 | Samenstelling Europees Parlement 2009/2014 |
| Het Europees parlement (EP) 2009-2014 bestaat uit 736 leden plus de voorzitter van het Europees Parlement. Nederland is momenteel vertegenwoordigd met 25 parlementariers afkomstig uit 9 Nederlandse Partijen. De meeste van hen zijn aangesloten bij een Europese Fractie.
|
 | Bevoegdheden van het Europees Parlement |
| De zeggenschap van het Europees Parlement (EP) verschilt per beleidsterrein. In de meeste gevallen heeft is het EP medewetgever, maar op een aantal beleidsterreinen zijn de bevoegdheden van het EP zeer beperkt. Initiatiefrecht heeft het EP niet. Het EP heeft wel controlebevoegdheid en kan de Europese Commissie als geheel (maar individuele commissarissen niet) wegsturen.
|
 | Wijze van verkiezen Europees Parlement |
| De verkiezingen voor het Europees Parlement in Nederland zijn qua systematiek vergelijkbaar met de Tweede Kamerverkiezingen. Omdat er niet zo veel Nederlandse EP-zetels te verdelen zijn, zijn er echter relatief veel stemmen nodig om een zetel te veroveren. Onderdanen uit andere EU-lidstaten mogen onder bepaalde voorwaarden kiezen en gekozen worden in Nederland, en Nederlanders mogen meedoen aan de EP-verkiezingen in andere lidstaten.
|
 | Beloning europarlementariërs |
| In juni 2005 ging het Europees Parlement akkoord met een uniforme beloningsregeling voor europarlementariërs. Een eerdere poging hiertoe strandde in januari 2004 in de Raad van ministers. Hierdoor bleven er grote verschillen in de salarissen van europarlementariërs bestaan. Ook is er al jarenlang veel kritiek op de systematiek en het gebruik van presentie- en reiskostenvergoedingen. Sinds 1999 is er voor Nederlandse europarlementariërs een gedragscode. Over de naleving daarvan ontstond begin 2004 discussie.
|
 | Verhouding Europees Parlement en Nederlandse politiek |
| Vergeleken met de binnenlandse politici spelen Nederlandse europarlementariërs een marginale rol in de media en in de Nederlandse politiek. Wel maken binnenlandse politici geregeld een overstap naar het Europees Parlement (EP) en andersom. De opkomst bij de verkiezingen voor het EP is veel lager dan bij de Tweede-Kamerverkiezingen en vertoonde tot 1999 een dalende trend. In sommige debatten (met name over Europa) gunt de Tweede Kamer spreekrecht aan Nederlandse europarlementariërs.
|
 | Verkiezingen en zetelverdeling door de jaren heen |
| In Nederland vonden in 1979, 1984, 1989, 1994, 1999, 2004 en 2009 verkiezingen plaats voor de Nederlandse vertegenwoordigers in het Europees Parlement. De opkomst daalde van 58,1 procent van de kiesgerechtigden in 1979 naar 36,7 procent in 2009 (een stijging ten opzichte van het in 1999 bereikte dieptepunt van 30%). In alle 5 de zittingsperiodes waren CDA, PvdA en VVD vertegenwoordigd in het Europees Parlement.
|
 | Gewone wetgevingsprocedure |
| Deze procedure is de wetgevingsprocedure die standaard van toepassing is op alle besluitvorming in de Europese Unie, tenzij in de verdragen specifiek staat dat er een andere, bijzondere wetgevingsprocedure geldt. De procedure stond voor de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon eind 2009 bekend als de medebeslissingsprocedure. Kern van de procedure is dat zowel de Raad van Ministers als het Europees Parlement een beslissende stem hebben in het wetgevingsproces, én dat allebei de instellingen de mogelijkheid hebben om een voorstel aan te passen.
|
 | Raadplegingsprocedures |
| Deze procedure is één van de bijzondere wetgevingsprocedures die in de Europese Unie gebruikt worden. De raadplegingsprocedure wordt vooral gebruikt voor politiek gevoelige zaken waar de verantwoordelijkheid voor beleid vooral bij de lidstaten zelf ligt, en waar de lidstaten het bij Europese besluitvorming unaniem eens over moeten zijn.
|
 | Instemmingsprocedure |
| Deze procedure is één van de bijzondere wetgevingsprocedures die in de Europese Unie gebruikt worden. De instemmingsprocedure wordt bij enkele belangrijke besluiten gebruikt, en voor een aantal zaken waar de lidstaten meer controle over willen houden. Het woord instemming slaat op de rol van het Europees Parlement. Dat moet een voorstel goed- of afkeuren, maar mag geen wijzigingen aanbrengen.
|
 | Samenwerkingsprocedure |
 | Europese Commissie |
| Deze instelling van de Europese Unie kan worden beschouwd als het 'dagelijks bestuur' van de EU. De leden van de Europese Commissie worden 'eurocommissarissen' genoemd. Elke eurocommissaris is verantwoordelijk voor één of meerdere beleidsgebieden. Momenteel zijn er 27 eurocommissarissen, voor elke lidstaat één. Samen vormen zij het college van eurocommissarissen. De eurocommissarissen moeten het belang van de Europese Unie als geheel behartigen, niet dat van hun eigen land.
|
 | Raad van Ministers |
| In deze instelling van de Europese Unie (kortweg 'de Raad van Ministers' of nog korter 'de Raad' genoemd) zijn de regeringen van de 27 lidstaten van de EU vertegenwoordigd. De Raad oefent samen met het Europees Parlement de wetgevings- en begrotingstaak uit. Dit houdt in dat de Raad haar goedkeuring moet geven aan elk wetsvoorstel van de Europese Commissie en aan elke voorgestelde EU-begroting. Nationale regeringen kunnen dus via de Raad invloed uitoefenen in de EU. De Raad neemt ook beslissingen over het buitenlands en veiligheidsbeleid.
|
 | Hof van Justitie |
| Het in 1952 opgerichte Hof van Justitie van de Europese Unie moet ervoor zorgen dat de wetten en regels die in Europa gemaakt worden, goed worden toegepast. De Europese wetten - het gemeenschapsrecht - moeten in alle landen hetzelfde worden uitgevoerd, zodat het niet uitmaakt of je in Nederland of in Polen woont. Het Hof van Justitie kijkt daarom bijvoorbeeld ook of rechters in Nederland de Europese wetten wel goed toepassen.
|
 | Andere spelers in de Europese Unie |
| De Europese Commissie, de Europese Raad, de Raad van ministers, het Europees Parlement en het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen zijn de belangrijkste spelers van de Europese Unie (EU). Er zijn echter meer spelers van belang zoals de Europese Centrale Bank (ECB), de Europese Rekenkamer, de Europese Ombudsman, de Europese Investeringsbank (EIB), het Economisch en Sociaal Comité (ESC), het Comité van de Regio's en agentschappen zoals Europol en Eurojust. Ook voor de nationale parlementen van de lidstaten is een rol weggelegd.
|