De kern van dit liberale kabinet wordt gevormd door de leiding van de vooruitstrevende liberale Kamerclub, met aan het hoofd Kappeyne van de Coppello. Ook de ministers Smidt, Tak van Poortvliet en De Roo van Alderwerelt behoren daartoe. Met name minister Gleichman van Financiën is echter veel behoudender. Die innerlijke tegenstelling leidt uiteindelijk al binnen twee jaar tot de val van het kabinet.
Minister Kappeyne weet in 1878 ondanks felle tegenstand van confessionele zijde een nieuwe Wet op het lager onderwijs tot stand te brengen. Die wet scherpt de eisen waaraan lager onderwijs moet voldoen aan, zonder dat bijzondere scholen overheidssteun krijgen. Ondanks petitionnementen van antirevolutionairen en katholieken die resp. 305.000 en 164.000 handtekeningen opleveren, ondertekent de koning de wet.
Van de andere plannen van het kabinet komt niets terecht. Minister De Roo van Oorlog wordt spoedig ernstig ziek en kan de legerhervorming niet ter hand nemen. Tot uitbreiding van het kiesrecht komt het evenmin.
De verwerping van de ontwerp-Kanalenwet van minister Tak, die aanleg van diverse kanalen mogelijk moet maken, leidt tot een kabinetscrisis. Tak van Poortvliet en Kappeyne bieden aanvankelijk als enigen hun ontslag aan. Kappeyne verzoekt hierna de koning om medewerking aan een Grondwetsherziening. Een minderheid van de ministers is hier tegen, waarop ook de koning zich tegen Grondwetsherziening keert. Daarop treedt het gehele kabinet af.
Waterstaat, Handel en Nijverheid
minister: Mr. J.P.R. Tak van Poortvliet (liberaal) (8 november 1877 - 20 augustus 1879)
Koloniën
minister: Mr. P.Ph. van Bosse (liberaal) (3 november 1877 - 21 februari 1879)
minister a.i.: Jhr. H.O. Wichers (liberaal) (21 januari 1879 - 12 maart 1879)
minister: O. van Rees (liberaal) (12 maart 1879 - 20 augustus 1879)