| (Mede)wetgeving | |
| De Tweede Kamer is medewetgever. Dat komt tot uiting in diverse rechten. De Tweede Kamer stemt over alle wetsvoorstellen, bepaalt mede de tekst van wetsvoorstellen en Tweede-Kamerleden kunnen zelf een wetsvoorstel indienen. |
| Controle | |
| Een belangrijke taak van de Tweede Kamer is het beoordelen van besluiten van het kabinet (en van individuele bewindspersonen). Bij die controlerende taak wordt gebruikgemaakt van het recht op inlichtingen, een recht dat ieder individueel Tweede-Kamerlid heeft en dat is vastgelegd in de Grondwet. |
| Klachten van burgers | |
| Tweede-Kamerleden zetten zich soms in voor individuele burgers. Burgers richten zich als ze door overheidsgedragingen in de knel komen vaak via brieven of e-mails tot een Kamerlid. Kamerleden weten als regel beter weg naar instanties dan burgers. Een probleem van een burger kan ook leiden tot het stellen van schriftelijke vragen. |
| Burgerinitiatief | |
| Sinds 1 mei 2006 bestaat de mogelijkheid om via een burgerinitiatief een onderwerp op de Tweede Kameragenda te plaatsen. Tot dusverre werden in twee gevallen voldoende handtekeningen verzameld om het initiatief te mogen indienen. Het burgerinitiatief voor rookvrije horeca voldeed volgens de Tweede Kamer echter niet aan de voorschriften, omdat er in de twee jaar voorafgaand aan de indiening al over was besloten. Over het burgerinitiatief 'Stop fout vlees' werd op 13 december 2007 in de Tweede Kamer gedebatteerd. |
| Voordrachten en benoemingen | |
| De Tweede Kamer heeft het recht om de Nationale ombudsman en diens plaatsvervanger te kiezen. Daarnaast stelt de Kamer een voordracht op voor de benoeming van leden van de Algemene Rekenkamer, van de Hoge Raad der Nederlanden , alsmede van de leden van de commissie van toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Als regel wordt de eerstgenoemde van zo'n nominatie benoemd. |
| Vertrouwensregel | |
| De vertrouwensregel houdt in dat een minister, staatssecretaris of het kabinet als geheel moet aftreden als zij niet langer het vertrouwen genieten van het parlement (lees: de Tweede Kamer). De vertrouwensregel zegt dus niet dat bewindspersonen per se moeten aftreden als ze een fout hebben gemaakt. |
| Ministeriële verantwoordelijkheid | |
| De (politieke) ministeriële verantwoordelijkheid bestaat sinds de Grondwetsherziening onder leiding van Thorbecke in 1848, en houdt in dat ministers gezamenlijk en afzonderlijk verantwoording aan het parlement schuldig zijn voor hun doen en laten bij de vervulling van hun taken. De ministers zijn daarnaast politiek verantwoordelijk voor het optreden van het staatshoofd. De parlementaire controle is in de praktijk ook van toepassing op het doen en laten van staatssecretarissen. |