![]() |
![]() |
||
![]() |
![]() |
||
![]() |
![]() |
||
![]() |
![]() |
||
![]() |
![]() |
||
![]() |
![]() |
||
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
Beweeg met de muis over de vakken voor meer informatie
Het ministerie van Financiën geeft in de begrotingsaanschrijving technische en procedurele aanwijzingen voor de begroting.
De ministeries geven in beleidsbrieven de eerste ideeën en wensen voor de begroting weer.
De minister van financiën stelt de Kaderbrief met budgettaire mee- en tegenvallers op. Ook staan daarin de financiële claims van de ministers voor nieuw beleid. De Kaderbrief heeft zowel betrekking op de begroting over het lopende begrotingsjaar als op (de uitgaven voor) het komende begrotingsjaar. Op basis van de Kaderbrief neemt de ministerraad belangrijke budgettaire besluiten.
De ministerraad stelt de hoofdlijnen van de begroting vast.
De ministeries overleggen op ambtelijk niveau over de begroting, wat resulteert in het sg/dg overleg: de secretarissen-generaal van de ministeries met de directeur-generaal van de Rijksbegroting. Ten slotte kunnen ook de ministers onderling overleggen.
De ministeries maken de ontwerp-begrotingen klaar voor besluitvorming in de ministerraad.
Overleg op ministerieel niveau ter voorbereiding van besluitvorming in ministerraad. Minister-president, en de ministers van Financiën, Economische Zaken en Sociale Zaken spelen hierbij een prominente rol, vooral als er bezuinigd moet worden. Ten slotte besluitvorming in de ministerraad.
De Raad van State brengt advies uit over de begrotingen. Elke minister reageert daarop met een Nader Rapport. De minister van financiën tenslotte biedt de begrotingen op Prinsjesdag aan de Tweede kamer aan.
Beweeg met de muis over de vakken voor meer informatie
Beweeg met de muis over de vakken voor meer informatie
Beweeg met de muis over de vakken voor meer informatie
Beweeg met de muis over de vakken voor meer informatie
Beweeg met de muis over de vakken voor meer informatie
Beweeg met de muis over de vakken voor meer informatie
Beweeg met de muis over de vakken voor meer informatie
Beweeg met de muis over de vakken voor meer informatie
De Tweede en Eerste Kamer behandelen de begrotingen. De Tweede Kamer kan de begroting wijzigen, de Eerste Kamer niet.
Start van het begrotingsjaar. De ministeries gaan de begroting uitvoeren.
De minister van Financiën stelt de Kaderbrief met budgettaire mee- en tegenvallers op. Ook staan daarin de financiële claims van de ministers voor nieuw beleid. De Kaderbrief heeft zowel betrekking op de begroting over het lopende begrotingsjaar als op (de uitgaven voor) het komende begrotingsjaar. Op basis van de Kaderbrief neemt de ministerraad belangrijke budgettaire besluiten.
Voor 1 juni publiceert Minister van financiën de voorjaarsnota met bijbehorende 'suppletore' begrotingen. Dit zijn geactualiseerde versies van de begroting, die door de Tweede en Eerste Kamer moeten worden behandeld en goedgekeurd.
Voor 1 december publiceert de Minister van financiën de najaarsnota met bijbehorende 'suppletore' begrotingen. Dit zijn geactualiseerde versies van de begroting, die door de Tweede en Eerste Kamer moeten worden behandeld en goedgekeurd. Vrijwel nooit is meer sprake van grote beleidswijzigingen.
Einde van het begrotingsjaar.
Ministeries stellen jaarverslagen op die door Algemene Rekenkamer worden gecontroleerd.
Op de derde woensdag van mei publiceert de Algemene Rekenkamer haar rapporten bij de jaarverslagen van de ministeries.