![]() |
|||
![]() |
![]() |
||
![]() |
![]() |
||
![]() |
![]() |
||
![]() |
![]() |
||
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
Beweeg met de muis over de vakken voor meer informatie
Op verzoek van een minister ontwerpen ambtenaren een wetsvoorstel.
De minister stelt aan de ministerraad voor een wetsvoorstel in te dienen. Als de raad ermee instemt, gaat het voor advies naar de Raad van State.
De Raad van State geeft commentaar op het wetsvoorstel. De minister kan zich in het nader rapport verdedigen en past zonodig het voorstel aan.
De minister stuurt het wetsvoorstel naar de Tweede Kamer.
Het wetsvoorstel wordt door een commissie onderzocht. De leden van de commissie geven schriftelijk commentaar en de minister antwoordt ook schriftelijk. Het wetsvoorstel kan door de minister worden gewijzigd.
De Tweede Kamer spreekt in de openbare vergadering over het wetsvoorstel. Kamerleden geven een oordeel en de minister verdedigt het voorstel. Eventueel kunnen Tweede-Kamerleden wijzigingen voorstellen. Bij eenvoudige wetsvoorstellen vindt geen debat plaats.
Na het debat wordt gestemd over de voorgestelde wijzigingen, over de onderdelen van het wetsvoorstel en over het uiteindelijke wetsvoorstel.
Als het wetsvoorstel door de Tweede Kamer is aangenomen, gaat het naar de Eerste Kamer.
Net als in de Tweede Kamer onderzoekt een commissie het wetsvoorstel. Leden van de commissie doen dat schriftelijk en de minister antwoordt eveneens schriftelijk. Er kan besloten worden geen onderzoek te houden. Het wetsvoorstel komt dan direct zonder debat in stemming.
Beweeg met de muis over de vakken voor meer informatie
Beweeg met de muis over de vakken voor meer informatie
Beweeg met de muis over de vakken voor meer informatie
Beweeg met de muis over de vakken voor meer informatie
Beweeg met de muis over de vakken voor meer informatie
Beweeg met de muis over de vakken voor meer informatie
Na het onderzoek wordt een openbaar debat gehouden tussen de Kamerleden en de minister.
Na het debat wordt gestemd. De Eerste Kamer stemt alleen over het wetsvoorstel. Er zijn geen wijzigingen meer mogelijk.
De koningin ondertekent de nieuwe wet.
Naast de koningin wordt het wetsvoorstel door een minister mee-ondertekend. Dit noemen we het contraseign. Niet de koningin, maar de minister is verantwoordelijk voor de nieuwe wet.
Bij een wetsvoorstel tot wijziging van de Grondwet zijn twee wetten nodig. Pas als het eerste wetsvoorstel door Tweede en Eerste Kamer is aangenomen, kan een voorstel tot grondswetsherziening worden ingediend. De behandeling in de Tweede Kamer hiervan vindt plaats na verkiezingen.
De minister van Justitie zorgt dat de wet in het Staatsblad wordt gepubliceerd, zodat iedereen er op de hoogte van is.
Na de Tweede-Kamerverkiezingen wordt opnieuw beslist over een voorstel tot wijziging van de Grondwet. De procedure is vrijwel hetzelfde als bij de eerste lezing, maar er kunnen nu geen wijzigingen meer worden aangebracht en in beide Kamers is een tweederde meerderheid vereist.
In de wet wordt bepaalt wanneer deze in werking treedt. Inwerkingtreding kan ook bij een apart besluit of aparte wet worden geregeld.
Beweeg met de muis over de vakken voor meer informatie