Geschiedenis discussie gekozen minister-president of formateur

Sinds de jaren zestig van de twintigste eeuw laait om de zoveel tijd discussie op over de gekozen minister-president of formateur. In 1971 sneuvelde een initiatiefwetsvoorstel voor een door het volk gekozen formateur. Ook de motie-Kolfschoten en adviezen van diverse (staats)commissies brachten geen oplossing. Wel debatteert de Tweede Kamer tijdens kabinetsformaties soms over het verloop van de formatie. Partijen die bij de onderhandelingen betrokken zijn laten echter zelden het achterste van hun tong zien.

 * Meer over de gekozen minister-president/formateur


[ V ][ ^^ ]

Voorgeschiedenis in de jaren zestig van de twintigste eeuw

In de jaren zestig van de twintigste eeuw onstond een roep om staatkundige vernieuwing, met name van de kant van D'66. Deze partij stelde o.a. invoering van een gekozen minister-president en een districtenstelsel voor, en vond steun bij de PvdA en de PPR.

Het is niet verwonderlijk dat in de loop van de jaren zestig onvrede ontstond over de benoeming van de minister-president. In 1959 had de KVP de verkiezingen gewonnen met Carl Romme als lijsttrekker, maar werd de KVP'er Jan de Quay, op dat moment commissaris van de koningin in Noord-Brabant, naar Den Haag gehaald om premier te worden.

Bij de verkiezingen van 1963 kwam de KVP weer als winnaar uit de bus. Premier werd het Tweede-Kamerlid Victor Marijnen (KVP), die geen lijsttrekker was geweest. Toen het kabinet-Marijnen in 1965 viel, werden er geen nieuwe verkiezingen georganiseerd. In plaats daarvan werd het KVP-Tweede-Kamerlid Jo Cals premier.

Nadat ook het kabinet-Cals was gevallen, trad het kabinet-Zijlstra aan als overgangskabinet, tot er na de verkiezingen van 1967 een nieuw kabinet zou zijn. Jelle Zijlstra was voor zijn premierschap Eerste-Kamerlid voor de ARP, op dat moment de vierde partij van Nederland.

[ V ][ ^^ ]

Staatscommissie-Cals/Donner

De maatschappelijke onvrede over de democratie leidde na de verkiezingen van 1967 tot het instellen van de staatscommissie-Cals/Donner. Deze commissie sprak zich in meerderheid uit voor een gekozen kabinetsformateur. De verkiezing van de formateur diende gelijk met de Tweede-Kamerverkiezingen plaats te vinden. Als geen enkele kandidaat een volstrekte meerderheid zou behalen, zou de koning(in) de formateur moeten aanwijzen.

Overigens waren acht van de zeventien commissieleden tegen de gekozen formateur.

[ V ][ ^^ ]

Initiatief-Van Thijn/Goudsmit en motie-Kolfschoten

In 1970 stelden de Tweede-Kamerleden Ed van Thijn (Pvda) en Anneke Goudsmit (D'66) in een initiatiefwetsvoorstel voor om de formateur door het volk te laten kiezen. Dit voorstel bleek het in 1971 niet te halen. Wel nam de Tweede Kamer een motie van de KVP'er Eric Kolfschoten aan.

De motie-Kolfschoten sprak uit dat het wenselijk was dat de nieuwgekozen Tweede Kamer kort na de verkiezingen van 1971 bijeen zou komen om, als de Tweede Kamer dat zou wensen, in een openbaar debat te onderzoeken of een oordeel kon worden uitgesproken omtrent een door het staatshoofd te benoemen kabinetsformateur.

Het door Kolfschoten bedoelde debat vond twee weken na de verkiezingen daadwerkelijk plaats, maar het lukte de Tweede Kamer niet tot een meerderheidsoordeel over de gewenste formateur te komen. D'66-leider Hans van Mierlo droeg PvdA-leider Joop den Uyl voor als premier, maar deze kreeg geen meerderheid. KVP, ARP, CHU, VVD en DS'70 kwamen niet met een gezamenlijke kandidaat, zodat het experiment mislukte.

De formatie van 1971, die uiteindelijk tot de vorming van het kabinet-Biesheuvel I leidde, was wel de eerste waarbij de adviezen van de Tweede-Kamerfracties aan de koningin openbaar werden gemaakt. Deze openbaarheid is sindsdien gehandhaafd.

[ V ][ ^^ ]

Schaduw- en deelkabinetten in 1971 en 1972

 * Schaduw- en deelkabinetten in 1971 en 1972
In 1971 werden door PvdA, D'66 en PPR kandidaten gepresenteerd voor een alternatief kabinet. In 1972 vormden de partijen een zogenaamd deelkabinet, een lijst van mogelijke kandidaten voor een kabinetspost. Hiermee wilden de drie progressieve partijen aangeven dat zij in staat waren een kabinet te vormen. Deze alternatieve kabinetten onder leiding van PvdA-lijsttrekker Joop den Uyl vloeiden voort uit een krachtenbundeling van de drie partijen (de 'progressieve drie') die begin jaren zeventig was ontstaan.
 

[ V ][ ^^ ]

Staatscommissie-Biesheuvel en commissie-De Koning

In 1984 adviseerde de staatscommissie-Biesheuvel over een nieuwe procedure voor de kabinetsformatie. De commissie stelde o.a. voor dat de Tweede Kamer binnen een week na de verkiezingen een formateur aan de koningin zou voordragen. Als de formateur niet zou slagen, moest er binnen een week een nieuwe formateur worden voorgedragen. Volgens de commissie moest de formateur verantwoording afleggen aan de Tweede Kamer en hieraan verslag uitbrengen over zijn werkzaamheden.

Met de voorstellen van de commissie-Biesheuvel gebeurde niet veel, en zo kwam het dat de commissie-De Koning begin jaren negentig van de twintigste eeuw mocht gaan adviseren. De commissie-De Koning beval o.a. aan:
- af te zien van rechtstreekse verkiezing van de formateur, maar wel het recht te geven aan de Tweede Kamer om de kabinetsformateur (die beoogd minister-president zou zijn) voor te dragen;
- geen informateur meer aan te wijzen.

Ook de aanbevelingen van de commissie-De Koning leidden nauwelijks tot concrete resultaten.

[ V ][ ^^ ]

Regeerperiode kabinet-Balkenende II

Tijdens de regeerperiode van het kabinet-Balkenende II is ook de verkiezing van de minister-president ter sprake gekomen. Coalitiepartij D66 was oudsher al voorstander hiervan, en in mei 2005 sprak ook de algemene vergadering van coalitiepartner de VVD zich uit voor een gekozen premier.

In het paasakkoord van het kabinet-Balkenende II werd in het voorjaar van 2005 de volgende passage opgenomen: "Naast het al afgesproken onderzoek naar de versterking van de positie van de minister-president en diens bevoegdheden zijn andere mogelijke onderwerpen: het kiesstelsel, de betrokkenheid van de burger bij de machtsvorming, [...]".

Voorgeschiedenis in de jaren zestig van de twintigste eeuw
Staatscommissie-Cals/Donner
Initiatief-Van Thijn/Goudsmit en motie-Kolfschoten
Schaduw- en deelkabinetten in 1971 en 1972
Staatscommissie-Biesheuvel en commissie-De Koning
Regeerperiode kabinet-Balkenende II
TXT/Print-versie voor correct en passend afdrukken (verschijnt in een nieuw venster)Reageer op deze pagina. Aanvullingen en suggesties zijn altijd welkom!
homeHome           Route