidstaten financiële bijstand
krijgen voor het aanpakken van de ernstige moeilijkheden ten aanzien van hun financiële
stabiliteit, moeten dienovereenkomstig worden herzien.
(16) Het is nodig te zorgen voor een adequate verslaglegging over de aanwending van de
verhoogde bedragen die beschikbaar worden gesteld aan de lidstaten die genieten van een
tijdelijke verhoging van de tussentijdse betalingen en saldobetalingen krachtens
Verordening (EG) nr. 1083/2006.
(17) Na afloop van de periode waarin de financiële bijstand beschikbaar is gesteld, zou het in
het kader van de evaluaties die worden verricht overeenkomstig artikel 48, lid 3, van
Verordening (EG) nr. 1083/2006, nodig kunnen blijken om onder meer te beoordelen of
met de vermindering van de nationale medefinanciering aanzienlijk wordt afgeweken van
de oorspronkelijk gestelde doelen. Een dergelijke evaluatie zou tot de herziening van het
operationele programma kunnen leiden.
(18) Aangezien de ongekende crisis die de internationale financiële markten treft en de
economische neergang, die de financiële stabiliteit van verscheidene lidstaten ernstig
hebben geschaad, een snelle reactie nodig maken teneinde de effecten op de economie als
geheel tegen te gaan, moet deze verordening zo snel mogelijk in werking treden. Gezien de
uitzonderlijke situatie waarin de betrokken lidstaten verkeren, met terugwerkende kracht
van toepassing worden met ingang van hetzij het begrotingsjaar 2010, hetzij de datum
waarop de financiële steun beschikbaar is gesteld, afhankelijk van de status van de
verzoekende lidstaat, voor de periodes waarin de lidstaten financiële steun hebben
ontvangen van de Unie of van andere lidstaten uit de eurozone om ernstige moeilijkheden
ten aanzien van hun financiële stabiliteit aan te pakken,
(19) Indien een beoogde tijdelijke verhoging van tussentijdse betalingen of saldobetalingen
beoogd wordt overeenkomstig de afwijking krachtens artikel 77, lid 2, van Verordening
(EG) nr. 1083/2006, moet deze verhoging tevens worden gezien in het kader van de
budgettaire beperkingen waarmee alle lidstaten kampen, die naar behoren in aanmerking
moeten worden genomen in de algemene begroting van de Europese Unie. Voorts dient de
toepassing van dit mechanisme, dat in de eerste plaats is bedoeld om specifieke actuele
problemen aan te pakken, beperkt te worden in de tijd. Dit mechanisme dient derhalve met
ingang van 1 januari 2010 te worden toegepast en uiterlijk 31 december 2013 te
verstrijken.
(20) Verordening (EG) nr. 1083/2006 dient derhalve dienovereenkomstig te worden gewijzigd,
Artikel 1
Artikel 77 van Verordening (EG) nr. 1083/2006 wordt vervangen door:
"Article 77
Gemeenschappelijke bepalingen betreffende de berekening van
de tussentijdse betalingen en de saldobetalingen
-
1.De tussentijdse betalingen en de saldobetalingen worden berekend door het in de
beschikking tot goedkeuring van het operationele programma bepaalde medefinancierings-
percentage voor elke prioritaire as toe te passen op de subsidiabele uitgaven die in het
kader van die prioritaire as zijn vermeld op basis van een door de certificeringsautoriteit
gecertificeerde uitgavenstaat.
-
2.In afwijking van artikel 53, lid 2, en artikel 53, lid 4, tweede volzin, alsmede van de in
bijlage III vastgestelde maxima, worden tussentijdse betalingen en saldobetalingen
verhoogd met een bedrag dat gelijk is aan tien procentpunten meer dan het voor elke
prioritaire as geldende medefinancieringspercentage, zonder meer dan honderd percent te
mogen bedragen, en dat wordt toegepast op het bedrag van de subsidiabele uitgaven die
recent zijn gedeclareerd in elke gecertificeerde uitgavenstaat die een lidstaat indient
gedurende de periode waarin hij aan een van de volgende voorwaarden voldoet:
-
a)hij ontvangt financiële bijstand overeenkomstig Verordening (EU) nr. 407/2010 van
de Raad van 10 mei 2011 houdende instelling van een Europees financieel
-
b)hij ontvangt financiële bijstand op middellange termn overeenkomstig Verordening
(EG) nr. 332/2002 van de Raad**;
-
c)hij ontvangt financiële bijstand overeenkomstig het Verdrag tot instelling van het
Europees Stabiliteitsmechanisme ingevolge de inwerkingtreding ervan.
-
3.Een lidstaat die van een krachtens lid 2 afwijking wenst te genieten, dient een schriftelijk
verzoek in bij de Commissie uiterlijk...*, dan wel uiterlijk twee maanden te rekenen vanaf
de datum waarop de lidstaat aan één van de in lid 2, onder a), b) en c), genoemde
voorwaarden voldoet.
-
4.In zijn verzoek krachtens lid 3 motiveert de lidstaat de redenen waarom een afwijking
noodzakelijk is, door het overleggen van de gegevens die nodig zijn om aan te tonen:
-
a)dat de middelen voor het nationale bedrag niet beschikbaar zijn, ter staving waarvan
gegevens over de macro-economische en de begrotingssituatie worden overgelegd;
-
b)dat een verhoging van de in lid 2 bedoelde betalingen noodzakelijk is om de verdere
uitvoering van de operationele programma's te garanderen;
-
c)de problemen aanhouden, zelfs wanneer de in bijlage III vastgestelde maxima voor
de medefinancieringspercentages worden gebruikt;
-
d)dat hij aan één van de in lid 2, onder a) tot en met c), genoemde voorwaarden voldoet
door een referentie aan een besluit van de Raad dan wel een andere rechtshandeling
te verstrekken, evenals de precieze datum met ingang waarvan de financiële steun ter
beschikking van de lidstaat werd gesteld.
De Commissie gaat na of de overgelegde gegevens het verlenen van een afwijking
krachtens lid 2 verrechtvaardigen. De Commissie beschikt over een termijn van 30 dagen
vanaf de datum van indiening van het verzoek om een bezwaar te maken met betrekking
tot de juistheid van de overgelegde gegevens.
Indien de Commissie besluit een bezwaar te maken tegen het verzoek van de lidstaat,
neemt zij ter zake, door middel van een uitvoeringshandeling, een besluit dat zij met
redenen omkleedt.
Indien de Commissie geen bezwaar maakt tegen het verzoek van de lidstaat krachtens
artikel 2 bis, wordt het verzoek gerechtvaardigd geacht.
-
5.In het verzoek van de lidstaat wordt tevens nader meegedeeld hoe deze de in lid 2 bepaalde
afwijking zal aanwenden en welke aanvullende maatregelen worden voorzien om de
fondsen vooral aan te wenden ten bate van het concurrentievermogen, de groei en de
werkgelegenheid, hetgeen, zo nodig, een wijziging van operationele programma's kan
omvatten.
-
7.Voor de berekening van de tussentijdse betalingen en de saldobetalingen, nadat de lidstaat
niet langer in aanmerking komt voor de in lid 2 bedoelde financiële bijstand, houdt de
Commissie geen rekening met de overeenkomstig dat lid betaalde verhoogde bedragen.
Met deze bedragen zal evenwel rekening worden gehouden voor de toepassing van
artikel 79, lid 1.
-
8.De ingevolge de toepassing van lid 2, verhoogde tussentijdse betalingen worden zo
spoedig mogelijk ter beschikking van de beheersautoriteit gesteld en worden uitsluitend
gebruikt voor het doen van betalingen in het kader van de uitvoering van het operationele
programma.
-
9.In het kader van strategische rapportage overeenkomstig artikel 29, lid 1, verstrekken de
lidstaten de Commissie de nodige informatie over de manier waarop de in lid 2 van dit
artikel bepaalde afwijking wordt aangewend, waarbij wordt aangetoond hoe het verhoogde
steunbedrag in de betrokken lidstaat het concurrentievermogen, de groei en de werk-
gelegenheid ten goede is gekomen. De Commissie houdt bij het opstellen van de in
artikel 30, lid 1, bedoelde strategische rapportage rekening met deze informatie.
-
10.Onverminderd lid 2 mag de bijdrage van de Unie in de vorm van tussentijdse betalingen en
saldobetalingen niet hoger zijn dan de overheidsbijdrage en het maximale bedrag aan
bijstand uit de fondsen voor elke prioritaire as zoals bepaald in de beschikking van de
Commissie tot goedkeuring van het operationele programma.
-
11.De leden 2 tot en met 4 gelden niet voor operationele programma's in het kader van de
doelstelling 'Europese territoriale samenwerking'.
_______________
-
*PB L 118 van 12.5.2010, blz. 1.
** PB L 53 van 23.2.2002, blz. 1.".
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van
de Europese Unie.
Zij geldt echter met terugwerkende kracht voor de volgende lidstaten: voor Ierland, Griekenland
en Portugal met ingang van de datum waarop de in artikel 77, lid 2, van Verordening (EG)
nr. 1083/2006 genoemde financiële bijstand ter beschikking van deze lidstaten is gesteld, en voor
Hongarije, Letland en Roemenië met ingang van 1 januari 2010.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel,
Voor het Europees Parlement Voor de Raad
De voorzitter De voorzitter
| publicatiedatum | 05-12-2011 |
|---|---|
| kenmerk | PE 66/11 |
