Vanaf 1814 |
Grondwetsherziening 1848 |
| Meer over de Grondwetsherziening van 1848 |
Districten in de negentiende eeuw |
| districtenstelsel in de negentiende eeuw |
Van censuskiesrecht naar algemeen kiesrecht |
| Takkianen en anti-Takkianen | |
| De verkiezingsstrijd in 1894 stond geheel in het teken van de uitbreiding van het kiesrecht. De vooruitstrevende liberalen en een deel van de antirevolutionairen wilden daarbij verder gaan dan de oud-liberalen en het conservatieve deel van de ARP. Bij de Katholieken was de overgrote meerderheid tegen al te vergaande kiesrechtuitbreiding. |
| periode 1872-1888: kiesrecht- en schoolstrijd | |
| van censuskiesrecht naar algemeen kiesrecht | |
| periode 1888-1918: Antithese |
Grondwetsherziening 1917 |
| - | voortaan kregen alle mannen boven de 23 jaar een stemplicht; |
| - | vrouwen konden in de Tweede Kamer gekozen worden. |
Vrouwenkiesrecht |
Grondwetsherziening 1956 |
Vanaf de jaren '60 tot de jaren '90 van de 20ste eeuw |
| Staatkundige vernieuwing in de jaren zestig | |
| In het midden van de jaren '60 van de twintigste eeuw kwam er van enkele kanten roep om staatkundige vernieuwing. Er was onvrede over het nogal gesloten politieke systeem, waarin een bestuurselite de dienst uitmaakte. Verder leidde de gewoonte om via overleg politieke tegenstellingen zo veel mogelijk glad te strijken, tot onduidelijkheid bij de kiezers. Nieuwe spelregels moesten de invloed van de kiezer vergroten. |
| - | in 1963 werd de minimumleeftijd voor het actief kiesrecht verlaagd van 23 naar 21 jaar en ging de minimumleeftijd voor passief kiesrecht van 30 jaar naar 25 jaar; |
| - | in 1971 ging de minimumleeftijd voor actief kiesrecht verder omlaag naar 18 jaar; |
| - | in 1983 ging de minimumleeftijd voor passief kiesrecht verder omlaag naar 18 jaar. |
| Meer over het Duitse kiesstelsel |
Voorstel minister De Graaf |
| Nieuw kiesstelsel (voorstel De Graaf) | |
| Het kabinet-Balkenende II wilde een nieuw kiesstelsel invoeren waarin kiezers twee stemmen uitbrengen: één op de landelijke lijst van een politieke partij en één op een districtskandidaat. Nadat minister De Graaf tijdens de Paascrisis van maart 2005 was afgetreden, werd zijn wetsvoorstel ingetrokken. Dit was de uitkomst van het Paasakkoord dat de Tweede Kamerfracties van CDA, VVD en D66 na de crisis sloten. Minister Pechtold stelde als opvolger van De Graaf het burgerforum kiesstelsel in. |
Paascrisis en daarna |
| Paascrisis | |
| Op 22 maart 2005 kreeg het voorstel in tweede lezing tot het uit de Grondwet halen van de burgemeestersbenoeming geen tweederde meerderheid in de Eerste Kamer. Een dag later trad minister De Graaf (Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties) af. Dit gebeurde zowel vanwege de geleden nederlaag als vanwege zijn gebrek aan vertrouwen in verwezenlijking van zijn kiesrechthervorming. | |
| Democratische vernieuwingsagenda minister Pechtold | |
| In juli 2005 bracht minister Pechtold (Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties) zijn democratische vernieuwingsagenda uit. Hierop stonden een Burgerforum over het kiesstelsel, een Nationale conventie, verlaging van de voorkeursdrempel, een rechtstreeks door de bevolking gekozen burgemeester en spreiding van de gemeenteraadsverkiezingen. |
Burgerforum kiesstelsel |
| Burgerforum kiesstelsel | |
| In november 2006 adviseerde het burgerforum kiesstelsel om kiezers voortaan te laten stemmen op ofwel een partij, ofwel een specifieke kandidaat. De evenredige vertegenwoordiging moest gehandhaafd blijven, maar de voorkeurdrempel moest verdwijnen. Ook beval het burgerforum aan restzetels voortaan te verdelen volgens de methode van de grootste overschotten. Het burgerforum werd ingesteld door minister Pechtold en had 140 leden onder voorzitterschap van Jacobine Geel. |