De lange kabinetsformatie van 1977

 Intocht
1977 was een roerig jaar in de parlementaire geschiedenis. Eerder belichtten wij de kabinetscrisis en verkiezingen van dat jaar. Die werden gevolgd door een langdurige formatie, die niet eindigde met een tweede kabinet-Den Uyl, maar in een kabinet-Van Agt/Wiegel.
[ V ]

De verkiezingen

De kiezers brachten op 26 mei 1977 grote verschuivingen teweeg, waarvan de grote partijen profiteerden. Winnaar was de PvdA met tien zetels winst. De partij kreeg 53 zetels, het hoogste aantal uit haar geschiedenis. Vooral in het zuiden van het land deed de partij het goed. Ook oppositiepartij VVD won (voor de tweede keer op rij onder Wiegel) en behaalde, net als de PvdA, het beste resultaat tot dan uit haar geschiedenis: 28 zetels. Het CDA wist de sinds de jaren zestig bestaande trend om te buigen in lichte winst (49 zetels). Het CDA haalde één zetel meer dan ARP, CHU en KVP in 1972 samen hadden.

 Jan Terlouw naast verkiezingsaffiche D66

Van de kleinere partijen had alleen D66 een goed resultaat. Met acht zetels won de partij van Terlouw niet alleen twee zetels, maar stond de partij na haar crisisjaren 1974 en 1975 opnieuw volledig op de politieke kaart. Verliezers waren vrijwel alle kleine partijen. Hun zeteltal ging van 37 naar 20.

Al op de avond van de verkiezingsuitslag merkte waarnemend CDA-fractievoorzitter Aantjes - Van Agt en Den Uyl waren afwezig vanwege de Molukse gijzelingsacties - op dat CDA en VVD samen een meerderheid hadden (77 zetels) en dat de komst van een tweede kabinet-Den Uyl nog geenszins vaststond.
[ V ][ ^^ ]

Eerste fase: formateur Den Uyl

 Formateur Den Uyl ontvangt CDA-lijsttrekker Van Agt
De fractievoorzitters van PvdA, CDA en VVD adviseerden koningin Juliana om PvdA-leider Den Uyl direct tot formateur te benoemen. Alleen D66 wilde liever eerst een informateur. De koningin benoemde Den Uyl op 1 juni inderdaad tot formateur van een parlementair meerderheidskabinet (van PvdA, CDA en D66). De formateur dacht vijf tot zes weken nodig te hebben.

Allereerst werd gesproken over inhoudelijke kwesties zoals de ondernemingsraden en de grondpolitiek, waarover het kabinet-Den Uyl was gevallen. Daarna zouden de zetelverdeling en de personele invulling aan de orde komen.

Over de grondpolitiek werd sneller dan verwacht, op 21 juni, een akkoord bereikt. Bij vergoeding voor onteigening zou ook rekening worden gehouden met negatieve financiële gevolgen door toekomstige ruimtelijke plannen. Ook over de ondernemingsraden en de Wet investeringsrekening werden de partijen het relatief snel eens.
[ V ][ ^^ ]

Crisis over de VAD: informatie-Albeda

Wil Albeda
Op 15 juli liep de formatie echter vast op de Vermogensaanwasdeling (VAD). Dit was een regeling waardoor overwinsten van bedrijven deels aan de werknemers ten goede moesten komen, om zo bezit beter te spreiden. Er was vooral verschil van mening tussen CDA en PvdA over het beheer van het VAD-fonds (het fonds waarin de overwinsten zouden worden gestort). Het CDA wilde bovendien dat de hele bevolking zou profiteren van de VAD, terwijl de PvdA het geld alleen aan de werknemers van de betrokken bedrijven ten goede wilde laten komen.

CDA-senator Albeda, die in 1973 met Van Agt de formatie had vlotgetrokken, werd gevraagd als informateur op te treden om het conflict op te lossen. Daarin slaagde hij na zeven dagen. Er zou onder meer een maximum komen aan de individuele uitkering uit het VAD-fonds aan werknemers van f 1500 per jaar.
[ V ][ ^^ ]

Crisis over abortus: informatie-Veringa

Na het akkoord over de VAD zette Den Uyl als formateur zijn poging om een kabinet te vormen voort. De besprekingen gingen in eerste instantie vooral over het financieel-economisch beleid, die waren vastgelegd in een nota, Memo II. Vooral de bezuinigingen stonden centraal. De PvdA wilde in de collectieve sector vier miljard gulden bezuinigen, het CDA zeven miljard. De partijen verschilden in visie op de economische ontwikkeling: het CDA wilde liever op safe spelen voor het geval de economie slechter zou draaien dan voorzien.

Op 10 augustus slaagde Den Uyl er in een akkoord te bereiken. Er werd aangestuurd op de nullijn voor alle werknemers en als dat zou lukken werd in 1978 en 1979 afgezien van verhogingen van belastingen en premies. De ombuigingen blijven beperkt tot vier miljard. In de fractie van de PvdA stemden onder anderen Duisenberg tegen; in de CDA-fractie waren zijn vijf leden tegen, onder wie Andriessen.

 Demonstranten voor wettelijke regeling abortus, 18 augustus 1977

De formatie liep echter twee weken later spaak op de regeling van de abortuskwestie. Het CDA hield vast aan de bestaande wetgeving op grond waarvan abortus strafrechtelijk verboden bleef. Alleen in medische noodgevallen moest abortus mogelijk zijn. Er mocht van het CDA geen initiatiefvoorstel komen om dat te veranderen. PvdA en D66 weigerden aan die wens tegemoet te komen en hielden vast aan een regeling waarbij de beslissing over abortus bij de vrouw zou komen. Abortus zou uit het Wetboek van Strafrecht worden gehaald.

Oud-KVP-minister van Onderwijs en staatsraad Veringa wist in betrekkelijk korte tijd als informateur een compromis te bereiken. Het CDA zegde toe een initiatiefvoorstel over abortus niet op voorhand te blokkeren. Er werd geen poging ondernomen om in het regeerakkoord een compromis op te nemen: de partijen accepteerden dat ze verschillend dachten over dit punt.
[ V ][ ^^ ]

Informatie-Den Uyl/Veringa

 Veringa (links) en Den Uyl (rechts)
Op 2 september werd besloten dat Den Uyl en Veringa samen als informateurs de laatste programmatische zaken zouden oplossen. Het ging daarbij onder meer over onderwijs (de 'middenschool'), defensie en kernenergie (met name de uitbreiding van kernopwerkingsfabriek Ureno). De twee informateurs kwamen op 21 september met een eindvoorstel waarop de fracties 'ja' of 'nee' moesten zeggen. In de PvdA-fractie keerden vier leden zich tegen de afspraken over kernenergie, maar het akkoord als geheel werd aanvaard. Ook de CDA-fractie zei 'ja'.

Bij de PvdA werd het resultaat vervolgens ook door de partijraad, het permanente 'partijparlement', goedgekeurd. De PvdA claimde inmiddels op grond van de verkiezingsuitslag een verdeling van de ministersposten volgens de formule 8-7-1. CDA-voorman Van Agt zei daarover: "Ik loop nog liever door een glazen deur" dan daarmee akkoord te gaan. Het CDA wilde een zetelverdeling in het kabinet van 7-7-2.

Op 4 oktober sprak de partijraad van de PvdA uit dat moest worden vastgehouden aan 8-7-1. Desondanks wilde PvdA-onderhandelaar wel akkoord gaan met 7-7-2, mits Van Agt niet terug zou keren op Justitie. Toen het CDA daarmee niet wilde instemmen, werd de zetelverdeling op 7 oktober het derde breekpunt in de formatie.
[ V ][ ^^ ]

Crisis over de zetelverdeling: informatie-Verdam/Vrolijk

 Informateurs Verdam (links) en Vrolijk (rechts) op het Binnenhof
Twee relatieve buitenstaanders, de oud-ministers Vrolijk (PvdA) en Verdam (ARP/CDA) werden vervolgens gevraagd om als informateurs de formatie weer vlot te trekken. Zij stelden aanvankelijk op grond van de verkiezingsuitslag 8-7-1 voor. Nadat het CDA dit opnieuw had afgewezen, kwamen zij alsnog met de verdeling 7-7-2. In de nacht van 24 op 25 oktober werd daarover een akkoord bereikt. Justitie bleef bij het CDA, maar Van Agt zou als vicepremier minister van Binnenlandse Zaken worden en De Gaay Fortman zou naar Justitie gaan. De PvdA raakte ontwikkelingssamenwerking kwijt.


De zetelverdeling was:
PvdA: premier, buitenlandse zaken, onderwijs, financiën, defensie, volkshuisvesting, CRM
CDA: binnenlandse zaken+vicepremier, justitie, economische zaken, landbouw, sociale zaken, volksgezondheid/milieuhygiëne, ontwikkelingssamenwerking
D66: verkeer en waterstaat, wetenschapsbeleid

Nog diezelfde avond, 25 oktober, werd het resultaat voorgelegd aan de partijraad van de PvdA, die in Utrecht vergaderde. Het verzet daar was heftig. Via een motie-Reckman wees de partijraad het akkoord met 53 tegen 35 stemmen af.

[ V ][ ^^ ]

Mislukte formatie-Den Uyl

 de Kabinetsformatie
Ondanks de afwijzing door de partijraad werd Den Uyl op basis van het akkoord tussen PvdA, CDA en D66 op 26 oktober voor de derde keer formateur.

De PvdA-fractie stemde diezelfde dag in meerderheid vóór de bereikte zetelverdeling. Vijf leden stemden tegen. Vanwege de verschillende opstelling van partijraad en fractie werd besloten een buitengewoon congres bijeen te roepen.

Den Uyl ging inmiddels onverdroten voort bij het formeren van zijn kabinet. Er werd spoedig overeenstemming bereikt over de verdeling van de staatssecretariaten (8-7-1). Den Uyl zocht op basis van de zetelverdeling 7-7-2 tevens kandidaten voor zijn kabinet. Het volgende probleem dat nu opdoemde was echter het verlangen van het CDA om naast Van Agt ook Andriessen (voor Economische Zaken) en Kruisinga (voor Landbouw) in het kabinet op te nemen; beiden stonden niet bekend als voorstander van progressieve samenwerking. Den Uyl en de PvdA waren tegen het opnemen van deze drie CDA-politici. Zij wilden dat Lubbers zou terugkeren op Economische Zaken.

 Den Uyl

Toen noch het CDA, noch de PvdA wilden toegeven, kwam het tot een breuk. Als laatste oplossing om de impasse te doorbreken, werd nog gedacht aan een ministerschap van Aantjes. Andriessen zou dan buiten het kabinet blijven. Aantjes voelde er echter niet voor om Van Agt op Justitie op te volgen en deelde verder mee niet bij machte te zijn een oplossing aan te dragen. Later werd gesuggereerd dat dit met zijn - toen nog onbekende - oorlogsverleden te maken had, maar Aantjes ontkent dat en bewijzen zijn er niet voor.

Op het moment dat het buitengewoon congres van de PvdA op 5 november bijeenkwam, was de poging van Den Uyl al mislukt.
[ V ][ ^^ ]

Informatie-Van der Grinten

 Op glad ijs
Na een nieuwe consultatieronde door de koningin werd de Nijmeegse hoogleraar Van der Grinten (CDA) tot informateur benoemd. Hij begon zijn onderzoek met een laatste poging om alsnog een kabinet van PvdA, CDA en D66 samen te stellen. Er kwamen nog enkele varianten naar voren, onder andere één met de zetelverdeling 7-7-1. Resultuut had dat niet.

De constatering dat tussen PvdA en CDA geen overeenstemming mogelijk was, deed de informateur besluiten zijn onderzoek te gaan richten op een kabinet van PvdA, VVD en D66. PvdA en D66 lieten direct weten daar niet voor te voelen. Als enige variant bleef over CDA-VVD.

De sfeer tussen Van Agt en Wiegel was direct veel beter dan tussen Van Agt en Den Uyl/Van Thijn. Beide voormannen ontmoetten elkaar bij het Haagse restaurant Bistroquette en bereikten in de onderhandelingen spoedig een akkoord.

 Formatie CDA/VVD-kabinet

In de CDA-fractie werd vooral kritiek geuit op de sociaal-economische en financiële paragraaf. Er werden door de fractie honderden amendementen ingediend. De amendementen gingen onder andere over de koopkracht van lagere inkomens, over de hoogte van de ontwikkelingshulp en over de positie van huurders. Ook vond de fractie dat een economische boycot van het apartheidsbewind van Zuid-Afrika moest worden overwogen. Met deze amendementen gingen Van Agt en Wiegel soepel om; de VVD slikte veel en op 30 november lag er een ontwerp-regeerakkoord. VVD-leider Wiegel relativeerde de betekenis van het regeerakkoord.
 
 De loyalen

Ondanks de tegemoetkoming stemden er in de CDA-fractie toch zes leden, onder wie fractievoorzitter Aantjes, tegen het ontwerp-akkoord (later voegde zich nog een lid bij hen). Zij verklaarden echter een eventuele motie van wantrouwen tegen het nieuwe kabinet niet te steunen en Van Agt betitelde hen daarom als 'loyalisten'.

Omdat er twijfel bestond of er wel sprake was van een parlementair meerderheidskabinet (zonder steun van de zeven loyalisten steunde het nieuwe kabinet slechts op 71 leden) werd een extra consultatieronde ingelast door de koningin. De PvdA vroeg daarin om benoeming van een nieuwe informateur. Het CDA wees heropening van de onderhandelingen met de PvdA echter af.

a. 

Van Agt rondt de formatie af


kabinet-Van Agt
Van Agt werd vervolgens formateur. Bij het vinden van kandidaten liep hij nog tegen enkele problemen op. Van zijn eigen partij weigerden onder anderen De Gaay Fortman, Boersma, Lubbers en Goudzwaard (opsteller van het CDA-verkiezingsprogramma) een ministerspost. Voor Buitenlandse Zaken lukte het pas na drie weigeringen om een VVD-minister te vinden, de diplomaat en topambtenaar Van der Klaauw.

Andriessen werd minister van Financiën en Albeda (die goede banden had met het CNV) minister van Sociale Zaken. Voor de VVD kwamen naast Wiegel als vicepremier onder meer Van Aardenne (Economische Zaken) en Pais (Onderwijs) in het kabinet. Pais, hoogleraar economie, was voorstander van drastische bezuinigingen bij het rijk.

b. 

Terugblik


 Na 185 dagen
De formatie van 1977 was in veel opzichten bijzonder. Allereerst de lange duur en daarnaast het mislukken van het lang nagestreefde doel van een kabinet met PvdA en CDA. Er kwam geen tweede kabinet-Den Uyl, ondanks de tien zetel winst van de PvdA bij de verkiezingen.

Er werd tijdens de formatie door beide partijen getracht oude rekeningen te vereffenen. Van Agt was zeer ontstemd over de wijze waarop de PvdA (incl. Den Uyl) hem als minister had behandeld. Verder leefde er bij het CDA veel oud zeer over de onevenwichtige zetelverdeling in het kabinet-Den Uyl (10 progressieven en 6 christendemocraten).

Voor de PvdA was het totstandkomen van het CDA en het succes van die partij een tegenvaller. De voortijdige val van het kabinet-Den Uyl had het wantrouwen tegen het CDA met een sterke rechtervleugel (ook oppositiepartij CHU behoorde daar immers toe) groter gemaakt. Daarom werden harde eisen gesteld, met als symbool de 8-7-1. Onderhandelaar Van Thijn en PvdA-leider Den Uyl moesten bovendien voortdurend verantwoording afleggen tegenover de (radicale) achterban in de partijraad.

De sentimenten bij het CDA werden door de PvdA sterk onderschat en dat gold evenzeer voor de kansen op het alternatief van een CDA-VVD-combinatie. Van Agt hield die sterke troef echter steeds achter de hand en wist bekwaam de geest voor die koerswijziging rijp te maken. Toen het zover was, sputterden enkele fractieleden nog wel tegen, maar bij de onmogelijkheid van een PvdA-CDA-kabinet was dat verzet vooral symbolisch.

 Het toetje

VVD-leider Wiegel speelde bekwaam in op de sentimenten bij het CDA en - vooral - bij Van Agt. Door het scheppen van een goed onderhandelingsklimaat, wist hij snel tot zaken te komen. Op de bordesfoto van het kabinet-Van Agt was dan ook een triomfantelijke blik waar te nemen bij Wiegel.

c. 

De hoofdrolspelers


Joop den Uyl
 * Joop den Uyl
Gedreven PvdA-ideoloog en -politicus en econoom. Voor sommigen 'ome Joop', voor anderen de verpersoonlijking van verfoeilijk socialisme. Kwam vanuit de journalistiek in de 'denktank' van de PvdA en werd in 1956 Tweede Kamerlid. Stapte in 1962 over het wethouderschap van economische zaken in Amsterdam en stimuleerde onder andere de industrievestiging. In 1965 minister van Economische Zaken in het kabinet-Cals. Volgde in 1966 Vondeling op als partijleider. Zou tot 1986 het gezicht van de PvdA zijn. Het door hem geleide kabinet ging als het meest linkse de geschiedenis in. Kon het succes bij de verkiezingen van 1977 niet omzetten in hernieuwde regeermacht. Zijn derde optreden als minister (ditmaal van Sociale Zaken onder Van Agt) verliep teleurstellend. Ondanks herstel in 1982 bleef zijn partij buiten het kabinet. Erudiet analyticus en scherp debater, die door zijn gedrevenheid echter soms drammerig overkwam.
 

 
Dries van Agt
 * Dries van Agt
CDA-voorman, jurist en premier van KVP-huize. Stond als hoogleraar strafrecht bekend als vernieuwingsgezind en bracht als minister van Justitie belangrijke wetten tot stand. Vicepremier in het kabinet-Den Uyl. Kwam in de kabinetten-Biesheuvel en -Den Uyl diverse malen in politieke problemen, onder meer door discussies over de vrijlating van de Drie van Breda, de abortuskwestie en de affaire-Menten. Werd in 1977 de eerste leider van het CDA en was daarna vijf jaar premier. Werd de politieke tegenvoeter van PvdA-leider Den Uyl. Even populair bij zijn achterban als verguisd door zijn tegenstanders. Stapte na de verkiezingen van 1982 op als politiek leider. Nadien Commissaris van de Koningin in Noord-Brabant en EG-ambassadeur. Relativeerde de politiek en zichzelf, maar was tactisch sterk. Formuleerde zorgvuldig en viel op door zijn kleurrijke en soms archaásche taalgebruik.
 

 
Hans Wiegel
 * Hans Wiegel
Raspoliticus en voorman van de VVD in de periode 1971-1981. Zorgde als jeugdig leider van de VVD door een op de middengroepen en geschoolde arbeiders gerichte koers voor een sterke groei van zijn partij. Uitstekend debater en ook een gewiekst politicus die optimaal gebruikmaakte van de media. Kon het goed vinden met CDA-leider Van Agt en werd in diens kabinet in 1977 vicepremier en minister van Binnenlandse Zaken. Bleef vanaf 1982 als Commissaris van de Koningin in Friesland op de achtergrond een vooraanstaande rol spelen in zijn partij. Stapte later over naar de organisatie van zorgverzekeraars en werd senator. Zijn tegenstem in de Eerste Kamer tegen het correctief referendum veroorzaakte in 1999 een korte kabinetscrisis. Hoffelijke man, die feitelijk vrij verlegen is. Houdt van relativeren en geniet graag van een goed glas en goede maaltijd.
 

 
Wil Albeda
 * Wil Albeda
ARP- en CDA-politicus die zichzelf typeerde als vakbondsman. Was geruime tijd werkzaam bij de Christelijke Bouwbond en het CNV. Daarna hoogleraar sociaal-economisch beleid in Rotterdam. Had belangstelling voor internationale vraagstukken. Vanaf 1966 lid en sinds 1973 voorzitter van de ARP-fractie in de Eerste Kamer. Stond in 1973 als informateur mede aan de basis van het kabinet-Den Uyl. Minister van Sociale Zaken in het eerste kabinet-Van Agt, waarvan hij het 'sociale gezicht' was. Bracht onder meer een herziening van de Wet op de ondernemingsraden en de Arbeidsomstandighedenwet tot stand. Keerde na zijn ministerschap terug in de Senaat en werd later voorzitter van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Evenwichtige, sociaal voelende econoom die vaak optrad als bemiddelaar bij sociale conflicten.
 

 
Gerard Veringa
 * Gerard Veringa
Vriendelijke, wat jongensachtige KVP-voorman, die minister van Onderwijs was in het kabinet-De Jong en in 1971 lijsttrekker van zijn partij. Was als criminoloog topambtenaar van het gevangeniswezen en in Nijmegen buitengewoon hoogleraar. Tijdens zijn ministerschap vond onder meer in 1969 de bezetting van het Maagdenhuis (UvA) plaats, die een uiting was van onvrede over de weinig democratische structuur van de universitaire wereld. Kwam aan de wens tot modernisering tegemoet via de Wet Universitaire Bestuurshervorming. Werd in 1971 lijsttrekker van de KVP, omdat hij een progressiever imago had dan De Jong. Moest echter al eind 1971 de politiek verlaten vanwege zijn gezondheid. Werd toen staatsraad. In 1977 (in)formateur tijdens de mislukte formatie van een tweede kabinet-Den Uyl.
 

 
Maarten Vrolijk
 * Maarten Vrolijk
PvdA-Tweede Kamerlid, minister en bestuurder. Was parlementair journalist van "Het Vrije Volk" en werd in 1956 Tweede Kamerlid en in 1962 wethouder van Den Haag. Minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk in het kabinet-Cals. Stimuleerde de bouw van sporthallen en buurthuizen en ontwierp een wettelijke regeling voor de omroep. Na 1967 weer Tweede Kamerlid en vervolgens Commissaris van de Koningin in Zuid-Holland. Relativerende sigarenroker, die 's nachts tot twee uur of nog later placht te werken. Telg uit een oud Schevenings vissersgeslacht. Geboren voorzitter die met een bassende stem zeer zorgvuldig formuleerde. Man zonder franje, die zijn hart had verpand aan de kunsten en dol was op balsporten.
 

 
Pieter Verdam
 * Pieter Verdam
Hoogleraar Romeins recht en internationaal privaatrecht aan de Vrije Universiteit die korte tijd minister en senator was. Zoon van een rechter, die ook politiek actief was. Meer geleerde dan politicus en in 1966 vrij onverwacht minister van Binnenlandse Zaken als opvolger van Smallenbroek. Ambieerde echter geen politieke loopbaan en na de post ook in het interimkabinet-Zijlstra te hebben vervuld, keerde hij terug naar de wetenschap. Werd in 1970 Commissaris van de Koningin in Utrecht en speelde in 1977 als informateur met Vrolijk een rol bij de mislukte poging om een tweede kabinet-Den Uyl te formeren. Befaamd om zijn zeer geestige tafelspeeches.
 

 
Wim van der Grinten
 * Wim van der Grinten
KVP-politicus en rechtsgeleerde, die in 1949 staatssecretaris van Economische Zaken in het kabinet-Drees I werd en daarmee de eerste staatssecretaris van ons land was. Zoon van een Nijmeegse hoogleraar staatsrecht. Had een belangrijk aandeel in de totstandkoming van de Wet op de bedrijfsorganisatie, waarbij de SER werd ingesteld. Na zijn staatssecretariaat hoogleraar in Nijmegen en voorzitter van diverse commissies, onder andere over het vennootschapsrecht. Tijdens de kabinetsformatie van 1977 opende hij als informateur de weg voor samenwerking tussen CDA en VVD en voor vorming van het eerste kabinet-Van Agt. Vruchtbaar publicist op juridisch gebied.
 

 
Ed van Thijn
 * Ed van Thijn
PvdA-politicus en strateeg, die net als Den Uyl voortkwam uit de Wiardi Beckman Stichting, het wetenschappelijk bureau van de PvdA. Was gemeenteraadslid in Amsterdam en werd op jonge leeftijd Tweede Kamerlid. Woordvoerder staatkundige vernieuwing en bedenker van de meerderheidsstrategie. Leidde ten tijde van het kabinet-Den Uyl de PvdA-fractie. Was in 1981 formateur en werd in het tweede kabinet-Van Agt minister van Binnenlandse Zaken. Na zijn ministerschap populair burgemeester van Amsterdam. Keerde in 1994 korte tijd terug op Binnenlandse Zaken, maar moest voortijdig aftreden vanwege de IRT-affaire. Daarna sinds 8 juni 1999 Eerste Kamerlid. Als woordvoerder bestuurlijke vernieuwing speelde hij een prominente rol bij de verwerping van het voorstel om de regeling van de burgemeestersbenoeming uit de Grondwet te halen.
 

 
Jan Terlouw
 * Jan Terlouw
Natuurkundige, jeugdboekenschrijver en D66-voorman; na Van Mierlo hát gezicht van D66. In 1971 Tweede Kamerlid en in 1973 fractievoorzitter. Wist in 1976 zijn partij te redden en vervolgens naar electoraal succes te leiden. Vicepremier en minister van Economische Zaken in het tweede kabinet-Van Agt. Botste toen vaak met zijn collega-minister Den Uyl en kwam zowel binnen als buiten zijn partij onder vuur te liggen. Werd in 1982 met tegenzin weer lijsttrekker, maar verdween na de voor D66 teleurstellende verkiezingen enige jaren van het politieke toneel. In 1991 de eerste D66-Commissaris van de Koningin en later nog vier jaar senator. Kalme, vriendelijke domineeszoon, die als de verpersoonlijking van 'het redelijke alternatief' (de slogan van zijn partij) bekendstond en door velen werd getypeerd als 'de ideale schoonzoon'.
 

 
Wim Aantjes
 * Wim Aantjes
Bevlogen christendemocratisch politicus. Was afkomstig uit een Hervormd-gereformeerd milieu uit de Alblasserwaard en behoorde aanvankelijk tot de rechtervleugel van zijn partij. Als voorman van de bouwondernemers woordvoerder volkshuisvesting en daarnaast woordvoerder PTT-zaken. Klom op tot fractievoorzitter en schoof op naar links. Stond aarzelend tegenover de vorming van het CDA, omdat hij vreesde dat de (progressieve) evangelische grondslag niet verzekerd was. Behoorde als fractieleider ten tijde van het eerste kabinet-Van Agt tot de 'loyalisten'. Trad af als Kamerlid vanwege onthullingen over zijn oorlogsverleden. Werd later grotendeels gerehabiliteerd toen erkend werd dat zijn versie van dat verleden juist was geweest.
 

 


 * meer over Verkiezingsjaar 1977


De verkiezingen
Eerste fase: formateur Den Uyl
Crisis over de VAD: informatie-Albeda
Crisis over abortus: informatie-Veringa
Informatie-Den Uyl/Veringa
Crisis over de zetelverdeling: informatie-Verdam/Vrolijk
Mislukte formatie-Den Uyl
Informatie-Van der Grinten
TXT/Print-versie voor correct en passend afdrukken (verschijnt in een nieuw venster)Reageer op deze pagina. Aanvullingen en suggesties zijn altijd welkom!
homeHome           Route