 | Referendum |
| Op dit moment is er in Nederland geen wettelijke regeling voor een referendum op landelijk niveau. In de Grondwet staat dat de Nederlandse volksvertegenwoordigers hun taak zonder last moeten kunnen uitvoeren, wat betekent dat er van een bindend referendum geen sprake kan zijn. Er is echter geen artikel in de Grondwet dat de overheid verbiedt om de bevolking om advies te vragen door middel van een niet-bindend referendum. Lokale overheden maken hiervan inmiddels regelmatig gebruik via een gemeentelijke referendumverordening of een burgemeestersreferendum. Ook werd er in 2005 een niet-bindend landelijk referendum over de invoering van een Europese Grondwet gehouden.
|
 | Gekozen minister-president of formateur |
| Het ambt van minister-president heeft in Nederland in de loop der jaren veranderingen ondergaan. Op internationaal gebied is zijn positie sterker geworden doordat hij als vertegenwoordiger van Nederland in internationale organisaties fungeert. Op nationaal gebied is zijn positie sterker geworden door de ontzuiling en het toegenomen belang van de media. Daardoor is de minister-president inmiddels steeds meer regeringsleider en steeds minder 'primus inter pares'. Die kiezer heeft echter nog steeds weinig invloed op wie er na de kabinetsformatie uiteindelijk de minister-president wordt.
|
 | Gekozen burgemeester |
| De burgemeester wordt in Nederland door de Kroon benoemd na een openbare aanbeveling van twee kandidaten door de gemeenteraad. Sinds 2001 is het mogelijk om hier een raadplegend referendum voor te houden. Daarbij kan de bevolking kiezen tussen twee vooraf door de raad geselecteerde kandidaten. Ook kan de gemeenteraad sinds 2001 een aanbeveling tot ontslag indienen bij de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De minister kan de aanbeveling voor benoeming of ontslag alleen om zwaarwegende redenen weigeren.
|
 | Vernieuwing kiesstelsel |
| Nederland heeft een kiesstelsel dat gebaseerd is op evenredige vertegenwoordiging. Dat wil zeggen dat elke partij het aantal zetels in het parlement krijgt dat overeenkomt met het percentage stemmen. Zo'n systeem staat tegenover een districtenstelsel, waarbij aan een gebied (district) een of meer zetels zijn gekoppeld. Degene die in dat district de meerderheid behaalt krijgt de zetels van dat district. Ook een combinatie van een systeem van evenredige vertegenwoordiging en een districtenstelsel is mogelijk. Zo'n systeem hanteert Duitsland bijvoorbeeld.
|
 | Vernieuwing Wet op de Parlementaire Enquête |
| In het voorjaar van 2004 vond het parlement dat de Wet op de Parlementaire Enquête aan vernieuwing toe was. Ook moest er een wettelijke regeling komen voor een parlementair onderzoek dat niet de vorm van een enquête heeft. Aanleiding hiervoor waren enquêtes en onderzoeken in het recente verleden, zoals de Bouwenquete en het Parlementair onderzoek infrastructuurprojecten, waarbij bleek dat de huidige wet niet voldeed. Een commissie onder leiding van PvdA'er Klaas de Vries kreeg de opdracht om een nieuw initiatiefvoorstel Wet op de Parlementaire Enquête te maken.
|
 | Toekomst van de Eerste Kamer |
| Nederland heeft een tweekamerstelsel: naast de volksvertegenwoordiging in de Tweede Kamer is er een senaat, de Eerste Kamer. Al sinds jaar en dag zijn er behalve voorstanders ook tegenstanders die het nut van de Eerste Kamer in twijfel trekken. De Nationale conventie heeft in 2006 aanbevolen de Eerste Kamer een éénmalig terugzendrecht te geven, waarbij het eindoordeel blijft liggen bij de Eerste Kamer. De conventie wil voor wat betreft de Eerste Kamerverkiezing terug naar de situatie van voor 1983.
|
 | Wijziging procedure Grondwetsherziening |
| Belangrijke wijzigingen op het gebied van bestuurlijke vernieuwing vergen vaak een wijziging van de Grondwet. Zo'n wijziging is echter moeilijker te realiseren dan een gewone wetswijziging. In de eerste plaats moeten de Eerste en de Tweede Kamer de wijziging in twee lezingen behandelen. Daarbij is tussen beide lezingen een ontbinding van de Tweede Kamer vereist, zodat de kiezer zich over de voorgenomen Grondwetswijziging kan uitspreken. Bij de tweede lezing is bovendien in beide Kamers een tweederde meerderheid nodig.
|
 | Constitutionele toetsing |
| De Tweede Kamer heeft in het najaar van 2004 een initiatiefwetsvoorstel van Femke Halsema aangenomen dat constitutionele toetsing mogelijk moet maken. Bedoeling is de rechter een beperkte bevoegdheid te geven om wetten aan de Grondwet te toetsen. De Nationale conventie steunt het initiatief-Halsema. De conventie beval in 2006 ook aan een Constitutioneel Hof in te stellen.
|
 | Nationale Conventie |
| In september 2006 deed de Nationale conventie aanbevelingen voor bestuurlijke vernieuwing in een rapport met de titel 'Hart voor de publieke zaak'. De CDA'er Rein Jan Hoekstra was voorzitter van de conventie, die werd ingesteld door minister Pechtold.
|