Het kabinet is een overgangskabinet met als voornaamste taak de Tweede Kamer te ontbinden en Tweede Kamerverkiezingen uit te schrijven. Het bestaat uit ministers van de KVP, ARP en CHU. De ministersposten die na het vertrek van de PvdA-ministers zijn ontstaan, worden tijdelijk door zittende ministers waargenomen. Alleen minister-president Beel (KVP) is als nieuwe minister opgetreden.
Na de val van het kabinet-Drees IV treden de PvdA-ministers af. De Koningin vraagt Beel (KVP), op dat moment een buitenstaander, te zoeken naar een uitweg in de impasse. De PvdA blijkt niet meer met de KVP samen te willen werken, de KVP eigenlijk juist wel, uit angst voor de PvdA als oppositiepartij.
Beel ziet geen andere uitweg dan Kamerontbinding en nieuwe verkiezingen. Aangezien op dat moment de mening heerst dat een demissionair kabinet de Kamer niet kan ontbinden, vormt Beel met de overgebleven KVP, ARP en CHU-ministers onder zijn leiding een 'overgangskabinet'.