Vraag:
Is er vaker een verkennende fase ingelast bij een formatie?
Antwoord:
Ja, dat was in 1972 het geval na de verkiezingen van 29 november van dat jaar. Fungerend vice-president Ruppert van de Raad van State kreeg (nadat De Gaay Fortman had geweigerd) de opdracht een onderzoek in te stellen naar de mogelijkheden van vorming van een kabinet, dat in voldoende mate steun in de volksvertegenwoordiging kon ondervinden.
Het onderzoek was nodig, omdat voortzetting van het aftredende kabinet-Biesheuvel (KVP, ARP, CHU en VVD) niet mogelijk was vanwege het ontbreken van een meerderheid. PvdA, PPR en D66, die samen 56 zetels hadden, wilden niet onderhandelen met de confessionele partijen. Ook herstel van de combinatie met DS'70 lag niet voor de hand. Ruppert adviseerde uiteindelijk vorming van een centrum-links extra-parlementair kabinet.
In 1989 kreeg minister De Koning het verzoek op zeer korte termijn te onderzoeken welke mogelijkheden aanwezig waren voor de vorming van een kabinet dat mag rekenen op een vruchtbare samenwerking met de Staten-Generaal en aan welke wijze en volgorde van onderzoek, mede gelet op de verkiezingsuitslag, de voorkeur moest worden gegeven. Regeringspartij VVD had flink verloren, waardoor de meerderheid van CDA en VVD was geslonken tot één zetel.
In 1994 werd een soortgelijke opdracht verstrekt aan toenmalig Eerste Kamervoorzitter Tjeenk Willink. De twee regeringspartijen, CDA en PvdA, hadden flink verloren en samen geen meerderheid meer. Ook voor een combinatie CDA-VVD was geen meerderheid.
 |
