Gekozen volksvertegenwoordigers |
Wie mag Eerste-Kamerlid zijn? |
| - | Tweede-Kamerlid; |
| - | minister of staatssecretaris; |
| - | lid van de Raad van State, lid van de Algemene Rekenkamer, Nationale ombudsman of substituut ombudsman; |
| - | lid van of procureur-generaal of advocaat-generaal bij de Hoge Raad. |
| - | commissaris van de Koning(in); |
| - | militair ambtenaar in werkelijke dienst; |
| - | ambtenaar bij de Raad van State, de Algemene Rekenkamer of het bureau van de Nationale ombudsman; |
| - | ambtenaar bij een ministerie of daaronder vallende instellingen, diensten en bedrijven; |
| - | lid van de Raad van bestuur of de Raad van advies van de Centrale organisatie werk en inkomen, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of de Sociale verzekeringsbank; |
| - | lid van de commissie van toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. |
Toelating tot de Eerste Kamer |
Zittingsduur |
| - | vanwege ziekte of overlijden; |
Onafhankelijkheid en onschendbaarheid |
| Gekozen volksvertegenwoordigers |
||
| Wie mag Eerste-Kamerlid zijn? |
||
| Toelating tot de Eerste Kamer |
||
| Zittingsduur |
||
| Onafhankelijkheid en onschendbaarheid |
||