Miljoenennota 2004, samenvatting

'De Nederlandse economie is in zwaar weer terechtgekomen.' Dat is de openingszin van de Miljoenennota 2004. De economische groei valt tegen, de concurrentiepositie van het Nederlandse bedrijfsleven is verslechterd, de werkloosheid loopt op, en de tekorten op de begroting nemen toe.

Die verslechteringen hebben het kabinet doen besluiten fors in te grijpen. Dat gebeurt deels in de vorm van bezuinigingen, met name in de sfeer van de sociale zekerheid en de gezondheidszorg, deels door offers te vragen van burgers, maar deels ook door extra investeringen. Zo komt er meer geld voor onderwijs, kennis en infrastructuur.

Het pakket van maatregelen in de begroting 2004 is er op gericht de economie structureel te verbeteren. Het kabinet stelt dat door nu fors in te grijpen een langdurige periode van ombuigingen kan worden voorkomen. In 2007 moet er weer veel ten goede zijn veranderd.


[ V ][ ^^ ]

De Nederlandse economie

Sinds 2001 is er nauwelijks nog sprake van economische groei. Gemiddeld was die groei slechts 0,5 procent. Dit jaar is er zelfs sprake van stilstand. Daarmee blijft Nederland achter bij andere landen van Europa. In 2004 wordt een groei van slechts 1 procent verwacht. De groei is lager dan eerder was voorspeld door het Centraal Planbureau.

De verslechtering is niet alleen een gevolg van internationale factoren. Onze concurrentiepositie is verzwakt doordat de arbeidskosten te veel zijn gestegen.

De stagnatie heeft geleid tot oplopende werkloosheid. In de eerste helft van 2003 kwamen er per maand gemiddeld 14.000 werklozen bij. In totaal zullen er in 2004 ruim 500.000 werklozen zijn (7 procent van de beroepsbevolking).

Ook met de overheidsfinanciën gaat het slecht. Was er in 2000 nog een overschot van 1,5 procent, nu dreigt het tekort - zonder verder ingrijpen - op te lopen met bijna 4 procent.

Er wordt prioriteit gegeven aan het terugdringen van het overheidstekort. Dat is op korte termijn ongunstig voor de bestedingen en economische activiteit. Op langere termijn verwacht het kabinet echter positieve effecten. Het vertrouwen van consumenten en producenten moet erdoor toenemen, omdat daarna geen verdere lastenverzwaringen te verwachten zijn voor het gezond maken van de overheidsfinanciën.

Maatregelen om de economische structuur te versterken, moeten bijdragen aan het herstel van dit vertrouwen. Op langere termijn is daarvan een impuls voor de groei van de consumptie te verwachten.

[ V ][ ^^ ]

De begroting

Al in het Hoofdlijnenakkoord dat als basis diende voor het kabinet-Balkenende II waren forse ombuigingen afgesproken. Het ging om een bedrag van 4,5 miljard euro in 2004 naar ruim 13 miljard euro in 2007. Die besparingen moeten worden gevonden door loonmatiging, beperking van de bureaucratie en invoering van eigen risico's in de gezondheidszorg.

Behalve bezuinigingen werden in het hoofdlijnenakkoord ook extra uitgaven in het vooruitzicht gesteld van in totaal 1,5 miljard euro in 2004 tot 3,5 miljard euro in 2007. Die extra uitgaven zijn gepland voor zorg, onderwijs, infrastructuur en kennis.

Als aanvulling op het Hoofdlijnenakkoord zijn extra maatregelen genomen. Het betreft onder meer een extra bezuiniging van 3,9 miljard euro. Dit betekent dat er in totaal 8,4 miljard euro in de begrotingen bezuinigd moet worden.

[ V ][ ^^ ]

Werkgelegenheid

Na acht jaar groei vertoont de groei van de werkgelegenheid weer een negatief beeld. Het aantal vacatures daalt en het aantal ontslagen stijgt. De werkgelegenheid neemt in 2003 met 1,25 procent af en in 2004 met 0,75 procent.

Het totale aantal werklozen loopt op van 425.000 in 2003 naar 540.000 werklozen in 2004. Vooral jongeren en allochtonen hebben te leiden van de toenemende werkloosheid.

[ V ][ ^^ ]

Inkomens en sociale zekerheid

De koopkracht van huishoudens neemt in 2003 ongeveer af met 1 procent. Dat komt omdat de lastenverzwaringen groter zijn dan de stijging van de lonen. Werkenden gaan er het meest op achteruit: 1,25 procent. Uitkeringsgerechtigden en 65-plussers leveren gemiddeld respectievelijk 1 en 0,5 procent in aan koopkracht.

In 2004 is de koopkrachtdaling van huishoudens gemiddeld 0,5 procent. Gezinnen gaan in dat jaar bijna 1 procent op achteruit. Dat komt onder meer door verhoging van de AWBZ-premie.

Uitkeringsgerechtigden gaan er nog een half procent meer op achteruit, doordat de uitkeringen worden gekoppeld aan de gekorte ambtenarensalarissen en door versobering van de huursubsidie. De salarissen in de collectieve sector (ambtenaren etc.) worden meer gekort dan in de marktsector. Bovendien stijgen daar de pensioenpremies.

Ook de eigen bijdragen en de verkleining van het ziekenfondspakket hebben een nadelige invloed op de koopkracht. De vergoedingen voor fysiotherapie voor niet-chronisch zieken, anticonceptie vanaf 21 jaar, zittend ziekenvervoer, de eerste IVF-behandeling en tandartsenzorg voor volwassenen verdwijnen uit het ziekenfondspakket.

Al eerder is besloten om per 1 januari 2006 de regels voor het gebruik van de WAO te verscherpen en de bovenwettelijke uitkeringen bij ziekte en arbeidsongeschiktheid af te schaffen. Reïntegratie moet worden verbeterd.

Voor gezinnen met kinderen is er wel een meevallertje: de kinderkorting wordt met 68 euro verhoogd en er komt een toeslagkorting voor ouders met een betaalde baan.

[ V ][ ^^ ]

Belastingen en premies

De belangrijkste maatregel op fiscaal gebied is de afschaffing van het fiscale voordeel bij de VUT en prepensioen vanaf 1 januari 2005. Daarnaast wordt de zogenaamde Zalmsnip afgeschaft en wordt de hypotheekrenteaftrek enigszins versoberd. Het belastingvoordeel groene stroom wordt verder beperkt.

De beperking van de hypotheekrenteaftrek betreft de overwaarde. Hypotheekrente is alleen nog aftrekbaar voorzover een verhoogde hypotheekschuld wordt gebruikt om een duurdere nieuwe eigen woning te financieren.

Door de afschaffing van het fiscale voordeel bij VUT en prepensioen moeten meer ouderen aan het arbeidsproces gaan deelnemen. Dat is wenselijk met het oog op de voorziene toekomstige vergrijzing.

In de sfeer van indirecte belastingen is een verhoging van de tabaksaccijns met 46 eurocent voorzien. De premie voor de AWBZ wordt eveneens verhoogd. De tarieven van de motorrijtuigen belasting worden vanaf 2004 automatisch aan de inflatie aangepast.

Van de in het Hoofdlijnenakkoord voorziene lastenverlichting van 1,4 miljard euro voor de gehele kabinetsperiode blijft slechts 0,1 miljard over

[ V ][ ^^ ]

Bezuinigingen en staatsschuld

Zowel het Rijk als gemeenten en provincies moeten bezuinigen. Het Rijk kort namelijk op het Gemeente- en Provinciefonds. Bij het Rijk worden bezuinigingen bereikt door grotere doelmatigheid, vermindering van het aantal ambtenaren en matiging van lonen en uitkeringen.

In 1993 was de EMU-schuldquote (het totaal van uitstaande leningen ten behoeve van de collectieve sector, uitgedrukt in procenten van het Bruto Binnenlandse Product) bijna 80 procent. In 2002 was dit percentage gedaald tot 52,4. Vorig jaar was de verwachting nog dat de schuld tot onder de 50 procent zou dalen, maar inmiddels is er weer een stijging tot 53,5 procent.

Ook volgend jaar zal de schuldquote groeien: naar 54,5 procent. Dat betekent in euro's een stijging met ruim 20 miljard.

Door de extra ombuigingen moet worden voorkomen dat het tekort verder oploopt.

De miljoenennota is samengevat door de redactie van deze website.

 * Meer over de begroting


De Nederlandse economie
De begroting
Werkgelegenheid
Inkomens en sociale zekerheid
Belastingen en premies
Bezuinigingen en staatsschuld
TXT/Print-versie voor correct en passend afdrukken (verschijnt in een nieuw venster)Reageer op deze pagina. Aanvullingen en suggesties zijn altijd welkom!
homeHome           Route