 | Kabinet-Zijlstra (1966-1967) |
| Dit kabinet moet worden gezien als een overgangskabinet voor het uitschrijven van vervroegde Tweede-Kamerverkiezingen. Het weet wel de omroepkwestie te regelen door aanvaarding van de Omroepwet.
|
 | Kabinet-De Jong (1967-1971) |
| Dit centrum-rechtse kabinet is het eerste uit de parlementaire geschiedenis dat zonder tussentijdse crises de volle vier jaar uitzit. Het kabinet regeert aan het einde van de roerige jaren zestig en weet enkele hervormingen door te voeren, zoals democratisering van de universiteiten.
|
 | Kabinet-Biesheuvel I en II (1971-1973) |
| Dit kabinet, met nieuwkomer DS'70 als vijfde regeringspartij, zet het beleid van het kabinet-De Jong voort. Financieel-economische problemen staan centraal, waarbij de toenemende inflatie het grootste probleem is. DS'70 maakt zich sterk voor toepassing van het profijtbeginsel. Na marathonvergaderingen over de begroting 1973 komt het in juli 1972 tot een breuk in het kabinet. De DS'70-ministers, die vinden dat er ingegrepen moet worden in het loon- en prijsbeleid, accepteren de bezuinigingen op hun departementen niet.
|
 | Kabinet-Den Uyl (1973-1977) |
| Het kabinet-Den Uyl ontstaat na een uiterst lange en moeizame formatie en is het meest progressieve uit de geschiedenis. De drie linkse partijen hebben tien ministers, KVP en ARP samen zes. Het kabinet wil inkomen, kennis en macht spreiden.
|
 | Kabinet-Van Agt I (1977-1981) |
| Dit kabinet komt na een lange formatieperiode tot stand, nadat vorming van een tweede kabinet-Den Uyl is mislukt. Het krijgt te maken met grote financieel-economische problemen en oplopende werkloosheid. In 1978 brengt het kabinet de Nota Bestek'81 uit, waarin ombuigingen worden aangekondigd. Als het kabinet in 1980 extra bezuinigingen afwijst, treedt minister Andriessen van Financiën af.
|
 | Kabinet-Van Agt II (1981-1982) |
| Dit kabinet staat ook bekend onder de naam kabinet-Van Agt/Den Uyl. Het hobbelt van de ene crisis naar de andere. Na acht maanden is, nadat de PvdA een grote nederlaag bij de Statenverkiezingen heeft geleden, de maat vol. Bij een conflict over bezuinigingen dienen de PvdA-bewindslieden hun ontslag in.
|
 | Kabinet-Van Agt III (1982) |
| Dit minderheidskabinet is een overgangskabinet, dat als voornaamste taak heeft het uitschrijven van verkiezingen.
|
 | 1972: val kabinet-Biesheuvel |
| Op 20 juli 1972 viel nogal onverwacht - althans voor de buitenwereld - het een jaar eerder gevormde kabinet-Biesheuvel. De ministers van DS'70 (Drees jr. en De Brauw) konden zich niet verenigen met het voorgestelde financieel-economische beleid.
|
 | 1977: val Kabinet-Den Uyl |
| Op 22 maart 1977 viel het kabinet-Den Uyl. Het conflict ontstond in het kabinet, maar vond zijn oorsprong in de Tweede Kamer. Door de fracties van KVP en ARP waren namelijk amendementen ingediend op wetsvoorstellen inzake de grondpolitiek. CDA-minister van Justitie en lijsttrekker Van Agt wilde daaraan tegemoetkomen. Het kabinet kon het echter in diverse vergaderingen niet eens worden over die wijzigingen.
|
 | 1982: val eerste kabinet-Van Agt |
| Op 12 mei 1982 kwam er een einde aan het acht maanden eerder gevormde tweede kabinet-Van Agt. De PvdA-ministers konden zich niet vinden in het financieel-economisch beleid, meer in het bijzonder in de financiering van het werkgelegenheidsbeleid.
|
 | 1967 |
| Een spectaculaire winst voor nieuwkomer D'66 (zeven zetels), groei voor de Boerenpartij (winst vier zetels) en flink verlies voor KVP (acht zetels) en PvdA (zes zetels). Dat waren de belangrijkste verschuivingen bij deze verkiezingen.
|
 | 1971 |
| Grote winnaar van deze verkiezingen was DS'70 van Drees jr. Deze nieuwkomer behaalde acht zetels. Van groot belang was verder dat, door het verlies van KVP (zeven zetels), CHU (twee zetels), ARP (twee zetels) en VVD (één zetel), de zittende coalitie haar meerderheid verloor.
|
 | 1972 |
| Het politieke beeld veranderde op 29 november 1972 drastisch. KVP en CHU verloren flink (resp. acht en vier zetels). PvdA en VVD wonnen resp. vier en zes zetels, terwijl ook de winst van de PPR fors was (van twee naar zeven zetels). Bij deze verkiezingen hadden voor het eerst ook 18 tot 21-jarigen actief stemrecht.
|
 | 1977 |
| Grote winnaar van deze verkiezingen was de PvdA, die tien zetels won, met de leuze "Kies de minister-president". Ook de VVD (van 22 naar 28 zetels) en D66 (van zes naar acht) deden het goed. Het CDA, dat voor het eerst deelnam, behaalde één zetel winst ten opzichte van het gezamenlijke resultaat van ARP, CHU en KVP in 1972.
|
 | 1981 |
| Grote winnaar van deze verkiezingen was D66. Die partij ging onder aanvoering van Jan Terlouw van acht naar zeventien zetels. De 'grote drie' CDA, PvdA en VVD verloren resp. vijf, negen en twee zetels. Door het verlies van CDA en VVD verloor ook de regeringscombinatie haar meerderheid.
|