Arbeidsinkomensquote

De arbeidsinkomensquote (AIQ) is het aandeel van de vergoeding voor arbeid in de (bruto) toegevoegde waarde in de economie. Naarmate de AIQ hoger is, maakt het bedrijfsleven minder winst en komt de werkgelegenheid in gevaar.

[ V ][ ^^ ]

Arbeidsinkomensquote

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) definieert de arbeidsinkomensquote (AIQ) als:
"Het aandeel van de vergoeding voor arbeid (beloning van werknemers en toegerekend loon van zelfstandigen) in de (bruto) toegevoegde waarde in een economie".

Het CBS definieert daarbij 'toegevoegde waarde' als:
"Het inkomen dat in het productieproces wordt gevormd. Het kan worden berekend als het verschil tussen de productiewaarde en het intermediair verbruik. Het is het inkomen dat beschikbaar is voor de beloning van de betrokken productiefactoren".

[ V ][ ^^ ]

Belang

Naarmate de AIQ stijgt, blijft er voor het bedrijfsleven minder toegevoegde waarde over die het tot de winst kan rekenen. Hoe minder winstgevend het bedrijfsleven, hoe slechter dit is voor de werkgelegenheid. De AIQ wordt in Nederland dan ook beschouwd als een belangrijke economische indicator.

[ V ][ ^^ ]

Ontwikkeling

De AIQ steeg van rond de 70% tot boven de 90% begin jaren 80. De toename van de AIQ in de jaren 70 werd voor een groot deel veroorzaakt door de gestegen sociale lasten.

In 1981 bedroeg de AIQ volgens het Centraal Planbureau zelfs 95,1%. In de loop van de jaren 80 daalde de AIQ tot iets boven de 80%, om vervolgens weer te stijgen naar 86,4% in 1993. In de daaropvolgende jaren daalde de AIQ naar 81% in 1997 en 1998. Daarnaa steeg deze wederom tot rond de 85% in 2002 en 2003.

Arbeidsinkomensquote
Belang
Ontwikkeling
TXT/Print-versie voor correct en passend afdrukken (verschijnt in een nieuw venster)Reageer op deze pagina. Aanvullingen en suggesties zijn altijd welkom!
homeHome           Route