 | Regering en kabinet |
| De regering bestaat uit de Koning(in) plus de ministers, en het kabinet bestaat uit de ministers plus de staatssecretarissen. De Koning(in) zit dus niet in het kabinet, en staatssecretarissen zitten niet in de regering. De ministers maken deel uit van de ministerraad, waarvan de minister-president de voorzitter is.
|
 | Kabinetcrises |
| Een kabinet kan vanwege een intern conflict of door een conflict met de Tweede Kamer (of Eerste Kamer) ten val komen. Bij interne conflicten kan worden gedacht aan een meningsverschil tussen ministers over een te nemen maatregel of over een wetsvoorstel dat in behandeling is. Conflicten met de Kamer kunnen ontstaan door de verwerping van een belangrijk wetsvoorstel, de aanneming van een door het kabinet afgewezen amendement of (dreigende) aanneming van een motie van afkeuring of van wantrouwen.
|
 | Historische ontwikkeling en overzicht kabinetten |
| In de negentiende eeuw verschoof de macht van de Koning naar de ministers, die verantwoording moesten afleggen aan het parlement. Tevens werd collectieve besluitvorming in de ministerraad geïntroduceerd. Aan het eind van de negentiende eeuw deed de minister-president, als voorzitter van de ministerraad, zijn intrede. Deze heeft in de twintigste eeuw een steeds sterkere positie in het kabinet gekregen. Sinds 1938 kennen we ministers zonder portefeuille. Sinds 1948 kunnen ook staatssecretarissen deel uitmaken van het kabinet.
|