| - | |
klerk Provinciale Griffie te Arnhem, tot 1915 |
| - | |
adjunct-commies Posterijen en Telegrafie, van 1915 tot 1917 |
| - | |
commies Posterijen en Telegrafie, van 1917 tot 1918 |
| - | |
hoofdcommies Posterijen en Telegrafie, van 1918 tot 1920 |
| - | |
lid gemeenteraad van Voorburg, van 2 september 1919 tot september 1925 |
| - | |
wethouder (onder meer van openbare werken, grondbedrijf en sociale zaken) van Voorburg, van 2 september 1919 tot september 1925 |
| - | |
referendaris Posterijen en Telegrafie, van 1920 tot 1 juli 1922 |
| - | |
sous-chef (rang: referendaris) afdeling uitgaven, Posterijen en Telegrafie, van 1 juli 1922 tot 1925 |
| - | |
lid Provinciale Staten van Zuid-Holland, van 3 juli 1923 tot 24 juni 1937 |
| - | |
lid Gedeputeerde Staten (belast met verkeer en volkshuisvesting) van Zuid-Holland, van 3 september 1925 tot 24 juni 1937 |
| - | |
minister van Binnenlandse Zaken, van 24 juni 1937 tot 31 mei 1944 |
| - | |
minister van Algemene Zaken ad interim, van 3 september 1940 tot 31 mei 1944 |
| - | |
minister van Defensie ad interim, van 12 juni 1941 tot 27 juli 1941 |
| - | |
minister van Oorlog ad interim, van 27 juli 1941 tot 15 september 1942 |
| - | |
minister van Algemene Zaken, van 31 mei 1944 tot 23 februari 1945 |
| - | |
minister van Binnenlandse Zaken ad interim, van 27 januari 1945 tot 23 februari 1945 |
| - | |
lid Staatscommissie inzake de financiële verhouding tussen Rijk en Gemeente (Staatscommissie-Van Lynden van Sandenburg), van 1 september 1921 tot september 1927 |
| - | |
voorzitter college van notabelen Nederlandse Hervormde Kerk te Voorburg (voor 1937) |
| - | |
voorzitter diverse schoolbesturen in Voorburg (voor 1937, 15 jaar) |
| - | |
lid commissie verkeersvraagstuk Zuid-Holland-Noord-Brabant-Zeeland (commissie-Van Rijkevorsel) (voor 1937) |
| - | |
voorzitter provinciale adviescommissie voor uitbreidingsplannen in Zuid-Holland (voor 1937) |
| - | |
voorzitter commissie ontwerpen streekplan IJsselmonde (voor 1937) |
| - | |
voorzitter commissie Westland (voor 1937) |
| - | |
penningmeester Nederlands-Hervormde Stichtingen voor Geesteszieken (voor 1937) |
| - | |
voorzitter Radioraad, van 1 september 1932 tot juni 1937 |
| - | |
voorzitter Radio-omroepcontrolecommissie, van 1 september 1932 tot juni 1937 |
| - | |
redacteur tijdschrift "Gemeentebeleid" |
| - | |
voorzitter Raad van Beheer "NOZEMA" (Nederlandse Omroep-Zender Maatschappij) |
| - | |
voorzitter Centraal Orgaan voor de Zuivering van Overheidspersoneel, omstreeks 1945 |
| - | |
Werd minister nadat Colijn schriftelijk op hem was gewezen door Gerbrandy, die Van Boeijen kende als voorzitter van de Radioraad |
| - | |
De Geer droeg hem zonder overleg met zijn partijgenoten voor. Tilanus werd er door overrompeld. Hij wist dat Van Boeijen kort tevoren te licht was bevonden voor het burgemeesterschap van Baarn. |
| - | |
Was als minister van Binnenlandse Zaken ook belast met aangelegenheden betreffende de Posterijen, Telefonie en Telegrafie (inclusief radio-aangelegenheden) en met volkshuisvesting |
| - | |
Was in september en oktober 1937 uitgeschakeld vanwege een maagoperatie in het Bronovo-ziekenhuis |
| - | |
Verdedigde in 1938 in de Eerste Kamer met succes zes voorstellen in tweede lezing tot herziening van de Grondwet. De verdediging van de voorstellen in de Tweede Kamer had hij moeten overlaten aan minister De Wilde. |
| - | |
Als inwoner van Voorburg was hij gekant tegen de annexatie door Den Haag van Voorburg en andere randgemeenten. Daarom heeft secretaris-generaal Frederiks die in de bezettingstijd ook niet doorgevoerd. |
| - | |
Was als minister in Londen ook belast met evacuatie en uitgewekenen |
| - | |
Diende op 23 februari 1944 zijn ontslag in, omdat hij als minister van Binnenlandse Zaken op grond van zijn gezondheid niet tot de ministers-kwartiermakers zou gaan behoren, wat hij vanwege de verantwoordelijkheid voor het lokale bestuur onaanvaardbaar vond. Bleef uiteindelijk toch aan, maar verwisselde in mei 1944 wel Binnenlandse Zaken voor Algemene Zaken (wat hij tot dan ad interim had beheerd). Hij behield wel verantwoordelijkheid voor P.T.T.-aangelegenheden, en werd ook belast met huisvesting en overheidspensioenen. |
| - | |
Werd in 1946 door de Eerste Kamer als tweede op de voordracht geplaatst voor het vervullen van de vacature-De Savornin Lohman (CHU, Eerste Kamer). Benoemd werd Baron Van der Feltz, de nummer één van de voordracht. |