| Huidige Grondwet |
1815 |
De herziening van 1840 |
1848 |
| Grondwetsherziening 1848 | |
| De Grondwetsherziening van 1848 legt de basis voor ons huidige stelsel van parlementaire democratie. Niet langer is de koning, maar zijn de ministers verantwoordelijk voor het beleid. De Tweede Kamer krijgt veel meer invloed en wordt bovendien rechtstreeks - weliswaar voorlopig nog door een beperkte groep kiezers - gekozen. |
De herziening van 1887 |
| - | verruiming van de mogelijkheden om tot Eerste Kamerlid gekozen te worden. Naast de hoogte van betaalde belastingen gaven voortaan ook allerlei ambten (zoals Tweede Kamerlid, hoogleraar, rechter) toegang tot het Eerste Kamerlidmaatschap |
| - | de mogelijkheid voor Tweede Kamerleden om zelf initiatiefvoorstellen in de Eerste Kamer te verdedigen |
| - | uitbreiding van het aantal leden van de Tweede Kamer van 86 naar 100 en van de Eerste Kamer van 39 naar 50 |
De herziening van 1917 |
Tijdens het Interbellum |
| - | invoering van de evenredige vertegenwoordiging en een ander kiesstelsel bij de verkiezing van de Eerste Kamer |
| - | schrapping van het begrip koloniën en opneming van Nederlands-Indië, Suriname en Curaçao als delen van het Rijk |
| - | opneming van de mogelijkheid tot instelling van publiekrechtelijke lichamen met verordenende bevoegdheden |
| - | opneming van vrijstelling van krijgsdienst vanwege gewetensbezwaren |
| - | alleen oorlogsverklaring na voorafgaande toestemming van het parlement |
| - | alleen de directe nakomelingen van koningin Wilhelmina kunnen troonopvolger zijn |
| - | invoering van het instituut minister zonder portefeuille |
| - | invoering van de mogelijkheid om openbare lichamen voor beroep en bedrijf in te stellen |
Wijzigingen vanwege dekolonisatie |
Tussen 1945 en 1983 |
| - | de invoering van het instituut staatssecretaris (1948) |
| - | opneming van bepalingen over buitengewone bevoegdheden voor het burgerlijk gezag in geval van dreigende onrust (1948) |
| - | een eenvoudiger regeling voor de totstandkoming van internationale verdragen; het parlement kan ook stilzwijgend akkoord gaan met een verdrag (1953, 1956) |
| - | een nieuwe regeling voor de schadeloosstelling van Tweede Kamerleden en de vergoeding van kosten voor Eerste Kamerleden; de uitwerking hiervan wordt aan de gewone wetgever overgelaten. (1953, 1971) |
| - | uitbreiding van het aantal leden van Tweede en Eerste Kamer, van respectievelijk 100 naar 150 en 50 naar 75 (1956) |
| - | verlaging van de kiesgerechtigde leeftijd van 23 naar 21 jaar (1963) en naar 18 jaar (1971) |
| - | verlaging van de minimumleeftijd om Kamerlid te worden van 30 jaar naar 25 jaar (1963) |
| - | de verplichting om bij wet te regelen wie lid zijn van het koninklijk huis (1971) |
Algehele herziening 1983 |
| - | verlaging van de leeftijd om Kamerlid te mogen worden naar 18 jaar |
| - | invoering van gelijktijdige verkiezing van alle Eerste Kamerleden voor vier jaar |
| - | afschaffing van het ceremonieel van sluiting en opening van parlementaire zittingen |
| - | het verlenen van kiesrecht voor de gemeenteraden aan niet-ingezetenen die langer dan 5 jaar in Nederland verblijven |
| - | voortaan kiezen Eerste en Tweede Kamer zelf voor vier jaar hun voorzitter |
| - | verbod voor het opleggen van de doodstraf |
| - | opneming van bepalingen van algemene regels van bestuursrecht, de begroting, belastingen, het geldstelsel en de Nationale Ombudsman |
| - | geen voorrang meer voor zonen bij troonopvolging |
| - | grondwettelijke vastlegging van de onafhankelijkheid van Suriname in 1975 |
Na 1983 |
| - | het binnentreden van woningen door justitie, dat met meer waarborgen voor burgers wordt omkleed (1987, 1999) |
| - | vastlegging van het recht op inlichtingen voor Kamerleden (1987) |
| - | de procedure voor Grondwetsherziening: de Eerste Kamer wordt niet meer ontbonden na de eerste lezing (1995) |
| - | opschorting van de dienstplicht (1995) |
| - | nieuwe regeling van de voogdij en ouderlijk gezag over de minderjarige koning (1999) |
| - | modernisering van bepalingen over de verdediging: de krijgsmacht kan ook worden ingezet voor internationale vredesoperaties (2000) |
| - | mogelijkheid voor openbare en bijzondere scholen om samen te werken (2005) |
| - | mogelijkheid voor vervanging van volksvertegenwoordigers bij zwangerschap of ziekte (2005) |
| - | verlenen van kiesrecht aan wilsonbekwamen (2008) |
| - | schrappen bepaling over voorzitterschap gemeenteraad en provinciale staten (2008) |