 | Kabinet-Balkenende I |
| Na acht jaar paars is er weer een centrumrechtse coalitie: CDA en VVD samen met nieuwkomer LPF (de Lijst Pim Fortuyn). De enorme verkiezingswinst van deze nieuwe partij (26 zetels) maakte een kabinet zonder deze partij bijna onmogelijk.
|
 | Kabinet-Balkenende II |
| In het tweede kabinet-Balkenende is de LPF vervangen door D66. De CDA- en VVD-bewindslieden uit het eerste kabinet-Balkenende keerden allen terug. Nieuwe VVD- en CDA-ministers brachten het aantal vrouwen op een recordaantal van vijf. Bijzonder was verder dat D66 voor het eerste aan een centrumrechts kabinet meedoet.
|
 | Kabinet-Balkenende III |
| Dit minderheidskabinet van CDA en VVD is een overgangskabinet, dat als voornaamste taken heeft het uitschrijven van vervroegde verkiezingen en het indienen van de begroting (en het belastingplan) voor 2007.
|
 | Kabinet-Balkenende IV |
| Dit kabinet werd gevormd na de verkiezingen van 22 november 2006 uit de coalitie CDA, PvdA en ChristenUnie. Sinds 23 februari 2010 maakt de PvdA geen deel meer uit van het kabinet. Motto van het kabinet was 'Samen werken, samen leven'. Het streefde naar grotere sociale samenhang, veiligheid en respect, innovatie, duurzaamheid en een actieve internationale en Europese rol.
|
 | 2002: de LPF-crisis |
| Op woensdag 16 oktober 2002 kwam het kabinet-Balkenende ten val. Na wekenlange geruzie tussen de LPF-ministers Bomhoff en Heinsbroek hadden de overige ministers, inclusief de LPF-collega's, aangedrongen op hun vertrek. Hoewel Bomhoff en Heinsbroek woensdagochtend de premier hun ontslag hadden aangeboden, zegden de fractievoorzitters van VVD en CDA, Zalm en Verhagen, op 16 oktober toch het vertrouwen in het kabinet op.
|
 | 2006: de 'Ayaan-crisis' |
| Op 30 juni 2006 bood minister-president Balkenende het ontslag aan van de bewindslieden van D66 en stelden hij en de overige bewindslieden hun portefeuilles ter beschikking. De D66-bewindslieden stapten op, nadat de D66-fractie een dag eerder het vertrouwen in minister Verdonk had opgezegd. Noch het kabinet, noch de fracties van CDA en VVD wilden daaraan echter de consequentie verbinden dat de minister zou opstappen.
|
 | 2010: de Uruzgan-crisis |
| In de vroege ochtend van 20 februari 2010 wist het vierde kabinet-Balkenende geen overeenstemming te bereiken over eventuele voortzetting van de Nederlandse militaire activiteiten in de Afghaanse provincie Uruzgan. De ministers van PvdA wilden negatief antwoorden op een verzoek van de NAVO voor verdere activiteiten na 2010. Toen de meerderheid van het kabinet anders besloot, konden de PvdA-ministers dat niet voor hun rekening nemen en kondigden zij aan ontslag te nemen. De ministers van CDA en ChristenUnie zagen daarin aanleiding om hun portefeuille, functies en ambt ter beschikking te stellen.
|