Eerste Kamer en het recht van enquête

De Eerste Kamer heeft sinds 1887 het recht van enquête, maar heeft dat nog nooit gebruikt. In 1981 werd een voorstel voor het houden van een enquête over opwerkingscontracten verworpen. In 2001 werd vanuit de CDA-fractie de gedachte gelanceerd een enquête te houden naar de problemen in de zorg. Deze gedachte monde echter niet uit in een formeel voorstel. In plaats daarvan kwam er een debat met minister Borst van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Daaraan vooraf ging een schriftelijke vragenronde.

[ V ][ ^^ ]

Enquêtevoorstel in 1981

Op 18 mei 1981 dienden de Eerste-Kamerleden Mol (PvdA), Trip (PPR) en Vis (D66) een voorstel in tot het instellen van een parlementaire enquête naar zgn. opwerkingscontracten, die door Nederlandse bedrijven, de Gemeenschappelijke Kernenergiecentrale Nederland en de Provinciale Zeeuwse Energie Maatschappij waren gesloten met een Brits en een Frans bedrijf.

Het voorstel werd gedaan in het kader van de behandeling van het wetsvoorstel inzake Goedkeuring van overeenkomsten die met Groot-Brittannië en Frankrijk waren gesloten over de eventuele terugzending van het na opwerking van bestraalde reactorbrandstof resterende radioactief afval (15.920).

De voorstellers meenden dat de Eerste Kamer als medewetgever recht had om kennis te kunnen nemen van alle relevante stukken.

Het voorstel werd op 2 juni 1981 met 39 tegen 23 stemmen verworpen. De fracties van PvdA, PPR, D66 en CPN stemden vóór, die van CDA, VVD, GPV en SGP tegen.

Enquêtevoorstel in 1981
TXT/Print-versie voor correct en passend afdrukken (verschijnt in een nieuw venster)Reageer op deze pagina. Aanvullingen en suggesties zijn altijd welkom!
homeHome           Route