![]() |
|||
![]() |
![]() |
||
![]() |
![]() |
||
![]() |
![]() |
||
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
Beweeg met de muis over de vakken voor meer informatie
De vice-president van de Raad van State is de belangrijkste adviseur van de Koning. Hij vertelt de regerende vorst (koning of koningin) wat de politieke situatie is en welke mogelijkheden er zijn om een kabinet te vormen.
De voorzitters van de Kamers schetsen de politieke situatie en adviseren de koning over de mogelijkheden tot kabinetsformatie.
De fractievoorzitters delen namens hun fractie mee wat zij het meest wenselijk vinden.
Een informateur onderzoekt namens de Koning welke mogelijkheden er zijn om een kabinet te vormen.
De informateur nodigt fractievoorzitters uit van partijen die mogelijk willen samenwerken en bespreekt met hen de vorming van een kabinet.
Na zijn onderzoek adviseert de informateur de Koning om een nieuw onderzoek in te stellen of om een formateur te benoemen.
Soms vraagt de Koning hierover eerst nog advies van de fractievoorzitters voordat een volgende fase van de formatie ingaat.
De opstelling van een regeerakkoord kan ook al gebeuren tijdens de informatieperiode.
Het gaat hierbij om de verdeling van posten over de deelnemende partijen en om het zoeken van kandidaten.
Dit is de formele eerste vergadering van het aantredende kabinet om afspraken te maken over taakverdelingen en om het regeerakkoord definitief vast te stellen.
Beweeg met de muis over de vakken voor meer informatie
Beweeg met de muis over de vakken voor meer informatie
Beweeg met de muis over de vakken voor meer informatie
Beweeg met de muis over de vakken voor meer informatie
Als iemand overgaat van het oude naar het nieuwe kabinet wordt er geen ontslag verleend.
De ministers en staatssecretarissen die uit het oude kabinet overgaan hoeven niet opnieuw beëdigd te worden; de nieuwe bewindslieden worden wel beëdigd.
De minister-president vertelt aan de Tweede Kamer wat de plannen zijn van het kabinet en de Tweede Kamer bespreekt die plannen.
Als er geen kabinetscrisis ontstaat blijft het kabinet vier jaar aan het bewind.
Een tussentijdse crisis kan ontstaan door ruzie tussen de ministers of door een conflict met de Tweede Kamer.
Als er een tussentijdse crisis ontstaat wordt soms geprobeerd het conflict op te lossen.
Als het conflict wordt opgelost kan het kabinet gewoon doorregeren.
Aan een demissionair kabinet wordt gevraagd de lopende zaken af te handelen. Politiek-gevoelige onderwerpen worden als regel pas na de verkiezingen afgehandeld.
Na de verkiezingen begint weer het proces van kabinetsformatie.
Beweeg met de muis over de vakken voor meer informatie