Vraag:
Er zijn tot 2003 28 Eerste-Kamervoorzitters geweest. Wat waren dat voor personen, en waren daar bekende politici bij?
Antwoord:
Hoewel voorzitter van de Eerste Kamer een belangrijke functie is, waren het nooit vooraanstaande politici, die dat ambt bekleedden. In 1914 was er enige tijd sprake van dat Abraham Kuyper voorzitter zou worden, maar zijn doofheid verhinderde dat. Piet Steenkamp was weliswaar bekend, maar hij was dat vooral geworden als oprichter van het CDA.
De PvdA'er Herman Tjeenk Willink speelde als Eerste-Kamervoorzitter een belangrijke rol in discussies over het functioneren van de Senaat, en kreeg daardoor bekendheid. Die discussies hingen mede samen met enkele (bijna) conflicten met de regering en met het optreden van de CDA-fractie onder leiding van Kaland. Het prestige dat Tjeenk Willink als senaatsvoorzitter verwierf, was een belangrijke factor bij zijn benoeming tot vice-president van de Raad van State.
Onder de Eerste-Kamervoorzitters bevonden zich aanvankelijk veel edellieden, die tot het einde van de 19e eeuw sterk vertegenwoordigd waren in de Senaat. De laatste van hen was baron De Vos van Steenwijk, die 17 jaar voorzitter was en die in 1946 op 87-jarige leeftijd afscheid nam. De Vos was een belangrijke adviseur van koningin Wilhelmina en bovendien een grote 'fan' van Colijn.
Na hem waren er enkele hoogleraren Kamervoorzitter. Dat gold voor de Groningse staatsrechtgeleerde Kranenburg (1946-1951), de bouwkundige Mazure (1966-1969) en de economen Thurlings (1973-1983) en Steenkamp (1983-1991).
Na 1945 zijn slechts drie oud-ministers Eerste-Kamervoorzitter geweest: Jonkman (1951-1963), Korthals Altes (1997-2001) en Braks (2001-2003). De Niet (PvdA) was vóór hij Kamervoorzitter werd, fractievoorzitter. Dat gold ook de CDA'er Braks.
 |
