Parlementair onderzoek besluitvorming uitzendingen (1999-2000)

Op 7 april 1999 stelde de Tweede Kamer de Tijdelijke Commissie Besluitvorming Uitzendingen (TCBU) in. Deze commissie, onder voorzitterschap van Bert Bakker (D66) onderzocht de uitzending van Nederlandse militairen in VN-verband naar vredesmissies in voormalig Joegoslavië, de Perzische Golf, Haïti, Angola, Cambodja en Cyprus. Enkele jaren later kwam er alsnog een parlementaire enquête naar Srebrenica.

 De Tijdelijke commissie besluitvorming uitzendingen

De commissie hield diverse openbare hoorzittingen, deed dossieronderzoek en bracht op 4 september 2000 haar rapport uit ('Vertrekpunt Den Haag').

In haar rapport werden diverse aanbevelingen gedaan voor verbetering van de procedures rond Nederlandse deelname aan vredesmissies. Hiermee moesten volgens de commissie heldere criteria (een toetsingskader) komen. De informatievoorziening aan het parlement had volgens de commissie te wensen overgelaten, terwijl ook de uitwisseling van gegevens tussen de ministeries van Defensie en Buitenlandse Zaken voor verbetering vatbaar was.

[ V ][ ^^ ]

Voorgeschiedenis

In de zomer van 1995 werd de enclave Srebrenica in Bosnië onder de voet gelopen door de Serviërs. De mannelijke moslimbevolking werd afgevoerd en grotendeels vermoord. Dit alles ondanks de aanwezigheid van Nederlandse VN-militairen.

Het echec was voor de regering reden om in oktober 1996 aan het RIOD (Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie) te vragen een onderzoek in te stellen naar de gebeurtenissen voor, tijdens en na de val van Srebrenica.

Er bleven ook na dit (aangekondigde) onderzoek vragen leven in de Tweede Kamer. Op grond hiervan stelde de vaste commissie voor Defensie een werkgroep in, die moest bezien of de informatievoorziening over de afhandeling van Srebrenica kon worden verbeterd.

De commissie onder leiding van de VVD'er Blaauw adviseerde in december 1998 de Tweede Kamer om een tijdelijke commissie in te stellen die de politieke besluitvorming rond deelname aan vredesoperaties moest analyseren. Daarbij diende ook de deelname aan de operatie in voormalig Joegoslavië betrokken te worden.

Op 7 april 1999 stemde de Tweede Kamer in met dit voorstel. Een voorstel-Van Ardenne (CDA) om een parlementaire enquête in te stellen werd verworpen, evenals een voorstel-Van Middelkoop (GPV) om eerst het rapport van het NIOD* af te wachten.

* De naam van het RIOD werd per 1 januari 1999 gewijzigd in NIOD (Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie)

[ V ][ ^^ ]

Samenstelling commissie

A.D. Bakker
 * Bert Bakker (voorzitter) (D66)
Prominente D66'er die van alle markten thuis was. Hield zich in de twaalf jaar waarin hij Tweede-Kamerlid was bezig met onder meer financiën, sociale zekerheid, de zorg, buitenlands beleid, defensie, media en economische zaken. Leidde bekwaam de commissie die onderzoek deed naar de uitzending van Nederlandse militairen op vredesmissies en was voorzitter van de enquëtecommissie Srebrenica. Was, gevraagd en ongevraagd, altijd bereid de pers te woord staan en zette dan op heldere wijze de standpunten van zijn partij uiteen. Voor hij Kamerlid werd hoofd voorlichting van de Sociaal-Economische Raad. Verloor in 2006 zijn zetel, omdat Fatma Koser Kaya met voorkeurstemmen werd gekozen.
 

 
Dr. J.P. Rehwinkel
 * Peter Rehwinkel (ondervoorzitter) (PvdA)
Peter Rehwinkel (1964) is sinds 12 juni 2007 lid van de PvdA-fractie in de Eerste Kamer. Hij is sinds 2004 burgemeester van Naarden. Daarvoor was de heer Rehwinkel medewerker staatsrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen, secretaris van minister Ritzen, stafmedewerker van het wetenschappelijk bureau van de PvdA en, in de periode 1995-2002, Tweede-Kamerlid.
 

 
A.M.A. van Ardenne-van der Hoeven
 * Agnes van Ardenne-van der Hoeven (CDA)
Agnes van Ardenne (1950) was Tweede-Kamerlid in de periode 1994-2002 en enige maanden in 2003. Daarvoor was zij wethouder in Vlaardingen en voorzitter van het CDA-vrouwenberaad. In de Kamer hield mevrouw Van Ardenne zich bezig met defensie, buitenlandse zaken en landbouw en visserij. Na haar Kamerlidmaatschap werd zij staatssecretaris van Buitenlandse Zaken belast met ontwikkelingssamenwerking in het kabinet-Balkenende I. In het kabinet-Balkenende II werd zij minister voor Ontwikkelingssamenwerking.
 

 
E.R.M. Balemans
 * Eric Balemans (VVD)
Beminnelijke Limburger die in 1998 op 26-jarige leeftijd Tweede-Kamerlid voor de VVD werd en dat (met een onderbreking) tot eind 2006 bleef. Vervulde vele functies bij de JOVD en was daarvan secretaris en voorzitter. Was voor hij in de Kamer kwam consulent voor defensie en buitenlands beleid van het IFPA (Institute for Foreign Policy Analysis) en hield zich aanvankelijk onder meer met defensie (met name personeel) bezig. Daarnaast sprak hij vaak bij de behandeling van herindelingsvoorstellen en over het grotestedenbeleid. In 2005 werd hij onderwijswoordvoerder.
 

 
Drs. H. van Bommel
 * Harry van Bommel (SP)
Harry van Bommel (1962) is sinds 19 mei 1998 lid van de Tweede-Kamerfractie van de SP. Hij woont in Diemen. De heer Van Bommel was docent Nederlands en Engels en beleidsmedewerker van de SP-fractie in de Tweede Kamer. Daarnaast was hij gemeenteraadslid van Amsterdam. In de Kamer houdt hij zich bezig met buitenlandse Zaken en Europese zaken. De heer Van Bommel is ondervoorzitter van de vaste commissie voor Europese Zaken.
 

 
A.B. Harrewijn
 * Ab Harrewijn (GroenLinks)
Sociaal voelende predikant die via de CPN bij GroenLinks terecht kwam, waarvoor hij vier jaar Kamerlid was. Was werkzaam als industriepredikant. Zette zich met gedrevenheid in voor mensen aan de 'onderkant' van de samenleving, zoals daklozen, verslaafden, bijstandsgerechtigden en werklozen. Door die authentieke betrokkenheid ook buiten eigen kring gewaardeerd. Overleed op betrekkelijk jonge leeftijd kort voor de verkiezingen van 2002, waarbij hij nog kandidaat was.
 

 
G.J. Schutte
 * Gert Schutte (GPV)
Alom gerespecteerd Tweede-Kamerlid voor het GPV. Stond bekend als het 'staatsrechtelijke geweten van de Kamer', een benaming die volgens hem echter aangaf dat anderen op dat punt tekort schoten. Kwam in 1981 als eenling in de Kamer, na eerder bij diverse gemeenten te hebben gewerkt, laatstelijk als plaatsvervangend gemeentesecretaris van Zeist. Is nu lid van de Kiesraad en leidde in 2003/2004 een onderzoek naar fraude in het HBO.
 

 
Griffier van de commissie was mr. T.N.J. de Lange

[ V ][ ^^ ]

Onderzoeksvragen en werkwijze

Thema's voor het onderzoek waren:
- het initiatief en de motieven voor deelname aan vredesmissies: wie nam het initiatief voor de Nederlandse deelname?
- Criteria voor de Nederlandse deelname: was er een toetsingskader (het Nederlandse belang, het belang voor de internationale rechtsorde, solidariteit, draagvlak, haalbaarheid van de doelstellingen, eventuele risico's, financiering)
- De informatievoorziening ten behoeve van de politieke besluitvorming (onder andere was de vraag wanneer het parlement werd geïnformeerd)
- Invloed van de publieke opinie, media op de politieke besluitvorming
- Analyse van de risico's
- Evaluatie van de operaties (werd de Kamer daarvan op de hoogte gesteld?)

De commissie verrichtte onderzoek op basis van een draaiboek, waarin de doelstelling en reikwijdte van het onderzoek stonden omschreven.

Onderzoeksmethoden waren:
- onderzoek van Kamerstukken
- dossieronderzoek
- (aanvullend) literatuuronderzoek
- informele en vertrouwelijke voorgesprekken
- openbare hoorzittingen

Het vooronderzoek vond plaats in 1999 en begin 2000. Op 22 mei 2000 begonnen de acht openbare hoorzittingen. Deze duurden tot en met 8 juni 2000.

[ V ][ ^^ ]

Verslag en conclusies

De commissie bracht een uitvoerig verslag in drie delen uit met de naam 'Vertrekpunt Den Haag'. De kritiek op de besluitvorming en informatievoorziening spitste zich toe op de gebeurtenissen in voormalig Joegoslavië. Met name de minister van Defensie beschikte daarbij niet steeds over alle relevante informatie over de gebeurtenissen in Srebrenica.

Op grond hiervan deed de commissie enkele aanbevelingen. De belangrijkste daarvan waren:

- Het moet voor alle betrokkenen duidelijk zijn op welk moment de Kamer instemt met uitzending
- De regering moet de motieven om deel te nemen aan een vredesoperatie zo uitvoerig mogelijk aan de Kamer opsommen. Hetzelfde geldt voor motieven bij voortzetting of afronding Nederlandse deelname aan een operatie.
- De regering moet duidelijk aangegeven hoe het initiatief voor deelname tot stand is gekomen.


- De criteria voor deelname moeten helder zijn.
- Bij wijziging van mandaat, taken of locatie moet een nieuwe afweging worden gemaakt.
- Ook voortzetting of afronding moet aan duidelijke criteria worden getoetst.
- Criteria kunnen per vredesoperaties een verschillend gewicht krijgen.


- Er moeten betere afspraken komen over onderlinge informatievoorziening tussen de ministeries van Buitenlandse Zaken en Defensie.
- De Tweede Kamer moet tijdiger geïnformeerd worden. Er moet daarvoor een procedure worden afgesproken tussen regering en parlement. Het informeren moet zo veel mogelijk in de openbaarheid te gebeuren.
- De Kamer moet vaker gebruikmaken van de mogelijkheid om ambtenaren en militairen te horen over vredesoperaties.
- De Kamer moet de beschikking krijgen over alle relevante documenten


- Bij de informatievoorziening aan de Kamer moet extra aandacht worden besteed aan eventuele risico's, zowel voor de gehele vredesoperatie als voor de Nederlandse eenheden.
- Er moet duidelijkheid zijn over eventuele evacuatie.
- Bij de bewapening moet ook worden gelet op verslechtering van de veiligheidssituatie.


- Er moet in de krijgsmacht een eenduidige procedure komen voor evaluatie (debriefing) en voor het verwerken in volgende operaties van opgedane ervaringen.
- De evaluatie moet zo spoedig mogelijk aan de Tweede Kamer worden aangeboden.
- De evaluaties moeten openbaar zijn.

[ V ][ ^^ ]

Kamerdebat en vervolg

Minister-president Kok verklaarde na presentatie van het rapport welwillend te staan tegenover de wens om betere informatievoorziening. De partijen in de Tweede Kamer stemden in met de conclusies. SP en SGP meenden wel dat het rapport de noodzaak voor een grotere terughoudenheid bij Nederlandse deelname aantoonde.

Voor het onderzoek was veel waardering, maar omdat de onderzoeksopdracht betrekking had op de besluitvorming bij het uitzenden van vredesmissies en niet op de gang van zaken in Srebrenica, bleven er vragen leven. Na het verschijnen van het NIOD-rapport in 2002 besloot de Tweede Kamer alsnog een parlementaire enquête te houden. De bevindingen van de Tijdelijke Commissie Besluitvorming Uitzendingen worden daarbij betrokken.

 * Meer over de parlementaire enquête Srebrenica


Voorgeschiedenis
Samenstelling commissie
Onderzoeksvragen en werkwijze
Verslag en conclusies
Kamerdebat en vervolg
TXT/Print-versie voor correct en passend afdrukken (verschijnt in een nieuw venster)Reageer op deze pagina. Aanvullingen en suggesties zijn altijd welkom!
homeHome           Route