Verkiezingen Tweede Kamer 1918-2006

Van alle verkiezingen sinds 1918 is een beschrijving te vinden, waarbij tevens een aantal kerngegevens is opgenomen. Om enige structuur aan te brengen in de veelheid van verkiezingen is een onderverdeling gemaakt naar periode.
[ V ][ ^^ ]

Periode 1994-2006: grote verschuivingen

 * Tweede Kamerverkiezingen 2006
Op 22 november 2006 vonden er Tweede Kamerverkiezingen plaats. De verkiezingen waren aanvankelijk gepland op 15 mei 2007, maar werden vervroegd door de val van het kabinet-Balkenende II.
 

 * Tweede Kamerverkiezingen 2003
Op 22 januari 2003 werden er vervroegde Tweede-Kamerverkiezingen gehouden. De verkiezingen waren nodig na de val van het kabinet-Balkenende I.
 

 * Tweede Kamerverkiezingen 2002
Op 15 mei 2002 waren er reguliere (vierjaarlijkse) verkiezingen voor een nieuwe Tweede Kamer. De uitslag gaf een aardverschuiving te zien. Grote winnaar was de Lijst Pim Fortuyn (LPF) die in één klap 26 zetels veroverde. Nog niet eerder was een nieuwkomer met zoveel zetels in de Tweede Kamer gekomen. Het CDA van Jan Peter Balkenende werd met 43 zetels (een winst van 14 zetels) de grootste partij. Balkenende bleek in slechts enkele maanden groot vertrouwen te hebben ingeboezemd.
 

 * Tweede Kamerverkiezingen 1998
De paarse coalitie behield bij deze verkiezingen haar meerderheid, ondanks fors verlies van D66 (van 24 naar 14 zetels). PvdA en VVD (beide plus acht) compenseerden dat verlies echter ruimschoots. Grote winnaar was GroenLinks, dat van vijf naar elf zetels ging. De SP won drie zetels en de SGP won één zetel.
 

 * Tweede Kamerverkiezingen 1994
Bij deze verkiezingen deden zich grote verschuivingen voor. PvdA en CDA verloren fors (resp. 12 en 20 zetels), waardoor de zittende coalitie haar meerderheid verloor. Spectaculair was de komst van de ouderenpartijen (AOV en Unie 55+) met maar liefst zeven zetels.
 
[ V ][ ^^ ]

Periode 1967-1989: deconfessionalisering

 * Tweede Kamerverkiezingen 1989
Bij deze vervroegde verkiezingen handhaafde het CDA haar positie als grootste partij. Net als in 1986 werden 54 zetels gehaald. De PvdA verloor drie zetels en kwam op 49. Winst was er voor D66 (van negen naar twaalf zetels) en voor het GPV (van één naar twee zetels).
 

 * Tweede Kamerverkiezingen 1986
Bij verkiezingen behaalde het CDA onder aanvoering van premier Lubbers ("Laat Lubbers z'n karwei afmaken") een grote overwinning. Zij kwam van 45 op 54 zetels. Regeringspartner VVD verloor daarentegen negen zetels.
 

 * Tweede Kamerverkiezingen 1982
Onder aanvoering van Ed Nijpels won de VVD bij deze vervroegde verkiezingen tien zetels (van 26 naar 36 zetels). De PvdA herstelde zich van een zware nederlaag bij de Statenverkiezingen van maart en won drie zetels ten opzichte van 1981. Grote verliezer was D66, dat terugviel van zeventien naar zes zetels. Het CDA verloor drie zetels.
 

 * Tweede Kamerverkiezingen 1981
Grote winnaar van deze verkiezingen was D66. Die partij ging onder aanvoering van Jan Terlouw van acht naar zeventien zetels. De 'grote drie' CDA, PvdA en VVD verloren resp. vijf, negen en twee zetels. Door het verlies van CDA en VVD verloor ook de regeringscombinatie haar meerderheid.
 

 * Tweede Kamerverkiezingen 1977
Grote winnaar van deze verkiezingen was de PvdA, die tien zetels won, met de leuze "Kies de minister-president". Ook de VVD (van 22 naar 28 zetels) en D66 (van zes naar acht) deden het goed. Het CDA, dat voor het eerst deelnam, behaalde één zetel winst ten opzichte van het gezamenlijke resultaat van ARP, CHU en KVP in 1972.
 

 * Tweede Kamerverkiezingen 1972
Het politieke beeld veranderde op 29 november 1972 drastisch. KVP en CHU verloren flink (resp. acht en vier zetels). PvdA en VVD wonnen resp. vier en zes zetels, terwijl ook de winst van de PPR fors was (van twee naar zeven zetels). Bij deze verkiezingen hadden voor het eerst ook 18 tot 21-jarigen actief stemrecht.
 

 * Tweede Kamerverkiezingen 1971
Grote winnaar van deze verkiezingen was DS'70 van Drees jr. Deze nieuwkomer behaalde acht zetels. Van groot belang was verder dat, door het verlies van KVP (zeven zetels), CHU (twee zetels), ARP (twee zetels) en VVD (één zetel), de zittende coalitie haar meerderheid verloor.
 

 * Tweede Kamerverkiezingen 1967
Een spectaculaire winst voor nieuwkomer D'66 (zeven zetels), groei voor de Boerenpartij (winst vier zetels) en flink verlies voor KVP (acht zetels) en PvdA (zes zetels). Dat waren de belangrijkste verschuivingen bij deze verkiezingen.
 
[ V ][ ^^ ]

Periode 1946-1963: wederopbouw

 * Tweede Kamerverkiezingen 1963
De komst, met drie zetels, van de Boerenpartij, het verlies van de PvdA (van 48 naar 43 zetels) en het feit dat de KVP eenderde van alle zetels behaalde, waren de belangrijkste ontwikkelingen bij deze verkiezingen.
 

 * Tweede Kamerverkiezingen 1959
Omdat de PvdA bij deze vervroegde verkiezingen twee zetels verloor, werd de KVP met 49 zetels de grootste partij. Grote winnaar was echter de VVD van Oud, die zes zetels won, op 19 kwam en de ARP als derde partij voorbij streefde.
 

 * Tweede Kamerverkiezingen 1956
De nek-aan-nek-race tussen KVP en PvdA werd gewonnen door de partij van premier Drees. De PvdA won vier zetels en kwam op 34, terwijl de KVP dankzij drie zetels wist op 33 zetels bleef steken. De winst van de KVP was overigens vooral een gevolg van het feit dat Welters KNP, onder invloed van het Mandement van 1954, was teruggekeerd in de KVP.
 

 * Tweede Kamerverkiezingen 1952
Bij deze verkiezingen behaalde de PvdA van premier Drees een goed resultaat. Dankzij winst van drie zetels kwam zij gelijk met de KVP (die twee zetels verloor) en qua stemmenaantal streefde zij de KVP zelfs voorbij.
 

 * Tweede Kamerverkiezingen 1948
Bij deze verkiezingen, die nodig waren vanwege de aanstaande Soevereiniteitsoverdracht aan Indonesië, kwam de KVP als sterkste uit de bus. Net als in 1946 behaalde zij 32 zetels. De PvdA verloor daarentegen twee zetels en kwam op 27 zetels.

 

 * Tweede Kamerverkiezingen 1946
In deze eerste naoorlogse verkiezingen liep het tegenvallende resultaat van de PvdA het meest in het oog. De nieuwgevormde partij kreeg 29 zetels, twee minder dan haar vooroorlogse voorlopers SDAP, VDB en CDU. Daarnaast was het resultaat van de CPN zeer opmerkelijk. Die partij behaalde tien zetels.

 
[ V ][ ^^ ]

Periode 1918-1937: interbellum

 * Tweede Kamerverkiezingen 1937
Grote winnaar van de verkiezingen is de ARP, en meer nog minister-president Colijn. Zijn partij gaat drie zetels vooruit en komt op 17. Dat de Nationaal-Socialistische Beweging (NSB) van Mussert als nieuwkomer vier zetels haalt, lijkt een groot succes. De teruggang ten opzichte van de Statenverkiezingen van 1935 is echter zodanig, dat het voor hen in feite zeer teleurstellend is. Lijsttrekker Mussert neemt geen zitting in de Kamer.
 

 * Tweede Kamerverkiezingen 1933
Voornaamste winnaar van de verkiezingen is de ARP, die met Colijn aan het hoofd twee zetels wint. Net als in 1925 geldt hij als sterke man, die Nederland uit de crisis moet leiden. Naast de heersende economische crisis, met massa-werkloosheid, spelen ook de internationale situatie en de ondermijning van het gezag daarbij een grote rol. De Nazi's zijn op 30 januari 1933 in Duitsland aan het bewind gekomen en op het marineschip 'De Zeven Provinciën' heeft diezelfde maand een muiterij plaatsgevonden.
 

 * Tweede Kamerverkiezingen 1929
De verkiezingen van 1929 zijn de rustigste van het Interbellum. Er treden nauwelijks verschuivingen op. Zowel RKSP, CHU, VDB als SDAP behouden hun zeteltal. Alleen de ARP en de Liberalen verliezen één zetel. De meerderheid van de rechtse partijen loopt daarmee wel terug naar 53 zetels.
 

 * Tweede Kamerverkiezingen 1925
De verkiezingen van 1925 staan in het teken van de bezuinigingspolitiek van minister van Financiën Colijn, die landelijk lijsttrekker is van de ARP. Hij wordt naar voren geschoven als de 'sterke man', de stuurman die het schip van staat door de woeste golven moet voeren. Geheel succesvol is dat niet, want de ARP verliest drie zetels. Ook de Katholieken gaan twee zetels achteruit en van de regeringspartijen blijft alleen de CHU gelijk. Gezamenlijk hebben de drie rechtse partijen nog wel een meerderheid: 54 zetels.
 

 * Tweede Kamerverkiezingen 1922
Dit zijn de eerste verkiezingen met algemeen kiesrecht, want door de aanvaarding van het initiatiefvoorstel-Marchant mogen voortaan ook vrouwen meestemmen. Een wijziging van de Kieswet zorgt ervoor dat kleine partijen minder kans maken dan in 1918. Er geldt in het vervolg bij de verdeling van restzetels een drempel. Alleen partijen die 75% van de kiesdeler hebben gehaald, krijgen een zetel.
 

 * Tweede Kamerverkiezingen 1918
De verkiezingen van 1918 zijn de eerste waarbij alle mannen mogen meestemmen. Het zijn tevens de eerste verkiezingen volgens het stelsel van evenredige vertegenwoordiging. Er wordt niet meer per district gestemd volgens een meerderheidsstelsel, maar kiezers brengen hun stem uit op een persoon die op een kandidatenlijst van een partij staat. Alle uitgebrachte stemmen tellen mee voor de zetelverdeling.
 


Periode 1994-2006: grote verschuivingen
Periode 1967-1989: deconfessionalisering
Periode 1946-1963: wederopbouw
Periode 1918-1937: interbellum
TXT/Print-versie voor correct en passend afdrukken (verschijnt in een nieuw venster)Reageer op deze pagina. Aanvullingen en suggesties zijn altijd welkom!
homeHome           Route