| - | |
kantoorbeambte Scheepsvaartkantoor "Van Es en Van Ommeren" te Amsterdam, van 1931 tot 1932 |
| - | |
gezantschapsattaché te werk gesteld bij het ministerie van Buitenlandse Zaken, van 7 oktober 1938 tot maart 1940 |
| - | |
attaché te Bern, van 1 maart 1940 tot april 1941 |
| - | |
attaché te Lissabon, van april 1941 tot november 1943 |
| - | |
gedetacheerd bij de consulaire afdeling van het ministerie van Buitenlandse Zaken te Londen, van april 1943 tot 1944 |
| - | |
ambassade-secretaris te Londen, van 1944 tot 1949 |
| - | |
ambassaderaad bij de Verenigde Naties te New York, van 1949 tot 2 september 1952 |
| - | |
minister zonder portefeuille, minister voor Buitenlandse Zaken (belast met bilaterale zaken, Benelux-aangelegenheden, VN-aangelegenheden en luchtvaartzaken), van 2 september 1952 tot 13 oktober 1956 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 3 juli 1956 tot 3 oktober 1956 |
| - | |
minister van Buitenlandse Zaken, van 13 oktober 1956 tot 6 juli 1971 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 23 februari 1967 tot 5 april 1967 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 11 mei 1971 tot 1 oktober 1971 |
| - | |
secretaris-generaal van de NAVO (Noord-Atlantische Verdrags Organisatie), van 1 oktober 1971 tot 1 juli 1984 (benoemd 4 juni 1971) |
| - | |
Tijdens zijn ministerschap kwamen op 25 maart 1957 de Verdragen van Rome inzake oprichting van de Europese Economische Gemeenschap en Euratom tot stand. Dit verdrag trad op 1 januari 1958 in werking, nadat de goedkeuringswet in oktober 1957 in de Tweede Kamer met 114 tegen 12 stemmen en in december 1957 met 46 tegen 5 stemmen was aangenomen. |
| - | |
Kreeg als minister te maken met de nasleep van de dekolonisatie van Indonesië, met name waar het de positie van Nieuw-Guinea betrof. In 1957 leidde deze kwestie tot het nationaliseren van Nederlandse bezittingen in Indonesië en tot een exodus van Nederlandse Indiërs. Legde hierover op 24 december 1957 een verklaring af in de Tweede Kamer. |
| - | |
Sterk voorstander van goede banden met de Verenigde Staten en een krachtig Atlantisch bondgenootschap |
| - | |
Maakte zich sterk voor een supranationaal Europa en keerde zich tegen de plannen van de Franse president De Gaulle voor een Europe des Nations (een federaal Europa). Hij vreesde dat een zelfstandige koers van een door Frankrijk en Duitsland gedomineerd Europa schadelijk zou zijn voor de Atlantische samenwerking. Vooral door zijn toedoen mislukte op 10 februari 1961 een conferentie hierover. |
| - | |
Maakte zich sterk voor de Britse toetreding tot de Europese Economische Gemeenschap, voor uitbreiding van de bevoegdheden van het Europees Parlement, en voor versterking van de Europese instellingen. |
| - | |
Hield ten tijde van het kabinet-De Quay lange tijd vast aan het zelfbeschikkingsrecht van de papoea's en keerde zich tegen overdracht aan Indonesië. Moest onder druk van de Verenigde Staten (met name na het aantreden van president Kennedy) en vanwege het gevaar van een grootschaps militair conflict, zonder dat Nederland daarbij op internationale steun kon rekenen uiteindelijk instemmen met overdracht op 1 mei 1963, na een interimbestuur door de Verenigde Naties vanaf 1 oktober 1962, van Nieuw-Guinea aan Indonesië. Er werd daarbij afgesproken dat in 1969 een volksstemming onder de bevolking van Nieuw-Guinea zou worden gehouden. |
| - | |
Bracht in 1962 samen met de ministers Zijlstra, De Pous en Marijnen de Nota hulp aan minder-ontwikkelde landen uit. Ontwikkelingshulp zal vooral gericht worden op programma's van de Verenigde Naties en voor een beperkter deel op bilaterale programma's. Er komt geld beschikbaar voor overheidsgaranties aan het bedrijfsleven. |
| - | |
Herstelde in 1963 de in 1960 afgebroken diplomatieke betrekkingen met Indonesië; ontving in 1964 minister Soebandrio en ging zelf naar Indonesië. |
| - | |
Bezocht tijdens zijn ministerschap de Sovjet-Unie (1964) en verschillende Oost-Europese landen |
| - | |
Ondertekende in april 1965 in Brussel het verdrag waarbij de fusie van de uitvoerende organen van de EGKS, Euratom en EEG. Er komt vanaf 1967 een (gezamenlijke) Europese Commissie. Als minister had hij het voorstel voor deze fusie in 1961 ingediend. |
| - | |
Schonk in 1965 f.100.000 aan het Defence and Aid Fund voor slachtoffers van het Zuid-Afrikaanse Apartheidsregime ("de ton van Luns") |
| - | |
Legde op 21 december 1967 in de Tweede Kamer een verklaring af over de Franse afwijzing om onderhandelingen te openen met Denemarken, Ierland, Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk over toetreding tot de EEG. Frankrijk wilde pas onderhandelen als het proces van herstel van de Britse economie zou zijn voltooid. |
| - | |
Bracht in 1968 samen met minister Den Toom de Nota inzake Navo- en defensiebeleid uit. Daarin wordt wel bezorgdheid uitgesproken over de democratische ontwikkeling in NAVO-landen als Griekenland en Portugal, maar wordt schorsing of uitstoting afgewezen. Europese integratie mag niet leiden tot verslapping van de hechte banden met de Verenigde Staten. Handhaving van het militaire evenwicht tussen Oost en West moet zorgen voor voortzetting van de huidige situatie van stabiliteit. Troepenvermindering is alleen mogelijk als dit wederzijds gebeurt. Er wordt gestreefd naar betere en intensievere bilaterale contacten met Oost-Europese landen. |
| - | |
Bracht in 1969 de Nota betreffende de activiteiten van de Nederlandse regering inzake de humanitaire kant van de zaak-Biafra uit |
| - | |
Keerde zich tegen verzoeken vanuit de Tweede Kamer om er bij de Amerikanen op aan te dringen de bombardementen op Noord-Vietnam te beëindigen en weigerde de inval van de Verenigde Staten in Cambodja te veroordelen (1970) |
| - | |
Bracht in 1960 samen met de ministers De Pous, Marijnen en De Rooy en de staatssecretarissen Van den Berge en Stijkel het wetsvoorstel tot Goedkeuring van het Verdrag tot instelling van de Benelux-Economische Unie tot stand. De wet ratificeert het op 3 februari 1958 in Den Haag ondertekende verdrag tussen Nederland, België en Luxemburg over de economische unie van deze landen. Verder werden de beginselen van vrij onderling dienstenverkeer en coördinatie van nationale wetgeving op het gebied van verkeer, vennootschappen en handel vastgelegd. Het wetsvoorstel was in 1958 ingediend. |
| - | |
Bracht in 1963 samen met de staatssecretarissen Van Houten en Stijkel een wet tot goedkeuring van een op 8 april 1960 te 's-Gravenhage met de Bondsrepubliek Duitsland gesloten algemeen verdrag ("Generalbereinigung") tot stand. Hierbij werden Elten en Tudderen teruggegeven aan Duitsland en werd een schadevergoeding aan Nederland betaald, onder andere voor de oorlogsslachtoffers. |
| - | |
Bracht in 1965 samen met minister Van Aartsen een wet (Stb. 59) tot goedkeuring van het op 13 mei 1963 te 's-Gravenhage gesloten Verdrag met België betreffende de verbinding tussen de Schelde en de Rijn tot stand |
| - | |
Bracht in 1966 samen met staatssecretaris De Block een wet tot stand tot goedkeuring van het op 8 april 1965 te Brussel ondertekende Verdrag tot instelling van één Raad en één Commissie welke de Europese Gemeenschappen gemeen hebben, met Protocol betreffende de voorrechten en immunniteiten van de Europese Gemeenschappen |
| - | |
Bracht in 1971 samen met minister Polak een wet tot stand tot goedkeuring van het Internationale Verdrag van New York van 7 maart 1966 inzake de uitbanning van elke vorm van rassendiscriminatie (Stb. 81) |
| - | |
Tussen 1952 en 1956 minister zonder portefeuille, die zich in het buitenland minister voor Buitenlandse Zaken mocht noemen |
| - | |
Had een slechte verhouding met minister Beyen |
| - | |
Een poging van de PvdA bij de kabinetsformatie in 1965 om Luns te vervangen, mislukte door verzet van de KVP |
| - | |
Liet zich in 1968 lovend uit over het dictatoriale regime van Salazar in Portugal |
| - | |
Had geen ontzag voor leiders van grote landen en verdedigde steeds krachtig de Nederlandse belangen |
| - | |
Was geen liefhebber van debatten in de Tweede Kamer |
| - | |
Door zijn lengte en tamelijk grote neus een geliefd onderwerp van cartoonisten |
| - | |
Op 8 maart 1979 debatteerde de Tweede Kamer over een brief van minister-president Van Agt over het vermoeden dat Luns lid was geweest van de NSB |
| - | |
Zijn grootvader van moederszijde was een Fransman |
| - | |
Liefhebber van carnaval; werd zelf diverse malen geridderd tijdens het carnaval |
| - | |
Persoonlijk bevriend met onder anderen het Kamerlid Blaisse en zijn s.g. Van Tuyll van Serooskerken |
| - | |
Kreeg op 14 juni 1961 tijdens de behandeling in de Tweede Kamer van de verslagen over de uitvoering van de Europese verdragen door oververmoeidheid een epileptische aanval. Hield daarna enkele weken rust. |
| - | |
Zijn vader, H.M. Luns, was kunstschilder te Brussel, hoogleraar te Amsterdam (1908), directeur van de kunstacademie te 's-Hertogenbosch (1918-1923), directeur van de Rijksnormaalschool te Amsterdam (1923-1931) en hoogleraar aan de T.H. Delft (1931) |
| - | |
Rotterdam, van 1911 tot 1917 |
| - | |
Vught, van 1917 tot 1922 |
| - | |
Amsterdam, Valeriusstraat, van 1922 tot 1927 |
| - | |
Brussel, van 1927 tot 1929 |
| - | |
Amsterdam, vanaf 1929 |
| - | |
Den Helder, vanaf 1929 (in dienst) |
| - | |
Berlijn, 1938 |
| - | |
Londen, van 1939 tot maart 1940 |
| - | |
Bern, van maart 1940 tot april 1941 |
| - | |
Lissabon, van april 1941 tot november 1943 |
| - | |
Londen, Brompton Road, van november 1943 tot 1949 |
| - | |
New York, van 1949 tot september 1952 |
| - | |
's-Gravenhage, Plein 1813 no.2, van september 1952 tot juli 1971 (ambtswoning) |
| - | |
's-Gravenhage, Ruychroklaan 444, omstreeks 1971 |
| - | |
Brussel, van 1971 tot 2002 |
| - | |
De Gelderlander, 20 februari 1959 |
| - | |
De Volkskrant, 8 april 1961 |
| - | |
"Te kijk bij Opland, een serie politieke spotprenten, met voorwoord van Luns" (Utrecht, 1964) |
| - | |
H. Hansen, "Luns" (Drees, De Quay, Marijnen en Cals over Luns) (1967) |
| - | |
H.J.A. Hofland, "Patriot voor Europa. Joseph Luns (1911), Nederlands politicus", in: A.F. Manning e.a. (red.), "Onze Jaren. De wereld na 1945, geschiedenis van de eigen tijd", deel VII, 3743 |
| - | |
R. Steenhorst, F. Huis, "Joseph Luns, biografie" (1985) |
| - | |
P. Huyskens, "Gelooft mij, het was mij een genoegen" (1988) |
| - | |
J.G. Kikkert, "De wereld volgens Luns" (1992) |
| - | |
A.E. Kersten, "De langste", in: D. Hellema e.a. (red.), "De Nederlandse ministers van Buitenlandse Zaken in de twintigste eeuw" (1999) |
| - | |
P. Brill, "Joseph Luns. Joyeus dienaar van het vaderland", in: P. Brill (red.), "Kopstukken van het Laagland. Een eeuw Nederland in honderd portretten" (1999) |
| - | |
J. Prillevitz, "Groter dan Nederland. In memoriam J.M.A.H. Luns 1911-2002", "Trouw", 18 juli 2002 |
| - | |
J.J. Lindner, "Nog eens drie hoera's voor een groot vaderlander", De Volkskrant, 18 juli 2002 |
| - | |
J.W.L. Brouwer, "De neerbuigende minzaamheid van Joseph Luns. J.M.A.H. Luns (1911-2002) gezien vanuit de Handelingen", in: Jaarboek Parlementaire Geschiedenis 2003 |
| - | |
Ned. Patriciaat, 1963 |