| - | Vóór de verkiezingen is duidelijk wie de kandidaten voor het minister-presidentschap zijn. |
| - | De gekozen premier krijgt een rechtstreeks mandaat van de kiezer en zijn positie wordt sterker. |
| - | Partijen worden meer dan nu gedwongen vooraf hun voorkeur voor politieke samenwerking uit te spreken. |
| - | Het gevaar bestaat dat een gekozen premier geen werkbare parlementaire meerderheid heeft (bijvoorbeeld: een PvdA'er komt als gekozen premier uit de bus, maar CDA en VVD hebben samen een meerderheid in de Tweede Kamer). |
| - | De gekozen minister-president past eigenlijk beter bij een tweepartijenstelsel, zodat twee kandidaten tegenover elkaar staan. |
| - | Het begrip 'gekozen premier' is eigenlijk relatief. Stel Bos (PvdA), Marijnissen (SP), Wiegel (VVD) en Balkenende (CDA) zijn kandidaat-premier. Bos krijgt 35 procent, Wiegel 32 procent, Balkenende 28 procent en Marijnissen 15 procent. Hoewel kiezers zich in ruime meerderheid uitspreken voor een centrum-rechtse kandidaat, komt er dan toch een linkse premier. |
| - | Verkiezingen zullen meer over personen gaan en minder over de inhoud. |