| - | |
surnumerair der belastingen, van 1923 tot 1928 |
| - | |
adjunct-inspecteur belastingen, ministerie van Financiën, van 1928 tot 1931 |
| - | |
tijdelijk belast met de leiding van de inspectie te Hansweert, 1929 |
| - | |
inspecteur der belastingen, van 1931 tot 1941 |
| - | |
directeur der belastingen, van 1944 tot 1945 |
| - | |
plaatsvervangend directeur-generaal der Belastingen (titel: raadadviseur), ministerie van Financiën, van 1945 tot 1 januari 1950 |
| - | |
directeur-generaal Fiscale Zaken in algemene dienst, ministerie van Financiën, van 1 januari 1950 tot 1 februari 1953 |
| - | |
staatssecretaris van Financiën (belast met fiscale aangelegenheden), van 2 februari 1953 tot 13 oktober 1956 |
| - | |
regeringscommissaris voor de belastingen, van oktober 1956 tot mei 1959 |
| - | |
staatssecretaris van Financiën (belast met fiscale aangelegenheden), van 17 mei 1959 tot 14 april 1965 |
| - | |
lid Raad van State, van 1 juni 1965 tot 1 maart 1980 (benoemd bij K.B. van 24 mei 1965) |
| - | |
voorzitter Commissie Belastingvereenvoudiging, vanaf september 1948 |
| - | |
lid Raad van Commissarissen constructie- en machinefabriek "Hollandia" te Krimpen aan den IJssel, van 1965 tot 1972 |
| - | |
lid VN-commissie van fiscale experts industrielanden en ontwikkelingslanden, van 1968 tot 1980 |
| - | |
voorzitter ANV (Algemeen Nederlands Verbond), vanaf 1968 (nog in 1975) |
| - | |
lid Staatscommissie vereenvoudiging en codificatie sociale-zekerheidswetgeving (Staatscommissie-Veldkamp), van 1 april 1969 tot 9 november 1982 |
| - | |
lid bestuur Stichting Lubbers te Krimpen aan den IJssel, van 1974 tot 19 februari 1987 |
| - | |
adviseur Drs. R.F.M. Lubbers |
| - | |
raadsheer-plaatsvervanger Gerechtshof te 's-Gravenhage |
| - | |
voorzitter Internationale Douaneraad |
| - | |
Bracht in 1956 de Successiewet 1956 tot stand, die een nieuwe regeling voor belastingheffing over erfenissen invoert. Voor charitatieve en maatschappelijke organisaties die een legaat ontvangen, geldt een vrijgesteld bedrag en een gematigd (vast) bedrag. Ook schenkingen vóór overlijden vallen deels onder het Successierecht. Pensioenrechten zijn vrijgesteld van successierechten. Het wetsvoorstel was in 1948 ingediend door minister Lieftinck. |
| - | |
Bracht in 1959 samen met minister Beerman de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen in het Staatsblad (Stb. 301). Deze wet bevat formele regels voor de heffing van rijksbelastingen zoals de loon- en inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, vermogensbelasting, motorrijtuigenbelasting en omzetbelasting. Daarnaast bevat de wet regels over de aangifte, de aanslagregeling, de navordering, de rechtsmiddelen, de termijnen, de verplichtingen tot het verstrekken van inlichtingen en tot inzage in boeken en bescheiden, alsmede het recht van toegang tot gebouwen en gronden. Het wetsvoorstel was in 1955 ingediend en in 1958 door de ministers Hofstra en Samkalden in de Tweede Kamer verdedigd. |
| - | |
Bracht in 1960 samen met de ministers Luns, De Pous, Zijlstra, Marijnen en Van Rooy en staatssecretaris Stijkel het wetsvoorstel tot Goedkeuring van het Verdrag tot instelling van de Benelux-Economische Unie tot stand. De wet ratificeert het op 3 februari 1958 in Den Haag ondertekende verdrag tussen Nederland, België en Luxemburg over de economische unie van deze landen. Verder werden de beginselen van vrij onderling dienstenverkeer en coördinatie van nationale wetgeving op het gebied van verkeer, vennootschappen en handel vastgelegd. Het wetsvoorstel was in 1958 ingediend. |
| - | |
Bracht in 1961 de Algemene Wet inzake de douane en de accijnzen (Stb. 31) tot stand, die de uit 1822 daterende algemene wet vervangt. De wet bevat algemene regels voor het stelsel van formaliteiten bij in-, uit- en doorvoer; voor de douane-entrepots; aangifte en documenten, verzegeling en bewaring; verificatie en visitatie; invordering; boeten en beroep en bezwaar. Het wetsvoorstel was in 1957 ingediend door minister Hofstra. |
| - | |
Bracht in 1961 de Wet op de kansspelbelasting (Stb. 313) tot stand. Op grond hiervan kan belasting worden geheven op prijzen die worden gewonnen bij binnenlandse kansspelen. De heffing vindt plaats door inhouding op de prijs. |
| - | |
Bracht in 1962 een wet tot een heffing op minerale oliën tot stand. Hierdoor komt er een accijns op petroleum, stookolie, gasolie etc.; in de huishouding gebruikte oliën worden echter niet belast. |
| - | |
Bracht in 1964 samen met minister Witteveen de Wet op de Inkomstenbelasting 1964 (Stb. 512), Wet op de Loonbelasting 1964 (Stb. 514) en Wet op de Vermogensbelasting 1964 (Stb. 513) tot stand. Door deze algehele belastingherziening wordt onder meer het afsluiten van levensverzekeringen fiscaal aantrekkelijker. Verder wordt de loonbelastinggrens opgetrokken. De herziening leidt tot belastingverlichting. De wetsvoorstellen waren in 1958 ingediend door minister Hofstra. |
| - | |
Bracht in 1964 de Rijkswet houdende een belastingregeling voor het Koninkrijk (Stb. 425) tot stand, die de onderlinge fiscale territora tussen de rijksdelen afbakent en die dubbele belastingheffing moet voorkomen. Er komt wederzijdse bijstand bij belastingheffing. |