Eurobeleid - Europa NU

Europa NU
logo Europees Parlement

bij Eurobeleid

Eurobeleid

Euromuntstukken

Sinds 1 januari 2002 is de euro in twaalf lidstaten van de Europese Unie wettig betaalmiddel. Later voerden ook Cyprus, Malta en Slovenië de euro in. Slowakije zal de euro invoeren op 1 januari 2009. Ook andere lidstaten kunnen de euro invoeren. Zij moeten dan wel voldoen aan bepaalde voorwaarden.

De invoering van de euro betekent dat de lidstaten hun bevoegdheden ten aanzien van hun eigen munt hebben overgedragen aan één Europese financiële instelling: de Europese Centrale Bank.

1.

In vogelvlucht

Al vanaf de jaren '70 van de vorige eeuw wordt eraan gewerkt om de Europese economieën en munteenheden meer op één lijn te krijgen. In 1989 presenteerde men een drie stappenplan voor een Economische en Monetaire Unie (EMU). Stap drie zou een gemeenschappelijke munt zijn.

Dit plan werd vastgelegd in het verdrag van Maastricht (1992). Tien jaar later was de euro een feit. Dit is heel snel voor zo'n grote stap in de geschiedenis. De Europese Centrale Bank werd opgericht om te zorgen voor een goed rentebeleid. Dit zou het vertrouwen van de burgers in de euro vergroten.

Er zijn twaalf lidstaten die sinds 1 januari 2002 deelnemen aan de euro: Nederland, België, Duitsland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Ierland, Italië, Luxemburg, Oostenrijk, Portugal en Spanje. Sinds 1 januari 2007 behoort ook Slovenië tot de eurozone. Cyprus en Malta hebben de euro op 1 januari 2008 ingevoerd. Slowakije zal de euro invoeren op 1 januari 2009. Naar verwachting zullen de overige EU-landen tussen 2010 en 2014 overstappen op de euro.

Voor andere lidstaten van de Europese Unie staat deelname open. Zij moeten dan wel voldoen aan de criteria die gesteld zijn in de Gemeenschappelijke Richtsnoeren van het gezamenlijke Economisch Beleid. Zo moet bijvoorbeeld de wisselkoers van hun munteenheid twee jaar lang stabiel zijn. Daarnaast mag de staatsschuld niet te groot zijn. Landen die zich niet houden aan de criteria (bijvoorbeeld door het laten oplopen van hun begrotingstekort) worden onder speciaal toezicht gezet door de Europese Commissie. In het uiterste geval kan de Commissie een boete uitdelen.

Alle criteria over het economische beleid en de positie van de Europese Centrale Bank komen met regelmaat onder vuur te liggen. Vooral de zuidelijke lidstaten, vaak aangevoerd door Frankrijk, willen meer invloed op het beleid van de ECB, en minder rigide regels voor hun begroting worden opgelegd. Nederland is één van de landen die absoluut vast wil houden aan de regels zoals ze gelden. De regels zijn niet aangepast, maar de naleving is niet waterdicht.

Onder het kopje "Historie" bovenaan de linkerkolom van deze pagina, vindt u een toelichting op de ontwikkeling naar één europese economie en munt.

Lees meer

2.

Wie doet wat?

Lidstaten die de euro willen invoeren, moeten voldoen aan bepaalde normen - met name op het gebied van inflatie en overheidstekorten. De Europese Commissie bewaakt de economieën van de lidstaten die willen toetreden tot de eurozone.

Initiatief voor nieuw beleid bij de Europese Commissie

Eerst verantwoordelijk is de Eurocommissaris voor Economische en monetaire zaken:

Over deelname aan de euro beslissen de lidstaten van de Europese Unie die voldoen aan de criteria die gesteld zijn in de Gemeenschappelijke Richtsnoeren van het gezamenlijke Economisch Beleid.

De Europese Centrale Bank

De Europese Centrale Bank bewaakt de prijsstabiliteit van de euro (beheersing van de inflatie). De ECB vormt samen met de centrale banken van landen die de euro hebben aangenomen een nieuwe entiteit: het "Eurosysteem". De Europese Centrale Bank geniet formeel volledige onafhankelijkheid bij het uitvoeren van haar taken.

Sinds 2003 is de president van de Europese Centrale Bank:

De Europese Centrale Bank geeft het Europees Parlement tekst en uitleg over de ontwikkelingen op monetair gebied. De betrokken parlementaire commissie is de Economische en Monetaire commissie.

Voor Nederland zijn de volgende europarlementariërs lid:

 

3.

Meer informatie

4.

Tip voor informatie op maat

Via onderstaande symbolen kunt u de omvang van de informatie over dit beleidsterrein op uw behoefte van dit moment afstemmen:

 
  Niveau Rubrieken
niveau 1: kort In vogelvlucht, Wie doet wat?
niveau 2: hoofdlijnen Niveau 1 + Juridisch kader
niveau 3: specialistisch Niveau 2 + Wat komt er aan?

Afhankelijk van het niveau kunnen ook de teksten van de rubrieken uitgebreider en specialistischer zijn.

Tip

Deze icoontjes treft u ook aan boven de inhoudsopgave aan de rechterkant van deze pagina.

  • Contact
  • Home