
voornamen |
personalia |
partij/stroming |
| - | conservatief | |
| - | lid kiesvereeniging Vaderland en Koning te 's-Gravenhage | |
| - | Algemeene Kiesvereeniging in Nederland, vanaf december 1868 (mede-initiatiefnemer) |
loopbaan |
| - | advocaat te 's-Gravenhage, van 1848 tot 1857 | |
| - | lid gemeenteraad van 's-Gravenhage, van 14 september 1855 tot 5 juli 1865 | |
| - | inspecteur lager onderwijs voor Zuid-Holland, van 16 december 1857 tot juli 1865 | |
| - | lid Provinciale Staten van Zuid-Holland, van 4 september 1862 tot 26 augustus 1874 (voor het kiesdistrict 's-Gravenhage) | |
| - | lid Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, van 5 juli 1865 tot 26 augustus 1874 | |
| - | minister van Financiën, van 27 augustus 1874 tot 3 november 1877 | |
| - | ambteloos, vanaf 3 november 1877 |
partijpolitieke functies |
| - | ondervoorzitter Algemeene Kiesvereeniging in Nederland, vanaf 22 december 1868 |
nevenfuncties |
| - | lid bestuur Vereeniging tot verbetering van de woningen der arbeidende klasse te 's-Gravenhage, van 1854 tot 1872 (medeoprichter) | |
| - | lid hoofddirectie Geneeskundig gesticht voor minderjarige idioten te 's-Gravenhage, omstreeks 1862 | |
| - | voorzitter Vereeniging tot verbetering van de woningen der arbeidende klasse te 's-Gravenhage, van 1872 tot 1882 |
opleiding |
| - | Latijnse School te Middelburg |
| - | Romeins en hedendaags recht (gepromoveerd op dissertatie), Hogeschool te Leiden, van 22 september 1842 tot 18 december 1847 |
activiteiten |
| - | Zijn wetsvoorstel om de accijnzen op zout, zeep en rundvlees af te schaffen en te vervangen door een verhoging van de accijns op tabak werd nog voor de openbare behandeling ingetrokken | |
| - | In december 1875 verwierp de Eerste Kamer zijn wetsvoorstel tot wijziging van de Muntwet tot invoering van de gouden standaard en van zilveren en bronzen pasmunten. Bracht hierop een noodwet tot stand waardoor de vrije aanmunting van zilveren munten werd gestaakt, maar zilveren guldens en rijksdaalders onbeperkte betaalkracht hielden. Hiermee werd de 'hinkende' gouden standaard ingevoerd. |
| - | Bracht een herziening van de tarieven van inkomende rechten tot stand | |
| - | Bracht in 1875 de wet tot afschaffing van het vuur-, ton- en bakengeld tot stand |
wetenswaardigheden |
| - | Hij moest voor zijn gezondheid later in een zuidelijk klimaat gaan wonen | |
| - | Zijn echtgenote was een nicht van S. baron van Heemstra, Tweede Kamerlid (1897-1911) | |
| - | Een zwager van zijn echtgenote was een zoon van L.G.A. graaf van Limburg Stirum, Eerste Kamerlid en Commissaris des Konings |
| - | Was in 1866 zonder succes Tweede Kamerkandidaat in het district Dordrecht | |
| - | Werd in 1868 bij de algemene verkiezingen in het district Middelburg verslagen door de liberalen G.A. Fokker en D. van Eck | |
| - | Werd in 1874 bij tussentijdse verkiezingen in het district Gouda in de eerste stemmingsronde verslagen door H.C. Verniers van der Loeff (lib.) en M. Bichon van IJsselmonde (a.r.) | |
| - | Werd in 1881 bij tussentijdse verkiezingen in het district Gorinchem verslagen door H. Seret (a.r.) |
| - | Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw | |
| - | Ridder in de Orde van de Eikenkroon |
publicaties/bronnen |
| - | J. Heemskerk Azn., Levensbericht van H.J. van der Heim, in: Handelingen en Mededelingen van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde, 1890 | |
| - | Nederlandsche Spectator 1890, 69 | |
| - | Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel I, 1053 |
familie/gezin |
| - | gehuwd te Wassenaar, 28 oktober 1857 (echtgenote overleden 29 maart 1865) | |
| - | gehuwd (tweede huwelijk) te Berlijn (Duitsland), 15 april 1869 |
| - | Zoon van J.A. baron van der Heim van Duivendijke, minister, Eerste Kamerlid en Gouverneur | |
| - | Achterneef van jhr. A.J. van der Heim van Duivendijke, griffier Tweede Kamer |
| voornamen |
||
| personalia |
||
| partij/stroming |
||
| loopbaan |
||
| partijpolitieke functies |
||
| nevenfuncties |
||
| opleiding |
||
| activiteiten |
||
| wetenswaardigheden |
||
| publicaties/bronnen |
||
| familie/gezin |
||