Dit gemengd conservatief-liberale kabinet, ook wel fusie-kabinet genoemd, heeft een wankele basis in de Tweede Kamer. Daarom ziet het voorlopig af van voorstellen op het gebied van het onderwijs en het kiesrecht.
Het belangrijkste succes van het kabinet is een nieuw Wetboek van Strafrecht, waaraan de Leidse hoogleraar Modderman al voor hij in dit kabinet minister wordt, een belangrijke bijdrage heeft geleverd.
De zwakte van het kabinet blijkt uit diverse tussentijdse crises. In mei 1882 treedt het gehele kabinet af, nadat de Tweede Kamer voor de tweede maal een handelstraktaat met Frankrijk heeft verworpen. Na mislukte pogingen om een ander kabinet te vormen blijven de ministers echter aan. Een voorstel van de liberale minister Vissering om een belasting op rente in te voeren, sneuvelt in 1881 in de Tweede Kamer. Hij treedt daarop af.
Het kabinet treedt af, nadat de Tweede Kamer op 26 februari 1883 heeft geweigerd een voorstel tot kiesrechtherziening in behandeling te nemen.
Binnenlandse Zaken
minister: Jhr.Mr. W. Six (liberaal) (20 augustus 1879 - 10 februari 1882)
minister: Mr. C. Pijnacker Hordijk (liberaal) (10 januari 1882 - 22 april 1883)
Minister Six treedt af vanwege zijn gezondheid. Hij wordt opgevolgd door de hoogleraar Pijnacker Hordijk.
In augustus 1882 leidt een zeer negatief verslag van een Kamercommissie over de wijze waarop in Nederlands-Indië de omzetting van gemeenschappelijke gronden in privégronden is tegengewerkt, tot het aftreden van de minister van Koloniën, Van Goltstein.
Zijn opvolger, De Brauw, neemt in februari 1883 eveneens ontslag, omdat de Tweede Kamer vindt dat de belangen van de schatkist zijn geschaad bij een overeenkomst tussen de Staat en Billiton over tinwinning in Nederlands-Indië.