Rechtspersonen met een wettelijke taak (RWT's)

Rechtspersonen met een wettelijke taak (RWT's) worden geheel of gedeeltelijk met publiek geld bekostigd en oefenen een wettelijke taak uit. RWT's kunnen tevens zelfstandig bestuursorgaan (ZBO) zijn, maar er bestaan ook RWT's die geen ZBO zijn en ZBO's die geen RWT zijn. In 2000 waren er bijna 3200 RWT's, met naar schatting ongeveer € 119 miljard aan ontvangsten.

[ V ][ ^^ ]

Rechtspersonen met een wettelijke taak (RWT's)

De Rekenkamer ziet rechtspersonen met een wettelijke taak (RWT's) als:
- rechtspersonen;
- voor zover deze een een wettelijke (dat wil zeggen bij of krachtens de wet geregelde) taak uitoefenen;
- die geheel of gedeeltelijk worden bekostigd uit de opbrengst van bij of krachtens de wet ingestelde heffingen.

[ V ][ ^^ ]

Verschil met zelfstandige bestuursorganen (ZBO's)

 * Zelfstandige bestuursorganen (ZBO's)
Een zelfstandig bestuursorgaan (ZBO) is een extern verzelfstandigd bestuursorgaan met openbaar gezag dat niet hiërarchisch ondergeschikt is aan de minister. Tot op zekere hoogte is wel de ministeriële verantwoordelijkheid van kracht. ZBO's kunnen tevens rechtspersoon met een wettelijke taak (RWT) zijn, maar er bestaan ook ZBO's die geen RWT zijn en RWT's die geen ZBO zijn.
 

 * RWT's versus ZBO's
Als een groot aantal onderwijsinstellingen buiten beschouwing wordt gelaten is ± 80 procent van de rechtspersonen met een wettelijke taak (RWT's) tevens zelfstandig bestuursorgaan (ZBO). RWT's die geen ZBO zijn, zijn niet bekleed met openbaar gezag. ZBO's die geen RWT zijn, zijn of geen rechtspersoon en/of hebben geen wettelijke taak en/of worden niet gefinancierd uit een wettelijke heffing.
 

[ V ][ ^^ ]

Aantal RWT's

Volgens de Rekenkamer waren er in 2000 102 relevante groepen van gelijksoortige RWT's. In totaal waren er 3193 afzonderlijke RWT's, waarvan ongeveer 2475 (besturen van) instellingen voor primair en voortgezet onderwijs (PO en VO) en beroepsonderwijs en volwasseneneducatie (BVE).

[ V ][ ^^ ]

Budgettair belang

De ontvangsten van RWT's bedroegen in 2000 naar schatting van de Rekenkamer ongeveer € 119 miljard. Dit bedrag werd als volgt gefinancierd:
- voor ongeveer 55% uit premies, m.n. sociale-zekerheids en ziektekostenpremies;
- voor ongeveer 33% uit rijksbijdragen (ongeveer 55% hiervan ging naar onderwijsinstellingen, 15% naar het Landelijk Instituut Sociale Verzekeringen en de Verzekeringsbank, en ongeveer 10% naar vooral de ziekenfondsen);
- voor ongeveer 12% uit tarieven (waarvan 73% uit tarieven van energiedistributiebedrijven en de Gasunie).

Van de publieke middelen voor RWT's valt 38% onder het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, 25% onder het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en 18% onder het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.

[ V ][ ^^ ]

Ministeriële verantwoordelijkheid

Voor RWT's die tevens ZBO zijn geldt de ministeriële verantwoordelijkheid zoals voor alle ZBO's. Niet alle RWT's, bijvoorbeeld scholen, zijn echter onderdeel van de overheid. Volgens de Rekenkamer zou een minister toezicht moeten houden op de taakuitvoering door en de besteding van publieke middelen bij RWT's om de ministeriële verantwoordelijkheid te kunnen waarmaken en de Tweede Kamer te kunnen informeren of de publieke doelen ook zijn gehaald.

Voor ruim eenderde van de RWT-clusters heeft de minister in detail vastgelegd over welke prestaties en/of bedrijfsvoeringsaspecten aan de minister gerapporteerd moet worden. De informatieverschaffing over prestaties en bedrijfsvoering van RWT's verschilt sterk van geval tot geval.

 * Meer over ministeriële verantwoordelijkheid


Rechtspersonen met een wettelijke taak (RWT's)
Verschil met zelfstandige bestuursorganen (ZBO's)
Aantal RWT's
Budgettair belang
Ministeriële verantwoordelijkheid
Agenda
TXT/Print-versie voor correct en passend afdrukken (verschijnt in een nieuw venster)Reageer op deze pagina. Aanvullingen en suggesties zijn altijd welkom!
homeHome           Route