Recht van initiatief

Tweede-Kamerleden hebben het recht om zelf een wetsvoorstel in te dienen. Een dergelijk voorstel wordt vrijwel op dezelfde wijze behandeld als voorstellen die door de regering worden ingediend. De verdediging van het voorstel in de Tweede en Eerste Kamer geschiedt echter door de indiener(s) van het voorstel. Zij kunnen zich hierbij laten bijstaan door deskundigen.

Van het recht wordt regelmatig gebruikgemaakt. De belangrijkste redenen daarvoor is dat de regering soms weigert zelf met een voorstel te komen (bijvoorbeeld omdat regeringspartij het onderling oneens zijn). Ook kan een partij uit propagandistische doeleinden een voorstel indienen of de discussie over een onderwerp op gang brengen.

Als een initiatiefvoorstel is aangenomen, is het aan de regering om de wet te publiceren en in te voeren. De regering heeft dat twee keer niet gedaan, in 1917 en in 1928. Wel kwam de regering daarna met wetgeving die nagenoeg hetzelfde effect had als de initiatieven.


[ V ][ ^^ ]

Historie

Het recht van initiatief is - met het recht om wetsvoorstellen goed of af te keuren - het oudste parlementaire recht. De Grondwet van 1814 bepaalde dat de Staten-Generaal (die toen uit één Kamer bestond) het recht had voordrachten te doen aan de vorst. In 1815 werd het recht van initiatief verleend aan de Tweede Kamer. In 1848 bleef dit recht gehandhaafd, maar kreeg de Tweede Kamer daarnaast het recht om wetsvoorstellen te wijzigen (recht van amendement).

In 1887 werd in de Grondwet opgenomen dat de Tweede Kamer de schriftelijke en mondelinge verdediging van een initiatiefwetsvoorstel in de Eerste Kamer op te dragen aan één of meer Tweede-Kamerleden. Voordien werden dergelijke initiatiefvoorstellen verdedigd door bevriende Eerste-Kamerleden.

[ V ][ ^^ ]

Wettelijke basis

De huidige (in 1983 geheel herziene) Grondwet bepaalt dat voorstellen van wet kunnen worden ingediend door of vanwege de Koning en door de Tweede Kamer (artikel 82). Voorstellen van wet, in te dienen door de Tweede Kamer, worden door een of meer leden aanhangig gemaakt. De indiener(s) kunnen zelf het wetsvoorstel intrekken. Tot 1983 was dat formeel een beslissing die door de Tweede Kamer werd genomen.

[ V ][ ^^ ]

In de praktijk

De indiening van een initiatiefwetsvoorstel gaat vrijwel op de zelfde wijze als de indiening van een regeringsvoorstel. Er is echter geen koninklijke boodschap, maar een begeleidende brief waarin het wetsvoorstel aan de Tweede Kamer wordt aangeboden. Ook ontbreekt in eerste instantie nog het Advies van de Raad van State.

Een initiatiefvoorstel kan sinds 1989 pas in behandeling komen, nadat de Tweede Kamer advies over het voorstel aan de Raad van State heeft gevraagd (artikel 15a Wet op de Raad van State). Ook gedurende de behandeling in de Tweede Kamer kan nog advies worden gevraagd. Het staat de indieners vrij het advies wel of niet (of gedeeltelijk) op te volgen.

Na de schriftelijke voorbereiding wordt het initiatiefwetsvoorstel in de Tweede Kamer door de indiener(s) verdedigd. Als de oorspronkelijke indiener geen Kamerlid meer is, kan de verdediging door een ander Kamerlid (meestal uit de zelfde fractie) worden overgenomen.

De indiener(s) kunnen zich door deskundigen laten bijstaan. Dat kan bijvoorbeeld een oud-Kamerlid zijn, die bij de indiening betrokken was, maar die inmiddels geen deel meer uitmaakt van de Tweede Kamer. Bij de behandeling van initiatiefvoorstellen wordt vaak ook een minister of staatssecretaris uitgenodigd, die zijn of haar mening over het voorstel kan geven.

De Tweede Kamer kan - net als bij regeringsvoorstellen - wijzigingen (amendementen) voorstellen.

Na aanneming door de Tweede Kamer mogen de indiener(s) het voorstel ook in de Eerste Kamer verdedigen.

Een door beide Kamers aangenomen initiatiefwetsvoorstel moet door de regering worden bekrachtigd en worden afgekondigd. Er zijn in de parlementaire geschiedenis twee gevallen dat dit niet is gebeurd. In 1917 onthield de regering goedkeuring aan een initiatiefwet-Marchant en in 1928 aan een initiatiefwet-Zijlstra. In beide gevallen ging het om voorstellen op onderwijsgebied (onderwijssalarissen en leerlingenaantallen), die geld kostten en waarover de Raad van State negatief adviseerde. De regering kwam echter zowel in 1917 als in 1928 korte tijd later met zelf wetten die grotendeels de zelfde uitwerking hadden als de twee niet ingevoerde initiatiefwetten.

Behalve aanneming of verwerping kan een initiatiefvoorstel ook indirect resultaat hebben, doordat de regering later alsnog zelf met een wetsvoorstel komt. Sommige initiatiefvoorstellen verdwijnen na enige tijd geruisloos in een la, zonder ooit te zijn behandeld en worden uiteindelijk ingetrokken. Dat is bijvoorbeeld vaak het geval als de oorspronkelijke indiener geen Kamerlid meer is en niemand anders de verdediging overneemt.

[ V ][ ^^ ]

Opmerkelijke initiatiefwetten en -voorstellen

Bekende Kamerinitiatieven die tot wetten hebben geleid zijn onder meer het kinderwetje van Van Houten uit 1874, de wet-Marchant uit 1919 tot invoering van het vrouwenkiesrecht, de wet-Van Thijn/Goudsmit/Wiebenga tot verlaging van de kiesgerechtigde leeftijd uit 1972 (het betrof een grondwetsherziening), de zeer omvangrijke initiatiefwet-Van Kemenade/Meijer/Worrell (Kaderwet volwasseneneducatie) uit 1985, en de wet-Karimi/Dubbelboer/Van der Ham over het raadplegend referendum over de Europese Grondwet (2005).

Initiatiefvoorstellen die niet de eindstreep haalden, waren onder meer het voorstel-Thorbecke c.s. ('de Negenmannen') uit 1844 over staatkundige hervormingen, het voorstel-Schaepman uit 1886 tot herziening van de onderwijsbepalingen in de Grondwet, het voorstel-Troelstra over invoering van het referendum (1903), de initiatiefvoorstellen-Lambers/Roethof/Veder-Smit/Geurtsen over abortus en het initiatiefvoorstel-Kohnstamm over euthanasie.

[ V ][ ^^ ]

voorbeelden van (recente) initiatiefwetten

- initiatiefwet-Vendrik/Verburg: openbaarheid topinkomens (wet-Harrewijn)
- initiatiefwet-Dittrich: spreekrecht nabestaanden in rechtzaken
- initiatiefwet-Van de Camp: bestrijding wapengeweld
- initiatiefwet-Dittrich: tegengaan van belaging (stalking)
- initiatiefwet-Van Heemst/Vos: sluiting drugspanden
- initiatiefwet-Duivesteijn: bijdrage aan lagere inkomens voor eigen woning
- initiatiefwet-Van Boxtel: afschaffing verplichte aanstellingskeuring

voorbeelden van (eerdere) initiatiefwetten

- initiatiefwet-Worrell/Haas-Berger/Mik: Wet op de jeugdhulpverlening
- initiatiefwet-Vermeend/Moor: bevordering werkgelegenheid langdurig werklozen
- initiatiefwet-Roethof/Haas-Berger: hulp aan weggelopen minderjarigen
- initiatiefwet-Van der Doef/De Beer: periodieke autokeuring
- initiatiefwet-Geurtsen/Van Schaik: legalisering casino's

[ V ][ ^^ ]

Cijfers

Aantallen

Periodeaantalwet geworden
1814-1848263
1848-19006312
1900-19408418
1945-1970163
1970-200017565

indiening door oppositie/regering (percentages)


tijdens kabinetregeringsfractie(s)oppositiefractie(s)reg./oppositie samentotaal
Balkenende III1 (N=1)88 (N=9)1 (N=1)11
Balkenende II9 (N=4)64 (N=23)27 (N=9)33
Balkenende I29 (N=2)71 (N=5) 7
Kok II34 (N=11)33 (N=11)31 (N=10)31
Kok I38 (N=9)38 (N=9)25 (N=6)24
Lubbers III26 (N=5)68 (N=13)5 (N=1)19
Lubbers II17 (N=4)50 (N=12)33 (N=8)24
Lubbers I11 (N=2)72 (N=13)17 (N=3)18
Van Agt I4 (N=1)96 (N=24) 25
Den Uyl45 (N=9)35 (N=7)20 (N=4)20
Biesheuvel I/II29 (N=2)71 (N=5) 7
De Jong18 (N=5)75 (N=18)7 (N=2)28

[ V ][ ^^ ]

Leuk om te weten

 * Prachtige initiatieven (column Bert van den Braak, 21 september 2007)


Historie
Wettelijke basis
In de praktijk
Opmerkelijke initiatiefwetten en -voorstellen
voorbeelden van (recente) initiatiefwetten
Cijfers
Leuk om te weten
TXT/Print-versie voor correct en passend afdrukken (verschijnt in een nieuw venster)Reageer op deze pagina. Aanvullingen en suggesties zijn altijd welkom!
homeHome           Route