 | 1888-1918: Antithese |
| Deze periode wordt beheerst door de zogenaamde Antithese. Deze leer van Abraham Kuyper gaat ervan uit dat er een politieke scheiding bestaat tussen gelovigen en niet-gelovigen. De protestant-christelijken (antirevolutionairen en christelijk-historischen) en katholieken vormen de rechterzijde (ook wel Coalitie), en de liberalen de linkerzijde. Afwisselend treden kabinetten op van 'rechts' of 'links'. Alleen in de periode 1894-1897 is sprake van enige samenwerking tussen beide.
|
 | 1872-1888: School- en Kiesrechtstrijd |
| Twee onderwerpen staan in deze periode centraal. Het eerste betreft de vraag welke burgers, naast de belastingbetalers, het kiesrecht moeten krijgen. Het tweede is de financiële gelijkstelling van openbaar en bijzonder onderwijs. Katholieken en Antirevolutionairen willen dat de overheid ook bijzondere scholen gaan subsidiëren; de Liberalen zijn daar tegen.
|
 | 1848-1872: tijdperk van Thorbecke |
| In 1848 komt een belangrijke grondwetsherziening tot stand, waardoor het regeringsstelsel drastisch verandert. Voortaan is niet langer de koning, maar zijn de ministers verantwoordelijk voor het beleid. De jaren na 1848 zijn er afwisselend gematigd liberale kabinetten (1848-1849, 1858-1862), conservatieve kabinetten (1853-1858 en 1866-1868) en liberale kabinetten (1849-1853, 1862-1866 en 1868-1872). Zowel in de liberale kabinetten als in de Tweede Kamer is Thorbecke de grote man.
|
 | 1840-1848: onder koning Willem II |
| Kort na de afkondiging van de Grondwetsherziening van 1840 doet Willem I afstand van de troon ten gunste van zijn oudste zoon, die vanaf 7 oktober 1840 als koning Willem II gaat regeren.
|
 | 1814-1840: onder koning Willem I |
| Koning Willem I regeert als een verlicht absolutistisch vorst: hij bepaalt het beleid, neemt besluiten en is verantwoordelijk voor de financiën, en hij benoemt en ontslaat de ministers. Die ministers zijn alleen aan hem verantwoording schuldig. Maar de koning heeft wel het beste voor met het land. Hij bevordert de handel en industrie en zorgt voor aanleg van kanalen.
|
 | 1813-1814: onder soeverein vorst Willem |
| De periode november 1813-juni 1815 is als een overgangsperiode te beschouwen na de tijd waarin Nederland was ingelijfd bij Frankrijk (1810-1813). Erfprins Willem, de zoon van de vroegere stadhouder Willem V, treedt op als staatshoofd (soeverein vorst) en laat een Grondwet ontwerpen. In 1815 leiden internationale ontwikkelingen er toe dat Nederland met België (en Luxemburg) wordt verenigd en dat Willem koning wordt.
|