| - | benoeming van burgemeesters en commissarissen van de Koningin op bindende voordracht van de gemeenteraad respectievelijk Provinciale Staten, op basis van een wettelijke taakomschrijving en een ambtsinstructie van de regering. De Kroon houdt het recht om een voordracht om zwaarwegende redenen te weigeren |
| - | een meer geïntegreerde en meer projectmatige wijze van beleidsvorming |
| - | intrekking van het wetvoorstel tot verkleining van de gemeenteraad |
| - | versterking van de positie van nationale parlementen in Europees verband met betrekking tot de subsidiariteitstoets, bijvoorbeeld met een 'rode kaartprocedure' |
| - | vermindering van 'bestuurlijke drukte' door differentiatie in taken, bevoegdheden en bestuurlijke inrichting van gemeenten en provincies. Enkele beleidsterreinen zullen zo worden ingericht dat (maximaal) twee bestuurlijke niveau's betrokken zijn |
| - | decentralisatie van taken en bevoegdheden naar provincies en gemeenten |
 | Referendum |
| Op dit moment is er in Nederland geen wettelijke regeling voor een referendum op landelijk niveau. In de Grondwet staat dat de Nederlandse volksvertegenwoordigers hun taak zonder last moeten kunnen uitvoeren, wat betekent dat er van een bindend referendum geen sprake kan zijn.
|
 | Gekozen minister-president of formateur |
| Het ambt van minister-president heeft in Nederland in de loop der jaren veranderingen ondergaan. Op internationaal gebied is zijn positie sterker geworden doordat hij als vertegenwoordiger van Nederland in internationale organisaties fungeert. Op nationaal gebied is zijn positie sterker geworden door de ontzuiling en het toegenomen belang van de media. Daardoor is de minister-president inmiddels steeds meer regeringsleider en steeds minder 'primus inter pares'. Die kiezer heeft echter nog steeds weinig invloed op wie er na de kabinetsformatie uiteindelijk de minister-president wordt.
|
 | Gekozen burgemeester |
| De burgemeester wordt in Nederland door de Kroon benoemd na een openbare aanbeveling van twee kandidaten door de gemeenteraad. Ook kan de gemeenteraad sinds 2001 een aanbeveling tot ontslag indienen bij de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De minister kan de aanbeveling voor benoeming of ontslag alleen om zwaarwegende redenen weigeren.
|
 | Vernieuwing kiesstelsel |
| Nederland heeft een kiesstelsel dat gebaseerd is op evenredige vertegenwoordiging. Dat wil zeggen dat elke partij het aantal zetels in het parlement krijgt dat overeenkomt met het percentage stemmen. Zo'n systeem staat tegenover een districtenstelsel, waarbij aan een gebied (district) een of meer zetels zijn gekoppeld. Degene die in dat district de meerderheid behaalt krijgt de zetels van dat district. Ook een combinatie van een systeem van evenredige vertegenwoordiging en een districtenstelsel is mogelijk. Zo'n systeem hanteert Duitsland bijvoorbeeld.
|
 | Vernieuwing Wet op de Parlementaire Enquête |
| In het voorjaar van 2004 vond het parlement dat de Wet op de Parlementaire Enquête aan vernieuwing toe was. Ook moest er een wettelijke regeling komen voor een parlementair onderzoek dat niet de vorm van een enquête heeft. Aanleiding hiervoor waren enquêtes en onderzoeken in het recente verleden, zoals de Bouwenquete en het Parlementair onderzoek infrastructuurprojecten, waarbij bleek dat de huidige wet niet voldeed. Een commissie onder leiding van PvdA'er Klaas de Vries kreeg de opdracht om een nieuw initiatiefvoorstel Wet op de Parlementaire Enquête te maken.
|
 | Toekomst van de Eerste Kamer |
| Nederland heeft een tweekamerstelsel: naast de volksvertegenwoordiging in de Tweede Kamer is er een senaat, de Eerste Kamer. Al sinds jaar en dag zijn er behalve voorstanders ook tegenstanders die het nut van de Eerste Kamer in twijfel trekken. Voorstanders wijzen op het nut van een extra reflectie op de juridische aspecten van wetgeving. Tegenstanders vinden dat de Eerste Kamer te veel politieke macht heeft voor een instelling die niet rechtstreeks door de bevolking wordt gekozen.
|
 | Wijziging procedure Grondwetsherziening |
| Belangrijke wijzigingen op het gebied van bestuurlijke vernieuwing vergen vaak een wijziging van de Grondwet. Zo'n wijziging is echter moeilijker te realiseren dan een gewone wetswijziging. In de eerste plaats moeten de Eerste en de Tweede Kamer de wijziging in twee lezingen behandelen. Daarbij is tussen beide lezingen een ontbinding van de Tweede Kamer vereist, zodat de kiezer zich over de voorgenomen Grondwetswijziging kan uitspreken. Bij de tweede lezing is bovendien in beide Kamers een tweederde meerderheid nodig.
|
 | Constitutionele toetsing |
| De Eerste Kamer heeft in het najaar van 2008 een initiatiefwetsvoorstel van Femke Halsema aangenomen dat constitutionele toetsing door de rechter mogelijk moet maken. Bedoeling is de rechter een beperkte bevoegdheid te geven om wetten aan de Grondwet te toetsen. De Nationale Conventie beval in 2006 ook aan een Constitutioneel Hof in te stellen.
|
 | Nationale Conventie |
| De Nationale conventie werd per 1 januari 2006 ingesteld door minister Pechtold om de vraag te beantwoorden of belangrijke elementen uit het huidige staatsbestel nog voldeden. De CDA'er Rein Jan Hoekstra was voorzitter.
|