Soorten |
De evenredige vertegenwoordiging |
| Tweestemmenstelsel |
Meerderheidsstelsels |
Het districtenstelsel |
Voordelen meerderheidsstelsel |
| - | Bij een meerderheidsstelsel is na de verkiezingen meestal direct duidelijk welke partij (of combinatie van partijen) gaat regeren. Dat geldt overigens vooral in landen met slechts één stemronde. In Groot-Brittannië wisselen Labour en de Conservatieven elkaar dan ook af in de regering. In Nederland gold hetzelfde voor confessionelen en liberalen. Het moeizame proces van coalitievorming en kabinetsformatie is meestal niet nodig. |
| - | Er is voor de kiezer echt wat te kiezen, want als de partij waarop hij stemt wint, dan gaat die partij ook direct regeren. |
| - | In een meerderheidsstelsel zal het aantal partijen in de regel kleiner zijn, omdat kleine partijen veel minder kans hebben om een zetel te halen. Dat maakt de gang van zaken in het parlement overzichtelijker. Overigens kende Nederland onder het meerderheidsstelsel toch relatief veel partijen. Dat kwam omdat voor het behalen van een zetel een absolute meerderheid nodig was. Daarnaast waren er met name in Friesland regionale partijen die allen in die provincie een zetel wisten te behalen. |
Nadelen meerderheidsstelsel |
| - | Kleine(re) partijen hebben weinig kans op een zetel, zelfs al zouden ze landelijk gezien een redelijke aanhang hebben. In Groot-Brittannië geldt dat bijvoorbeeld voor de Liberaal-Democratische Partij, die wel redelijk veel kiezers heeft, maar slechts in een gering aantal districten een zetel weet te halen. Partijen als SGP, ChristenUnie, SP en zelfs D66 zouden onder een meerderheidsstelsel waarschijnlijk (nagenoeg) verdwijnen. |
| - | Kiezers van kleine partijen zullen mogelijk afhaken, omdat stemmen op een kleine(re) partij toch weinig zin heeft: die stemmen gaan immers - anders dan bij de evenredige vertegenwoordiging - allemaal verloren. |
| - | De meerderheid kan de minderheid overheersen. Er hoeven geen compromissen te worden gesloten om een meerderheid van het parlement achter een voorstel te krijgen. Tegenstellingen in de samenleving kunnen daardoor groter worden. In Nederland moeten partijen een coalitie sluiten om te kunnen regeren. Daarbij is het sluiten van compromissen onvermijdelijk en die leiden er vaak toe dat tegenstellingen worden afgezwakt. |
| - | Door een meerderheidsstelsel kunnen zich na verkiezingen radicale veranderingen voordoen, die soms na de volgende verkiezingen weer ongedaan worden gemaakt. Daardoor kunnen zich voortdurend politieke koerswijzigingen voordoen, wat nadelig is voor de stabiliteit. Onder de ene regering kunnen bijvoorbeeld bedrijven worden genationaliseerd, terwijl een volgende dat weer ongedaan maakt. |
| - | Een partij kan veel stemmen halen, maar toch geen meerderheid van de zetels krijgen. In Nederland was dat bijvoorbeeld het geval in de jaren 1905 en 1913 toen de christelijke partijen samen veel meer stemmen kregen dan de liberalen. Door de samenwerking van liberalen en socialisten kwamen er desondanks liberale kabinetten. |
| - | In sommige districten hebben de verkiezingen nauwelijks betekenis. Zowel Groot-Brittannië nu, als Nederland in het verleden kenden zgn. 'zekere districten'. Dat waren districten waar altijd de kandidaat van dezelfde partij werd gekozen. In Nederland gold dat bijvoorbeeld voor de districten in Brabant en Limburg, waar altijd katholieken werden gekozen. In sommige districten was daarom sprake van enkelvoudige kandidaatstelling en vonden er feitelijk niet eens verkiezingen plaats. |
Voordelen districtenstelsel |
| - | De band tussen kiezer en gekozenen is groter, omdat een afgevaardigde een directe band heeft met zijn eigen district. Die afgevaardigde kan ook opkomen voor de belangen van dat district of voor de inwoners ervan. |
| - | Er is meer kans dat alle delen van het land eigen vertegenwoordigers hebben, omdat bij een districtenstelsel lokale kandidaten meer kans hebben. |
| - | Kamerleden kunnen zelfstandiger en onafhankelijker optreden, omdat ze voor het behoud van hun zetel niet geheel afhankelijk zijn van de eigen partij, maar eventueel ook campagne voor zichzelf kunnen voeren. |
| - | Bij een tussentijdse vacature moet een nieuw Kamerlid worden gekozen. Dat biedt de mogelijkheid tussentijds veranderingen in de politieke voorkeur 'zichtbaar' te maken. |
Nadelen districtenstelsel |
| - | Er kan eerder sprake zijn van belangenverstrengeling tussen de afgevaardigde en de kiezers. De afgevaardigde is immers veel afhankelijker van zijn 'eigen' kiezers. Daardoor kan er, meer dan gewenst, door een Kamerlid worden gelet op de belangen van het district, in plaats van op het landsbelang. Als een afgevaardigde door gunsten zijn zetel probeert te behouden, spreken we van cliëntelisme. |
| - | Het is niet eenvoudig om qua inwonertal gelijkwaardige kiesdistricten in te stellen. Bovendien kunnen inwonertallen veranderen, bijvoorbeeld door nieuwbouw. In 1914 waren er in het district Amsterdam IX bijna 25.000 kiezers, terwijl het district Veghel slechts 6600 kiezers telde. |
| - | De bepaling van de grenzen van een kiesdistrict kan van invloed zijn voor de kansen van een partij op een zetel. In Nederland bestond tussen 1869 en 1888 bijvoorbeeld het drievoudige district Sneek: in dat district werden drie afgevaardigden gekozen. Als het district Sneek werd gesplitst, hadden de christelijke partijen meer kans om een zetel te behalen, en daarom stelden de liberaal een drievoudig district in. Zo wisten ze vrijwel zeker dat in Sneek alleen liberalen zouden worden gekozen. |
| - | Indien er tussentijds een vacature ontstaat, zijn nieuwe verkiezingen nodig. |
Historische ontwikkeling (in Nederland) |
| Historische ontwikkeling kiesstelsels en kiesrecht | |
| De Tweede Kamer wordt al sinds de verkiezingen van 1918 samengesteld op basis van evenredige vertegenwoordiging. Voor die tijd (vanaf de Grondwetsherziening van 1848) werd er gebruik gemaakt van een meerderheidsstelsel (districtenstelsel), waarbij degene die in een district de absolute meerderheid had, was gekozen. In die tijd hadden veel minder mensen dan nu stemrecht, en vrouwen al helemaal niet. Sinds de jaren '60 van de 20ste eeuw zijn er, zonder veel succes, pogingen gedaan het kiesstelsel te hervormen. |
| Meer over vernieuwing van het kiesstelsel |