Kabinetscrises

Een kabinet kan vanwege een intern conflict of door een conflict met de Tweede Kamer (of Eerste Kamer) ten val komen.

Bij interne conflicten kan worden gedacht aan een meningsverschil tussen ministers over een te nemen maatregel of over een wetsvoorstel dat in behandeling is. Conflicten met de Kamer kunnen ontstaan door de verwerping van een belangrijk wetsvoorstel, de aanneming van een door het kabinet afgewezen amendement of (dreigende) aanneming van een motie van afkeuring of van wantrouwen.

De verwerping van een wetsvoorstel leidde in 1955 tot een kabinetscrisis. In 1958 was aannemening van een amendement oorzaak van de val. Interne conflicten die tot de val van het kabinet leidden, waren er in 1965, 1972, 1977 en 1982. In 1960, 1966 en 1989 lagen moties ten grondslag aan een conflict.

Ook het opstappen van ministers van één partij - zonder dat het kabinet daarmee zijn meerderheid verliest - kan tot de val van het kabinet leiden. Dit was het geval in 1951, toen de kleinste regeringsfractie, de VVD, met haar eigen minister in conflict kwam.

In 1999 was de verwerping van een wetsvoorstel door de Eerste Kamer oorzaak van een crisis; er was toen geen conflict met de Tweede-Kamermeerderheid. Het conflict in 2002 stond eveneens op zichzelf. Toen was er noch een conflict met de Kamer, noch een intern conflict, maar was een extern rapport reden voor aftreden.

In 2005 kon een echte kabinetscrisis worden voorkomen, doordat D66 met CDA en VVD overeenstemming wisten te bereiken over herziening van het regeerakkoord uit 2003.

[ V ][ ^^ ]

Overzicht kabinetscrises

 * Kabinetscrisis 2006
Op 30 juni 2006 bood minister-president Balkenende het ontslag aan van de bewindslieden van D66 en stelden hij en de overige bewindslieden hun portefeuilles ter beschikking. De D66-bewindslieden stapten op, nadat de D66-fractie een dag eerder het vertrouwen in minister Verdonk had opgezegd. Noch het kabinet, noch de fracties van CDA en VVD wilden daaraan echter de consequentie verbinden dat de minister zou opstappen.
 

 * De Paascrisis van 2005
Op 22 maart 2005 kreeg het voorstel in tweede lezing tot het uit de Grondwet halen van de burgemeestersbenoeming geen tweederde meerderheid in de Eerste Kamer. Een dag later trad minister De Graaf (Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties) af. Dit gebeurde zowel vanwege de geleden nederlaag als vanwege zijn gebrek aan vertrouwen in verwezenlijking van zijn kiesrechthervorming.
 

 * LPF-crisis (oktober 2002)
Op woensdag 16 oktober 2002 kwam het kabinet-Balkenende ten val. Na wekenlange geruzie tussen de LPF-ministers Bomhoff en Heinsbroek hadden de overige ministers, inclusief de LPF-collega's, aangedrongen op hun vertrek. Hoewel Bomhoff en Heinsbroek woensdagochtend nog de premier hun ontslag hadden aangezegd, zegde de fractievoorzitters van VVD en CDA, Zalm en Verhagen, toch het vertrouwen in het kabinet op.
 

 * Srebrenica-crisis (april 2002)
Op 16 april 2002 boden de ministers en staatssecretarissen van het tweede kabinet-Kok hun ontslag aan naar aanleiding van het rapport van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) over het bloedbad bij Srebrenica.
 

 * Kabinetscrisis 1999
Op 18 mei 1999 kreeg een wetsvoorstel tot invoering van de mogelijkheid voor een correctief referendum in de Eerste Kamer niet de vereiste tweederde meerderheid. Daarop bood het kabinet een dag later zijn ontslag aan. Vooral D66 was zeer ontstemd en teleurgesteld over de verwerping, omdat zij het referendum als één van haar 'kroonjuwelen' beschouwde
 

 * Kabinetscrisis 1989
Op 3 mei 1989 kwam er een einde aan bijna zeven jaar samenwerking tussen CDA en VVD onder minister-president Lubbers. De VVD-fractie kon zich niet vinden in het door het kabinet genomen besluit over afschaffing van het reiskostenforfait.
 

 * Kabinetscrises 1981/1982
Op 12 mei 1982 kwam er een einde aan het acht maanden eerder gevormde tweede kabinet-Van Agt. De PvdA-ministers konden zich niet vinden in het financieel-economisch beleid, meer in het bijzonder in de financiering van het werkgelegenheidsbeleid.
 

 * Kabinetscrisis 1977
Op 22 maart 1977 viel het kabinet-Den Uyl. Het conflict ontstond in het kabinet, maar vond zijn oorsprong in de Tweede Kamer. Door de fracties van KVP en ARP waren namelijk amendementen ingediend op wetsvoorstellen inzake de grondpolitiek. CDA-minister van Justitie en lijsttrekker Van Agt wilde daaraan tegemoetkomen. Het kabinet kon het echter in diverse vergaderingen niet eens worden over die wijzigingen.

 

 * Kabinetscrises 1951-1972
In de periode 1951-1972 was er zeven keer sprake van een kabinetscrisis. Onder deze crises bevinden zich de de bouwcrisis (1960), de omroepcrisis (1965) en de Nacht van Schmelzer (1966). In 1955 en 1960 kon de breuk worden 'gelijmd'.
 


Overzicht kabinetscrises
TXT/Print-versie voor correct en passend afdrukken (verschijnt in een nieuw venster)Reageer op deze pagina. Aanvullingen en suggesties zijn altijd welkom!
homeHome           Route