 | de Ridderzaal, het gebouw van de Tweede Kamer en de Trêveszaal |
| Het Binnenhof is een van oorsprong Middeleeuws gebouwencomplex. Ten tijde van de Republiek der Verenigde Nederland (1583-1798) was het stadhouderlijk kwartier hier gevestigd en sinds 1583 vergaderde de Staten van Holland en West-Friesland en de Staten-Generaal er. Ook na de onafhankelijkheid (1813) en vorming van het koninkrijk (1815) werd het Binnenhof centrum van de Nederlandse politiek.
|
 | Wat gebeurt er op Prinsjesdag? |
| De derde dinsdag van september is het Prinsjesdag. De koningin rijdt op die dag in de Gouden Koets naar het Binnenhof en leest in de Ridderzaal de troonrede voor. In de troonrede staan de plannen van de regering voor het komende jaar.
|
 | De geschiedenis van Prinsjesdag |
| Prinsjesdag, met de pracht en praal van de Gouden Koets, is niet meer weg te denken uit het politieke leven en ook 'de derde dinsdag van september' is een algemeen ingeburgerd begrip. Maar toch is de traditie van 'de derde dinsdag' niet eens zo oud. In de 19e eeuw werd Prinsjesdag lange tijd in oktober gehouden. De Gouden Koets kwam er pas in 1903 en werd nadien niet altijd gebruikt. Bovendien veranderde in de loop van de tijd het karakter van de plechtigheid.
|
 | Koning Willem I |
| De 'Koning-Koopman'. Eerste Nederlandse koning na het herstel van de zelfstandigheid in 1814. Had ervaring als vorst opgedaan in Fulda. Regeerde als verlichte autoritaire vorst en zette zich in voor ontwikkeling van het economisch leven (kanalen!). Weigerde zich lange tijd neer te leggen bij de afscheiding van België en veroorzaakte mede daardoor problemen met de staatsfinanciën. Die financiële politiek was de voornaamste bron van kritiek van de oppositie. Trad in 1840 teleurgesteld af na een beperkte Grondwetsherziening. Verloor de grote lijnen vaak uit het oog, doordat hij zich te veel bezighield met details. Beschouwde ministers als zijn dienaren en stelde in hen vaak weinig vertrouwen.
|
 | Koning Willem II |
| De 'held van Waterloo'. Vocht met de geallieerden mee tegen de legers van Napoleon. Als kroonprins leek hij zich in 1830 op te werpen als leider van de Belgische onafhankelijkheidsbeweging. Regeerde vanaf 1840 aanvankelijk als conservatief vorst, die elke grondwetswijziging tegenhield. Werd in 1848 in één dag echter uiterst liberaal. Steunde Thorbecke en Donker Curtius bij het tot stand brengen van de nieuwe Grondwet. Overleed echter al kort na invoering daarvan. Had goede banden met katholieken (verbleef veel in Tilburg). Was gehuwd met de Russische grootvorstin Anna Paulowna.
|
 | Koning Willem III |
| Vorst in de tweede helft van de negentiende eeuw. Volgde in 1849 zijn vader pas na enige aarzeling op, omdat hij weinig ingenomen was met de nieuwe liberale Grondwet. Trachtte nog enige jaren zijn macht enigszins te herwinnen. Ging daarbij soms in tegen zijn ministers, bijvoorbeeld in 1853 (Aprilbeweging). Verloor later steeds meer interesse in de politiek. Kreeg bovendien te maken met privé-affaires, met conflicten met zijn zoons en met gezondheidsproblemen. Berucht vanwege zijn barse uitvallen tegen onder andere ministers. Trouwde op hoge leeftijd met de veel jongere Duitse prinses Emma, die hem een opvolgster, Wilhelmina, schonk.
|
 | Koningin Emma |
| Duitse prinses die op 20-jarige leeftijd in 1879 de tweede echtgenote van de 62-jarige koning Willem III werd. Trad tijdens de ziekte en het overlijden van de koning op als regentes, en daarna acht jaar tijdens de minderjarigheid van Wilhelmina. Voerde met haar dochter een soort campagne onder het motto 'we zijn er nog' en wist het onder Willem III geslonken prestige van het koningshuis te herstellen. Was nadat Wilhelmina in 1898 regerend vorstin was geworden, een belangrijk adviseur van haar dochter. Zette zich daarnaast in voor de tuberculosebestrijding ('Emma-bloem'). Had vorstelijke allure en was zeer geliefd bij de bevolking.
|
 | Koningin Wilhelmina |
| Op haar tiende koningin, aanvankelijk onder het regentschap van haar moeder. Werd in september 1898 als koningin ingehuldigd en bleef vijftig jaar regerend vorstin. Regeerde lange tijd nogal afstandelijk van de bevolking, maar is in de Tweede Wereldoorlog uitermate populair geworden. Nadat zij in de meidagen van 1940 noodgedwongen was uitgeweken naar Londen kon zij haar rol als 'Moeder des Vaderlands' ten volle gestalte geven. Inspireerde via radio-toespraken het verzet. Zag zichzelf als leidsvrouwe van een vernieuwd en verenigd volk. Nadat na de bevrijding bleek dat de oorlog niet de politieke vernieuwing had gebracht die zij had gewenst, deed zij afstand van de troon. Krachtige persoonlijkheid, godsdienstig en temperamentvol.
|
 | Koningin Juliana |
| Vorstin, die op zeer menselijke ('gewone') manier inhoud gaf aan haar taak. Stond daardoor veel dichter bij de bevolking dan haar moeder. Verklaarde bij haar inhuldiging het moederschap net zo belangrijk te vinden als haar rol als vorstin. Had goede banden met Drees en Beel. Kreeg twee maal te maken met ernstige constitutionele moeilijkheden. In 1956 door de Greet Hofmansaffaire en in 1976 door de Lockheedaffaire waarbij haar echtgenoot in opspraak kwam. Dat deed geen afbreuk aan haar populariteit. Zette zich in het bijzonder in voor het maatschappelijk werk en voor gehandicaptenzorg.
|
 | Koningin Beatrix |
| Koningin Beatrix is sinds 30 april 1980 staatshoofd van ons land. Zij is de oudste dochter van koningin Juliana en prins Bernhard. Koningin Beatrix studeerde in Leiden en heeft speciale belangstelling voor het gehandicaptenbeleid en voor cultuur. In 1966 huwde zij met Claus von Amsberg, die in 2002 overleed. Koningin Beatrix heeft drie zonen, die allen getrouwd zijn. Koppelt bij de uitoefening van haar functie een grote plichtsbetrachting aan werkkracht en drang tot perfectionisme.
|