
voornamen |
personalia |
partij/stroming |
| - | regeringsgezind, maar gematigd hervormingsgezind (ten tijde van Willem I en Willem II) | |
| - | conservatief (niet geheel afwijzend tegenover de liberale Grondwet van 1848) |
loopbaan |
| - | advocaat te 's-Gravenhage, van 1817 tot 1819 | |
| - | commies van Staat, Raad van State, vanaf 1819 | |
| - | commies, ministerie van Justitie | |
| - | commies, ministerie van Binnenlandse Zaken | |
| - | referendaris, ministerie van Binnenlandse Zaken, van 1820 tot 1838 (studiereis naar Frankrijk in opdracht van koning Willem I voor onderzoek naar duinbeheer) | |
| - | lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 15 oktober 1838 tot 13 februari 1849 (1838-1840 voor Holland, 1840-1849 voor Zuid-Holland) | |
| - | voorzitter Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 18 oktober 1842 tot 16 oktober 1843 | |
| - | lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 13 februari 1849 tot 20 augustus 1850 (voor Zuid-Holland) | |
| - | lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 7 oktober 1850 tot 26 april 1853 (voor het kiesdistrict Leiden) | |
| - | lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 14 juni 1853 tot 23 juni 1856 (voor het kiesdistrict Leiden) | |
| - | voorzitter Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 20 september 1855 tot 4 juli 1856 | |
| - | minister van Buitenlandse Zaken, van 1 juli 1856 tot 18 maart 1858 | |
| - | ambteloos, wijdde zich aan het beheer van zijn goederen en de belangen van Rijnland, vanaf 1858 |
nevenfuncties |
| - | voorzitter commissie inzake droogmaking van de Haarlemmermeer, van 1840 tot 1859 | |
| - | lid Raad van State in buitengewone dienst, vanaf 10 oktober 1843 | |
| - | lid College van Curatoren Hogeschool te Leiden, van 13 mei 1853 tot 1862 | |
| - | voorzitter Algemeene Koninklijke Landbouw-Vereeniging, omstreeks 1857 | |
| - | voorzitter College van Curatoren Hogeschool te Leiden, omstreeks 1862 tot 1876 (trok zich terug na in werking treden van nieuwe Wet op het hoger onderwijs) | |
| - | hoogheemraad Hoogheemraadschap van Rijnland, vanaf 1858 (nog in 1863) |
opleiding |
| - | Kostschool te Soreze (Z.-Fr.), van 1802 tot 1805 (Benedictijner college, beroemd om moderne opvoedingsmethoden) | |
| - | Latijnse School te Haarlem, vanaf 1805 | |
| - | onderwijs in Frans, Engels, Latijn, Italiaans, dansen, tekenen en musiceren |
| - | Romeins en hedendaags recht (gepromoveerd op dissertatie), Hogeschool te Leiden, van 26 januari 1811 tot 16 december 1816 |
activiteiten |
| - | Hield zich als Kamerlid bezig met waterstaat, landbouw, economie en defensie | |
| - | Behoorde in 1839 tot de 14 leden die tegen de voorlopige begroting 1840 stemden | |
| - | Behoorde in 1844 tot de 15 leden die tegen een aanvulling van de instructie aan de Algemene Rekenkamer stemden, omdat die tot onvoldoende verbetering van het toezicht zou leiden | |
| - | Behoorde in 1845 tot de meerderheid die tegen het wetsvoorstel inzake onteigening ten algemene nutte stemde. Het wetsvoorstel werd met 31 tegen 20 stemmen verworpen. | |
| - | Behoorde in 1847 tot de meerderheid die tegen het wetsvoorstel over het stemrecht in steden en op het platteland stemde. Het wetsvoorstel werd met 31 tegen 27 stemmen verworpen. |
| - | Wist in maart 1857 een verdrag met Denemarken tot stand te brengen over afkoop van de Sondtol. In juni 1857 werd dit verdrag wettelijk goedgekeurd. | |
| - | Een door hem verdedigd handels- en scheepvaartverdrag met België werd op 23 februari 1858 in de Tweede Kamer met 62 tegen één stem (Van Foreest) verworpen |
wetenswaardigheden |
| - | Was in 1848 afwezig bij de gehele behandeling van de Grondwetsherziening in tweede lezing | |
| - | Genoemd als minister van Binnenlandse Zaken, onder andere in 1849 | |
| - | Werd in juni 1853, september 1853 en september 1854 als tweede op de voordracht voor het Tweede Kamervoorzitterschap gezet | |
| - | Werd in februari 1851 als derde op de voordracht voor de Tweede Kamervoorzitter gezet |
| - | Op de begraafplaats in Oegstgeest staat een grafmonument ter nagedachtenis aan hem | |
| - | Zijn vader was bestuurder van Rotterdam, vrederechter en lid van gedeputeerde staten van het zuidelijk deel van Holland |
| - | Werd in 1848 in het district Leiden verslagen door J.R. Thorbecke | |
| - | Werd in 1850 in de eerste stemmingsronde gekozen. Tegenstanders waren onder anderen J.A. de Fremery en Æ. baron Mackay. | |
| - | Versloeg in 1852 J.M. de Kempenaer en G. Groen van Prinsterer | |
| - | Werd in 1853 in de eerste stemmingsronde gekozen. Tegenstanders die niet werden gekozen, waren P.Ph. van Bosse en J.R. Thorbecke. | |
| - | Versloeg in 1856 B.J. Gratama |
| - | Rotterdam, tot 1800 | |
| - | Oegstgeest, Huize Endegeest, vanaf 1800 (buitenplaats) | |
| - | 's-Gravenhage, vanaf 1817 |
| - | Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 1853 | |
| - | Grootkruis Orde van de Eikenkroon, 1858 | |
| - | Grootkruis Orde van de Nederlandse Leeuw, 1875 |
| - | ambachtsheer van Oegstgeest en Poelgeest, vanaf 1850 (door koop) |
| - | lid vrijmetselaarsloge "l'Union Frederic" (vanaf 1847 loge "l'Union Royale") te 's-Gravenhage | |
| - | lid Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden |
| - | aanmelding bij vrijwillige lijfwacht tot bescherming van de staat en handhaving der orde, vanaf maart 1814 | |
| - | vrijwilliger bij bereden jagers te Parijs, van 1815 tot november 1815 (bracht door Napoleon geroofde schilderijen mee terug) | |
| - | kapitein Haagse schutterij, omstreeks 1832 (nam deel aan Tiendaagse veldtocht) |
publicaties/bronnen |
| - | "De servilis conditionis hominibus artes, litteras et scientias romae colentibus" (dissertatie, 1816) | |
| - | "Verhandeling over het toegangbaar maken van de duinvalleien langs de kust van Holland" (1826) | |
| - | "Verhandeling over het snoeyen of beytelen van het opgaand houtgewas" (1832) | |
| - | "Over de droogmaking van het Haarlemmermeer te Leiden" (1843/1861) (3 delen) | |
| - | "Het hoogheemraadschap van Rijnland te 's-Gravenhage" (1871) (2 delen) |
| - | Levensbericht door J.Th. Buys, in: Levensberichten van leden van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde, 1881, 167 | |
| - | Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel III, 464 | |
| - | J.C. Boogman, "Rondom 1848. De politieke ontwikkeling van Nederland 1840-1858" | |
| - | M.W. Jurriaanse, "De Nederlandse Ministers van Buitenlandse Zaken 1813-1900" |
familie/gezin |
| - | schepen van Cool en Schieland | |
| - | burgemeester van Rotterdam | |
| - | gecommitteerde ter Admiraliteit op de Maze |
| - | Schoonzoon van jhr. A.A. Deutz van Assendelft, Tweede en Eerste Kamerlid | |
| - | Halfbroer van jhr. M.B.H.W. Gevers van Kethel en Spaland, lid Algemene Rekenkamer | |
| - | Kleinzoon van D.C. de Leeuw, lid Staatsbewind |
| voornamen |
||
| personalia |
||
| partij/stroming |
||
| loopbaan |
||
| nevenfuncties |
||
| opleiding |
||
| activiteiten |
||
| wetenswaardigheden |
||
| publicaties/bronnen |
||
| familie/gezin |
||