Vanaf 1814 |
Grondwetsherziening 1848 |
Grondwetsherziening 1917 |
| - | voortaan kregen alle mannen boven de 23 jaar een stemplicht; |
| - | vrouwen konden in de Tweede Kamer gekozen worden. |
Vrouwenkiesrecht |
Grondwetsherziening 1956 |
Vanaf de jaren '60 tot de jaren '90 van de 20ste eeuw |
| - | in 1963 werd de minimumleeftijd voor het actief kiesrecht verlaagd van 23 naar 21 jaar en ging de minimumleeftijd voor passief kiesrecht van 30 jaar naar 25 jaar; |
| - | in 1971 ging de minimumleeftijd voor actief kiesrecht verder omlaag naar 18 jaar; |
| - | in 1983 ging de minimumleeftijd voor passief kiesrecht verder omlaag naar 18 jaar. |
Voorstel minister De Graaf |
Paascrisis en daarna |
Burgerforum kiesstelsel |
Let op |
Tip |
Meer info |
Contactpersoon |