| - | Alle opsporingsmethoden moeten een wettelijke basis hebben. De wet moet daarom alle opsporingsmethoden definiëren die gebruikt mogen worden. |
| - | Bevoegdheden van opsporingsambtenaren dienen expliciet in de wet vastgelegd te worden, zodat opsporingsambtenaren precies weten over welke bevoegdheden ze kunnen beschikken. |
| - | Het gebruik van opsporingsmethoden moet expliciet worden vastgelegd. Op elk moment moet het mogelijk zijn te achterhalen met welke methode bepaalde informatie is verzameld. Op die manier is het mogelijk de wijze van informatieverzameling te controleren. |
| - | Hoe ingrijpender de opsporingsmethode, des te hoger moet de autoriteit zijn die toestemming geeft. Hogere autoriteiten kunnen namelijk op meer afstandelijke wijze het opsporingsbelang afwegen tegen het belang van de burgers wiens grondrechten kunnen worden geschonden. |
| - | Toetsing vooraf dient plaats te vinden aan de hand van objectieve criteria. |
| - | De gebruikte methoden moeten in het openbaar voor de rechter kunnen worden verantwoord. Er kunnen zich uitzonderingssituaties voordoen waarin bepaalde aspecten niet openbaar worden, maar de rechter moet alle methoden kunnen toetsen. |
| - | Het Openbaar Ministerie heeft de leiding over de opsporing. De politie dient het gezag van het Openbaar Ministerie te aanvaarden. |
| - | Op één punt binnen de regiokorpsen en binnen de parketten van het Openbaar Ministerie moet er een overzicht bestaan van de rechercheonderzoeken en de gebruikte opsporingsmethoden. Hierdoor worden coördinatie en afstemming mogelijk. |