Kamerontbindingen

Vraag

Komt het vaak voor dat de Tweede Kamer ontbonden wordt?

Antwoord

Kamerontbinding vindt vaak plaats, maar slechts in een beperkt aantal gevallen gaat het daarbij om ontbinding vanwege een kabinetscrisis. Gewoonlijk wordt de Tweede Kamer ontbonden, omdat dit na aanneming van een Grondwetsherziening in eerste lezing verplicht is. Dat was het geval in 1946, 1948, 1952, 1956, 1963, 1971, 1981, 1986, 1994 en 1998.

Na 1945 zijn er zeven ontbindingen geweest na een crisis. In 1959, 1967, 1972, 1977, 1982, 1989 en 2003.

Tot 1917 had kamerontbinding overigens grotere gevolgen dan nu, omdat tot dat jaar alle werkzaamheden van de Kamer vervielen. Dat betekende bijvoorbeeld dat wetsvoorstellen opnieuw ingediend en behandeld moesten worden. Ook het werk van een parlementaire enquête kwam stil te liggen. Dat was bijvoorbeeld in 1887 het geval met de Arbeidsenquête.

Vanaf 1917 vindt bovendien ontbinding-op-termijn plaats. Dat betekent dat de Kamer wel wordt ontbonden, maar pas nadat er verkiezingen zijn geweest. Daarmee wordt voorkomen dat er een parlementsloze periode ontstaat. In 1894 werd de Tweede Kamer bijvoorbeeld op 20 maart ontbonden, terwijl de nieuw gekozen Kamer pas op 16 mei weer bijeenkwam.

In 1925 en 1929 werd de Tweede Kamer niet ontbonden en eindigde de zitting op de derde dinsdag van september.

TXT/Print-versie voor correct en passend afdrukken (verschijnt in een nieuw venster)Reageer op deze pagina. Aanvullingen en suggesties zijn altijd welkom!
homeHome           Route