Voorgeschiedenis |
| - | toezien op naleving van de wapenstilstand |
| - | ontwapening van de moslimstrijders |
| - | ondersteunen van de humanitaire hulp |
| - | Dutchbatters zouden rechts-extremistisch gedrag hebben getoond: de militaire inlichtingendienst verhoort vier militairen maar minister Voorhoeve krijgt het verslag niet te zien; |
| - | militairen zouden over vluchtelingen heen zijn gereden: het Openbaar Ministerie ziet geen reden tot vervolging; ook een nader onderzoek van het Openbaar Ministerie in 1998 leidt tot seponering in 1999 wegens gebrek aan bewijs; |
| - | moslimslachtoffers zou medische hulp zijn onthouden |
| - | een filmrolletje met mogelijk belastend materiaal zou (bewust) zijn weggeraakt. |
De instelling van de enquêtecommissie |
De leden van de enquêtecommissie |
![]() |
| Bert Bakker (D66) (voorzitter) | |
| Prominente D66'er die van alle markten thuis was. Hield zich in de twaalf jaar waarin hij Tweede-Kamerlid was bezig met onder meer financiën, sociale zekerheid, de zorg, buitenlands beleid, defensie, media en economische zaken. Leidde bekwaam de commissie die onderzoek deed naar de uitzending van Nederlandse militairen op vredesmissies en was voorzitter van de enquëtecommissie Srebrenica. Was, gevraagd en ongevraagd, altijd bereid de pers te woord staan en zette dan op heldere wijze de standpunten van zijn partij uiteen. Voor hij Kamerlid werd hoofd voorlichting van de Sociaal-Economische Raad. Verloor in 2006 zijn zetel, omdat Fatma Koser Kaya met voorkeurstemmen werd gekozen. |
![]() |
| Aart Mosterd (CDA) | |
| Veluws Tweede-Kamerlid van het CDA dat veelal op de achtergrond bleef, maar dat zich wel met belangrijke dossiers bezighield. Stapte als orthodox-protestant min of meer in de voetstappen van Van Leijenhorst. Was leraar scheikunde en wethouder van Putten. In de Tweede Kamer woordvoerder over het beroepsonderwijs, de AOW, de Nabestaandenwet, de Bijstandwet, zorg, ouderen en pensioenen. Verder was hij lid van de parlementaire enquêtecommissie Srebrenica, voorzitter van de commissie voor de Verzoekschriften en van de tijdelijke commissie Zorguitgaven. Stond bekend als een collegiaal, vriendelijk en hard werkend lid. |
![]() |
| Tineke Huizinga-Heringa (ChristenUnie) | |
| Tineke Huizinga-Heringa (1960) is sinds 22 februari 2007 staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat. Zij was van 23 mei 2002 tot 22 februari 2007 Tweede-Kamerlid voor de ChristenUnie. Mevrouw Huizinga was gemeenteraadslid in Heerenveen. In de Tweede Kamer hield zij zich onder meer bezig met buitenlandse zaken, ontwikkelingssamenwerking, vreemdelingen- en integratiebeleid, ruimtelijke ordening en milieubeheer. Mevrouw Huizinga was lid van de enquêtecommissie Srebrenica. Zij werd zowel in 2002 als 2003 met voorkeurstemmen gekozen. |
![]() |
| Fenna Vergeer-Mudde (SP) | |
| Onderwijswoordvoerster van de SP-Tweede-Kamerfractie in de periode 2002-2006. Geboren in Oost-Groningen, maar (samen met haar echtgenoot) vanaf de oprichting politiek actief voor de SP in Leiden en daarna fractievoorzitter in de Staten van Zuid-Holland. Was als voormalige docente goed ingevoerd in het onderwijs en wist daarover op heldere wijze standpunten te verwoorden. Hield zich als Kamerlid verder onder meer bezig met cultuur en integratie en was lid van de parlementaire enquêtecommissie Srebrenica. Van jongsaf betrokken bij vraagstukken van armoede, zowel in eigen land als in de derde wereld. |
![]() |
| Bibi de Vries (VVD) | |
| Welbespraakt en actief Tweede-Kamerlid op de rechtervleugel van de VVD. Dochter van een zelfstandig ondernemer en zelf werkzaam als belastingadviseur. Aanvankelijk voerde zij ook in de Kamer regelmatig het woord over fiscale zaken. Later werd zij woordvoerster sociale zekerheid (WAO, AOW, WW) en pensioenen. vicevoorzitter van de enquêtecommissie Srebrenica en voorzitter van de commissie voor de Rijksuitgaven. Zette zich in die functie in voor versterking van de parlementaire controle op de uitgaven. Werkte als vicefractievoorzitter drie jaar nauw samen met Van Aartsen. Geducht debatster, die van duidelijke taal hield. |
![]() |
| Bert Koenders (PvdA) | |
| Bert Koenders (1958) is sinds 22 februari 2007 minister voor Ontwikkelingssamenwerking. Hij was van 11 november 1997 tot 22 februari 2007 Tweede-Kamerlid voor de PvdA. De heer Koenders was eerder werkzaam als beleidsmedewerker van de PvdA-Tweede-Kamerfractie, als European director Parlementarians for Global Action, politiek adviseur van de Verenigde Naties in zuidelijk Afrika en als medewerker van de Europese Commissie. De heer Koenders was in de Tweede Kamer woordvoerder buitenlandse zaken en hield zich verder bezig met internationaal monetair- en handelsbeleid. Hij was lid van de enquêtecommissie Srebrenica. |
![]() |
| Harry Wijnschenk (LPF), lid van de commissie van juni 2002 tot september 2002 | |
| Fortuynistisch politicus, die in de periode augustus-oktober 2002 fractieleider van regeringspartij LPF was. Zoon van een Amsterdamse marktkoopman en zelf uitgever van onder andere motorbladen. Kwam als één van de laatsten in de LPF-fractie en werd in augustus 2002 verrassend opvolger van Mat Herben, die in de LPF als te gematigd werd beschouwd. Maakte bij de algemene beschouwingen aanvankelijk een goede indruk, maar blunderde in de tweede termijn. Na een machtstrijd in de LPF waarbij hij minister Heinsbroek als nieuwe leider naar voren schoof, werd hijzelf weer aan de kant geschoven. Zijn politieke rol was daarna uitgespeeld. |
![]() |
| Egbert Jan Groenink (LPF), lid van de commissie van augustus 2002 tot 17 oktober 2002 | |
| Eigenaar van een groothandel in farmaceutische producten in Meppel, die in juni 2002 als één van de laatsten lid werd van de LPF-fractie. Was enige tijd lid van de parlementaire enquêtecommissie Srebrenica, maar nam aan de werkzaamheden van die commissie slechts beperkt deel en trok zich later terug als lid. Speelde ook overigens nauwelijks een rol in de Kamer. |
De ministers van defensie |
![]() |
| Relus ter Beek | |
| Minister van defensie tot 1994 in het kabinet-Lubbers III. Was in december 1993 (samen met minister Kooijmans van Buitenlandse Zaken) als eerste verantwoordelijk voor het ter beschikking stellen van een Nederlands bataljon van de luchtmobielebrigade aan de VN ter beveiliging van moslimbevolking in de enclave Srebrenica in Bosnië. |
![]() |
| Joris Voorhoeve | |
| Volgde in augustus 1994 Relus ter Beek op als minister van defensie in het het kabinet-Kok I. Had de politieke verantwoordelijkheid voor het optreden van Nederlandse V.N.-militairen ('blauwhelmen') in Bosnië en Kroatië. De gedwongen ontruiming van het 'veilige gebied' rond Srebenica door de militairen en de daarop volgende etnische zuivering, leidde tot vele vragen. Voorhoeve verklaarde later toen te hebben willen aftreden, maar dat was door minister-president Kok en VVD-TK-fractievoorzitter Bolkestein tegengehouden. |
![]() |
| Frank de Grave | |
| Volgde in augustus 1998 Joris Voorhoeve op als minister van Defensie. Moest zijn vakantie in diezelfde maand onderbreken na nieuwe onthullingen in de Srbrenica-affaire. Vroeg politiek zwaargewicht Van Kemenade een onderzoek uit te voeren. Deze constateerde in september al dat er geen sprake was van een doofpot. |
De openbare verhoren |
| 11 november 2002: Legertop dwong Dutchbatters te zwijgen | |
| Al in juli 1995 kwamen de feiten op tafel dat er tijdens de inval in Srebrenica massamoord was gepleegd. De Nederlandse legertop heeft sindsdien militairen die hierover in het openbaar wilden praten, tegengewerkt. Dit bleek uit de verhoren op de eerste dag van de Parlementaire Enquête Srebrenica. | |
| 13 november 2002: 'VN liet Dutchbat stikken' | |
| Nederland heeft een te groot vertrouwen gehad in de Verenigde Naties (VN). Volgens De Hoop Scheffer ging men er bij het besluit om Dutchbat naar Srebrenica te sturen vanuit dat de VN Dutchbat uit de brand zou helpen als dat nodig zou zijn. Dat was een belangrijke overweging om Dutchbat naar Srebrenica af te laten reizen. Helaas was deze veronderstelling niet juist: de VN staken geen poot uit toen het puntje bij paaltje kwam. | |
| 14 november 2002: Legering in Srebrenica nooit in kabinet of Kamer besproken | |
| Het besluit om Nederlandse VN-militairen in Srebrenica te stationeren, is nooit als zodanig in het kabinet of de Tweede Kamer besproken. Dat verklaarden de oud-ministers Kooijmans en Ter Beek voor de parlementaire enquêtecommissie. | |
| 15 november 2002: Geen verklaring voor uitblijven luchtsteun Srebrenica | |
| Op de vierde dag van de parlementaire enquête Srebrenica, afgelopen vrijdag 15 november, werden hoge militairen verhoord. Belangrijke getuigen waren brigade-generaal Cees Nicolaï, die vanuit Sarajevo leiding gaf aan VN-troepen in Bosnië, en kolonel Harm de Jonge, die in 1995 op het VN-hoofdkwartier in Zagreb gestationeerd was. De commissie onderzocht waarom Dutchbat geen luchtsteun kreeg toen de enclave door de Servische troepen van Mladic bedreigd werd. | |
| 18 november 2002: Karremans hield rekening met doden en gewonden aan zijn zijde | |
| Overste Karremans heeft na jaren zwijgen eindelijk zijn verhaal kunnen vertellen aan de parlementaire enquêtecommissie Srebrenica. Hij verklaarde dat hij erg tegen de opdracht had opgezien. Vooral toen deze veranderde van een 'blauwe' naar een 'groene' operatie. Dit hield in dat er niet langer spake was van een vredesoperatie, maar dat er ook gericht geschoten kon worden. | |
| 20 november 2002: Lubbers: VN heeft Nederland in de steek gelaten | |
| Oud-premier Lubbers vindt dat Nederland door de VN in de steek is gelaten. Voormalig minister Pronk meent dat ook de Nederlandse regering heeft gefaald. Dat verklaarden de oud-bewindslieden woensdag tegenover de parlementaire enquêtecommissie Srebrenica. | |
| 21 november 2002: Couzy vond dat Voorhoeve hem onmogelijke opdrachten gaf | |
| De voormalige bevelhebber der landstrijdkrachten, generaal Couzy, vond dat minister Voorhoeve hem keer op keer met onmogelijke opdrachten opzadelde. Als voorbeeld noemde hij de opdracht dat Dutchbatters na hun veilige terugkeer uit het belegerde Srebrenica in Zagreb van de minister geen bier mochten drinken op hun welkomstfeest. De slechte verhouding tussen beiden was nadelig voor een goede afhandeling van het Srebrenica-dossier. | |
| 27 november 2002: Lot Couzy hing aan zijden draad | |
| De positie van de bevelhebber van de landmacht, generaal Couzy, was in 1995 na de val van Srebrenica buitengewoon wankel. De toenmalige minister van Defensie Voorhoeve heeft zeer serieus overwogen hem te ontslaan. Voorhoeve zag echter op tegen de commotie die het ontslag zou geven en het juridisch gevecht dat ongetwijfeld op een ontslag zou volgen. Bovendien had hij Couzy nodig om de reorganisatie van de landstrijdkrachten af te ronden. Dit bleek gisteren tijdens de openbare verhoren van de parlementaire enquêtecommissie. | |
| 28 november 2002: Kok, Van Mierlo, Voorhoeve: Nederland stond er in Srebrenica alleen voor | |
| De internationale gemeenschap heeft Nederland in de steek gelaten bij de verdediging van de enclave Srebrenica. Dat verklaarden de oud-ministers Van Mierlo, Voorhoeve en Kok tijdens hun verhoor bij de enquêtecommissie. Alledrie hebben zij zich na het drama van juli 1995 afgevraagd of Nederland meer had kunnen doen, maar geen van hen denkt dat dit mogelijk was geweest. |
Conclusies |
| - | er geen worst-case scenario beschikbaar was om in te spelen op een mogelijke val van de enclave Srebrenica; |
| - | Dutchbat met een onduidelijk mandaat naar Srebrenica vertrok; |
| - | de politiek te weinig luisterde naar de bezwaren die de top van de landmacht vooraf tegen de operatie waren geuit; |
| - | Dutchbat bij de evacuatie van moslimmannen in Potocari geen pogingen ondernomen had om de moslims tot het laatst te vergezellen; |
| - | door aarzelend optreden van de Franse VN-generaal Janvier Dutchbat luchtsteun onthouden werd toen Srebrenica ingenomen dreigde te worden; |
| - | de opperbevelhebber van de Nederlandse landmacht, oud-generaal Couzy, minister Voorhoeve van Defensie onnodig in de problemen gebracht had door informatie over oorlogsmisdaden niet te melden. |
Feitelijke gegevens |
| indiener(s) | Tijdelijke Commissie Aanvullende Onderwerpen NIOD-rapport |
| datum aanvaarding voorstel door TK | 5 juni 2002 |
| periode openbare verhoren | 11 november 2002 - 28- november 2002 + 6 december 2002 |
| duur in dagen | 237 |
| datum eindverslag | 27 januari 2003 |
| aftredens | geen; kabinet-Kok II was reeds afgetreden n.a.v. NIOD-rapport |
| aantal gehoorde getuigen/deskundigen | 41 |
| omvang eindrapport | 467 |
| voorzitter | Bert Bakker (D66) |
Letterlijke teksten |
| Missie zonder vrede, Parlementaire enquête Srebrenica, rapport |
| Bijlage en appendices A t/m C |
| Appendice D deel 1 |
| Appendice D deel 2 |
| Appendice D deel 3 |
| Appendice D deel 4 |
| Appendices E tot en met L |
| Verhoren |
Alfabetetische lijst van verhoorden |
| Baal, A.P.P.M. van | Luitenant-generaal, plaatsvervangend Bevelhebber der Landstrijdkrachten |
| Barth, drs. D.J. | Secretaris-generaal van het Ministerie van Defensie |
| Bastiaans, G.J.M. | Brigade-generaal, commandant van de Luchtmobiele Brigade |
| Beek, A.L. ter | Minister van Defensie |
| Biegman, dr. N.H. | Permanent Vertegenwoordiger bij de VN-PVVN |
| Blaauw, J.D. | Lid van de Tweede Kamer voor de VVD |
| Blom, prof.dr. J.C.H. | Directeur van het NIOD |
| Boetzelaer, H.W.J. van | Laborant MID/KM |
| Brantz, C.L. | Chef-staf en plaatsvervangend commandant Sector North East VN Vredesmacht, Tuzla |
| Couzy, H.A. | Bevelhebber der Landstrijdkrachten |
| Dijkstal, H.F. | Minister van Binnenlandse Zaken en vice-premier |
| Duijn, L.C. van | Eerste luitenant, pelotonscommandant C-compagnie Dutchbat III |
| Fabius, D.G.J. | Generaal-majoor, commandant Koninklijke Marechaussee |
| Franken, R.A. | Majoor, plaatsvervangend commandant Dutchbat III |
| Grave, mr. F.H.G. de | Minister van Defensie |
| Groen, J.R. | Kapitein, commandant B-compagnie Dutchbat III |
| Hilderink, C.G.J. | Commodore, souschef Operatiën Defensiestaf |
| Hoop Scheffer, mr. J.G. de | Lid van de Tweede Kamer voor het CDA |
| Jonge, J.H. de | Kolonel, Hoofd Operatiën VN-vredesmacht hoofdkwartier Zagreb |
| Kappen, F.E. van | Generaal-majoor, militair adviseur van de Secretaris-Generaal van de VN |
| Karremans, Th.J.P. | Luitenant-kolonel, commandant Dutchbat III |
| Van Kemenade, prof.dr. J.A. | Opsteller van het rapport: 'Omtrent Srebrenica', september 1998 |
| Kok, W. | Minister-president |
| Kooijmans, prof.dr. P.H. | Minister van Buitenlandse Zaken |
| Kreemers, H.P.M. | Plaatsvervangend directeur Voorlichting Ministerie van Defensie |
| Lubbers, prof.drs. R.F.M. | Minister-president |
| Middelkoop, E. van | Lid van de Tweede Kamer voor het GPV |
| Mierlo, mr. H.A.F.M.O. van | Minister van Buitenlandse Zaken en vice-premier |
| Nicolai, C.H. | Brigade-generaal, Chef staf VN-Vredesmacht hoofdkwartier Sarajevo |
| Pronk, drs. J.P. | Minister voor Ontwikkelingssamenwerking en minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer |
| Rutten, J.H.A. | Tweede luitenant, patrouillecoördinator C-compagnie Dutchbat III |
| Rutten, P.H. | Kapitein Koninklijke Marechaussee onderzoeksleider 'Kodakteam' |
| Ruyter, De | Ministerie van Defensie |
| Smith, General Sir R.A. | Commandant UNPROFOR Sarajevo |
| Valk, drs. G. | Lid van de Tweede Kamer voor de PvdA |
| Vlis, A.K. van der | Generaal, Chef Defensiestaf |
| Voorhoeve, prof.dr.ir. J.J.C. | Minister van Defensie |
| Vos, mr. J.M. | Directeur-generaal Politieke Zaken Ministerie van Buitenlandse Zaken |
| Wind, mr. O. van der | Brigade-generaal, leider van het debriefingsonderzoek in Assen |
| Winkelman | Ministerie van Defensie |
| Winter, J.H.M. de | Directeur Algemene Beleidszaken (DAB) Ministerie van Defensie |